3.1Financiën
3.1.1 Financiële resultaatontwikkeling
Het resultaat van Firda over 2025 is licht positief uitgevallen. De begroting was gebaseerd op een sluitende exploitatie; het resultaat komt uit op € 479.000 positief. Binnen de beperkte resultaatafwijking(+ 0,2% van de totale baten) is sprake van een aantal afwijkingen aan zowel de baten- als de lastenkant. De belangrijkste reden hiervoor is de jaarlijkse looncompensatie die niet wordt begroot. Hierdoor vallen zowel de baten als de lasten hoger uit als gevolg van de nieuwe cao.
Doordat de rijksbijdrage hoger is uitgevallen dan het kosteneffect van de nieuwe cao was er, in lijn met voorgaande jaren, sprake van een positief effect op het resultaat. Daar staat tegenover dat er sprake was van een hogere personele inzet (+ 20 fte), en een hoger dan begrote dotatie personele voorziening. De hogere dotatie heeft te maken met een toename van het aantal medewerkers dat gebruik maakt van regelingen voor duurzame inzetbaarheid, en een hoger aantal langdurig zieken dan waarmee rekening gehouden was bij het opstellen van de begroting. Voor dit laatste is Firda eigen risicodrager.
Het jaar 2025 was het laatste jaar waarin nog extra uitgaven zijn geweest als gevolg van de fusie. Enerzijds betrof dit de integratie van ICT-systemen en applicaties, anderzijds kosten voor de uitrol van de huisstijl. Daarnaast zijn uitgaven gedaan in kader van de transitie van twee organisaties naar één organisatie, en zijn uitgaven gedaan gericht op het versterken van het opleidingsaanbod aan de randen van het verzorgingsgebied van Firda. De totale uitgaven hiervoor bedroegen samen € 2,6 miljoen. Een aanzienlijk deel hiervan kon worden gedekt uit de krimpmiddelen die Firda ontvangt (€ 3,3 miljoen in 2025).

3.1.2 Toelichting op de exploitatieposten realisatie versus begroting
| Exploitatie (bedragen * € 1.000) | Werkelijk 2024 | Begroting 2025 | Werkelijk 2025 | 2025 vs Begr. |
|---|---|---|---|---|
| 3.1 Rijksbijdragen | 237.554 | 232.621 | 247.960 | 15.339 |
| 3.2 Overige overheidsbijdragen | 5.227 | 5.409 | 5.300 | 109- |
| 3.3 Cursusgeld | 3.153 | 3.541 | 3.267 | 274- |
| 3.4 Baten werk voor derden | 13.031 | 11.145 | 12.192 | 1.046 |
| 3.5 Overige baten | 6.914 | 5.580 | 6.469 | 889 |
| Totaal baten | 265.879 | 258.296 | 275.188 | 16.890 |
| 4.1 Personele lasten | 204.704 | 204.958 | 219.135 | 14.177 |
| 4.2 Afschrijvingen | 11.460 | 12.641 | 12.608 | 33- |
| 4.3 Huisvestingslasten | 18.122 | 17.476 | 17.666 | 190 |
| 4.4 Overige lasten | 27.400 | 25.124 | 26.724 | 1.599 |
| Totaal lasten | 261.685 | 260.199 | 276.133 | 13.851 |
| 5.1 Financiele baten | 2.972 | 1.950 | 1.643 | 307- |
| 5.2 Financiele lasten | 1.941 | 41 | 202 | 161 |
| Totaal financieel | 1.031 | 1.909 | 1.441 | 468- |
| Resultaat voor belasting | 5.225 | 6 | 496 | 490 |
| 6.1 Belastingen | 70 | 6 | 17 | 11 |
| Totaal belastingen | 70- | 6- | 17- | 11- |
| Netto resultaat | 5.155 | - | 479 | 479 |
De rijksbijdragen zijn € 15,3 miljoen hoger dan begroot. Dit is voor het grootste deel het gevolg van de bijstelling van de lumpsumbekostiging. Hierin zijn zowel de compensatie voor de cao loonsverhoging als aanvullende middelen voor onder meer basisvaardigheden en kasschuiven binnen de OCW-begroting verwerkt. Daarnaast vallen de geoormerkte subsidies, zoals zijinstroom en VSV, hoger uit dan waarmee in de begroting rekening was gehouden.
De overige overheidsbijdragen komen vrijwel overeen met de begroting (- € 109.000). Hierbinnen zijn kleine positieve en negatieve afwijkingen zichtbaar, waaronder hogere WEB opbrengsten enerzijds, maar lagere subsidie inkomsten binnen enkele specifieke projecten anderzijds.
Het cursusgeld valt € 274.000 lager uit dan begroot, met name door lagere aantallen BBL-studenten binnen het volwassenonderwijs. De opbrengsten uit werk voor derden zijn € 1,0 miljoen hoger dan voorzien, voornamelijk door hogere c.q. niet begrote projectopbrengsten.
De overige baten zijn € 918.000 hoger dan begroot. Dit betreft onder meer hogere opbrengsten uit detacheringen, sponsoring, leerbedrijven (kantines) en bijdragen van deelnemers aan excursies en dergelijke. Tegenover een groot deel van deze extra opbrengsten staan kosten in de overige lasten, waardoor het netto-effect beperkt is.
Aan de lastenkant laten de personele lasten een overschrijding zien van € 14,1 miljoen. De belangrijkste oorzaken zijn de cao loonsverhoging, extra inzet van medewerkers in de tweede helft van het jaar en een grote aanvullende dotatie aan de personele voorzieningen. Deze dotatie houdt verband met hoger dan verwacht langdurig verzuim, oplopende doorlooptijden bij het UWV en geactualiseerde berekeningen van onder andere seniorenverlof en de generatieregeling.

De afschrijvingen zijn nagenoeg gelijk aan de begroting. De huisvestingslasten wijken minimaal af van de begroting (+€ 190.000).Dit is het saldo van enkele mee- en tegenvallers, zoals hogere schoonmaak- en huurlasten enerzijds, en lagere onderhouds- en energielasten anderzijds.
De overige lasten zijn € 1,5 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door hogere student gerelateerde kosten (zoals excursies en leermiddelen) en omzet gerelateerde kosten van de leerbedrijven. Daarnaast zijn de kosten voor inventaris en apparatuur hoger uitgevallen, evenals de marketinguitgaven. Bij de licentiekosten is daarentegen sprake van een meevaller doordat kosten niet volledig zijn gerealiseerd of (deels) verschuiven naar 2026.
De financiële baten betreft de ontvangen rente op de liquide middelen. Deze zijn lager uitgevallen doordat de rente in 2025 lager lag dan verwacht. De financiële lasten ad € 202.000 bestaan hoofdzakelijk uit een post voor het contant maken van de personele voorzieningen. Deze hangt dus samen met de dotatie aan de personele voorziening maar moet op grond van verslaggevingsvoorschriften worden verantwoord onder de financiële lasten.
Kasstromen 2025
In het volgende overzicht is het kasstroomoverzicht 2025 weergegeven.
| Kengetallen | Realisatie 2024 | Realisatie 2025 |
|---|---|---|
| Saldo van baten en lasten | 4.194 | 945- |
| Afschrijvingen | 11.460 | 12.510 |
| Boekwinst/-verlies op MVA | 514- | 92 |
| Mutatie voorzieningen | 689 | 6.438 |
| Mutatie vorderingen | 564 | 1.502 |
| Mutatie kortlopende schulden | 2.282 | 905 |
| Ontvangen interest | 2.972 | 1.643 |
| Betaalde interest | 1.941- | 202- |
| Betaalde belastingen | 70- | 17- |
| Operationele kasstroom | 19.636 | 21.926 |
| Investeringen | 41.463- | 33.759- |
| Desinvesteringen | 2.298 | 3.744 |
| Investeringskasstroom | 39.165- | 30.015- |
| Aflossing langlopende schulden | 363- | 363- |
| Financierings kasstroom | 363- | 363- |
| Mutatie liquide middelen | 19.892- | 8.452- |
| Eindstand | 66.857 | 58.405 |
In 2025 zijn de liquide middelen, ondanks het positieve resultaat, afgenomen. Dit is het gevolg van een hoog bedrag aan investeringen, met name door de fusie gerelateerde schuifoperatie in Leeuwarden en de revitalisatie van de locatie Wilaarderburen. De schuifoperatie behelst het samenvoegen van opleidingen per domein over de twee mbo-colleges in de stad Leeuwarden als gevolg van de fusie. De omvang van de liquide middelen daalde hierdoor in 2025 met € 8,5 miljoen naar € 58,4 miljoen.
3.1.3 Financiële situatie op balansdatum
In onderstaand overzicht zijn de belangrijkste financiële kengetallen weergegeven.
| Kengetallen | Realisatie 2024 | Realisatie 2025 |
|---|---|---|
| Solvabiliteit 1 | 66,6% | 64,3% |
| Solvabiliteit 2 > 30% | 77,2% | 77,4% |
| Liquiditeit > 0,75 | 1,6 | 1,3 |
Firda staat er financieel gezond voor. Met de huidige financiële positie is Firda goed voorbereid op toekomstige ontwikkelingen, risico's en mogelijke tegenslagen. De solvabiliteit ligt met 64,3% boven het gemiddelde van de mbo-sector (59%) en ruim boven de ondergrens van 30% die de onderwijsinspectie hanteert. Ondanks deze hoge solvabiliteit is er geen sprake van bovenmatige reserves (zie de continuïteitsparagraaf). Een groot deel van het eigen vermogen wordt aangewend voor de financiering van huisvesting.
De liquiditeit, de verhouding tussen de vlottende activa en kortlopende schulden, ligt ultimo 2025 op 1,3. De daling van de liquiditeit ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt door de afname van de liquide middelen zoals toegelicht bij het kasstroomoverzicht. De liquiditeit ligt daarmee in lijn met de mbo-sector (1,9) en ruim boven de signaleringswaarde van de onderwijsinspectie, die 0,50 bedraagt.

3.2Continuïteitsparagraaf
In de continuïteitsparagraaf kijken we vijf jaar vooruit naar ontwikkelingen op belangrijke punten van beleid en organisatie en de gevolgen daarvan voor de financiële exploitatie en balanspositie.

3.2.1 Meerjarenraming
In onderstaande tabel staat de meerjarenraming voor Firda.
| Exploitatie (bedragen * € 1.000) | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Prognose 2027 | Prognose 2028 | Prognose 2029 | Prognose 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Rijksbijdragen | 247.960 | 242.974 | 242.800 | 238.000 | 235.800 | 233.400 |
| Overige overheidsbijdragen | 5.300 | 4.959 | 4.900 | 4.900 | 4.800 | 4.700 |
| Cursusgeld | 3.267 | 3.463 | 3.200 | 3.100 | 3.100 | 3.100 |
| Baten werk voor derden | 12.192 | 11.915 | 12.000 | 12.000 | 12.000 | 12.000 |
| Overige baten | 6.469 | 5.353 | 5.300 | 5.300 | 5.200 | 5.100 |
| Totaal baten | 275.188 | 268.664 | 268.200 | 263.300 | 260.900 | 258.300 |
| Personele lasten | 219.135 | 211.870 | 210.300 | 206.700 | 205.400 | 203.000 |
| Afschrijvingen | 12.608 | 14.274 | 14.900 | 15.200 | 14.500 | 14.900 |
| Huisvestingslasten | 17.666 | 17.389 | 16.900 | 16.600 | 16.300 | 15.700 |
| Overige lasten | 26.724 | 26.092 | 25.500 | 25.300 | 25.000 | 24.700 |
| Totaal lasten | 276.133 | 269.625 | 267.600 | 263.800 | 261.200 | 258.300 |
| Financiele baten | 1.643 | 1.325 | 1.100 | 1.200 | 900 | 600 |
| Financiele lasten | 202 | 363 | 700 | 700 | 600 | 600 |
| Totaal financieel | 1.441 | 962 | 400 | 500 | 300 | - |
| Resultaat voor belasting | 496 | - | 1.000 | - | - | - |
| Belastingen | 17 | - | - | - | - | - |
| Totaal belastingen | 17- | - | - | - | - | - |
| Netto resultaat | 479 | - | 1.000 | - | - | - |
Voor de komende jaren zien we een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op de financiële huishouding van Firda.
- De krimp zet door in onze regio maar in een lager tempo dan de afgelopen jaren.
- We willen, ondanks de krimp, een breed opleidingsaanbod blijven aanbieden op elke locatie en daarbij aansluiten bij de transities die nodig zijn in de regio voor de economische groei en leefbaarheid.
- We blijven ons onderwijs door ontwikkelen zodat deze responsief en meer wendbaar wordt.
Uitgangspunt daarbij is dat we jaarlijks sturen op een sluitende begroting. Dit is mogelijk doordat we beschikken over krimpmiddelen; we verwachten dat dit een structurele plek krijgt in de bekostiging. Mocht dit niet zo zijn dan zijn er voldoende financiële reserves om dit in eerste instantie op te vangen en kan er worden bijgestuurd daar waar nodig.
In studiejaar 2025-2026 zagen we een afvlakking van de afname van het aantal studenten. Zie voor een nadere toelichting 3.2.2. Hierdoor is het eenvoudiger geworden om de personele en materiële uitgaven in lijn te brengen met de inkomsten. Jaarlijks verwachten we een afname van gemiddeld 1% van de rijksbijdragen, daarbij geholpen door een toename van het aandeel subsidie-inkomsten.
Als gevolg van investeringen in nieuw- en verbouw zien we een toename van onze afschrijvingen in 2027. In overeenstemming met het strategisch huisvestingsplan staan daar deels lagere huisvestingslasten tegenover, in de vorm van minder huur en lagere energielasten. In 2029 zien we weer een afname van de afschrijvingslasten door vrijval van grote afschrijvingen uit het verleden. Na 2030 verwachten we weer een stijging van de afschrijvingen als gevolg van geplande investeringen in Heerenveen, maar definitieve besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden.

Ondanks een lagere krimpverwachting dan de afgelopen jaren zal Firda verder terug moeten in zijn formatieve omvang. Hiertoe wordt gewerkt met een strategisch personeelsplan, waarbij per onderwijsdomein in kaart is gebracht wat de kwantitatieve en kwalitatieve issues zijn. Daarnaast wordt jaarlijks gestuurd op de formatie door een strak proces, waarbij per onderwijsteam en de ondersteunende afdeling wordt bekeken welke middelen beschikbaar zijn en wat dit betekent voor de formatie van elk team. Om wendbaar te kunnen zijn wordt er gestuurd op een flexibele schil van 12 tot 15%. Met behulp van deze instrumenten en onze planning- en control cyclus zijn we in staat om jaarlijks onze personele lasten in lijn te brengen met de rijksbijdragen. De grote diversiteit aan locaties en gebouwen van Firda geeft voldoende flexibiliteit voor de toekomst, mochten studentenaantallen anders uitvallen dan geprognosticeerd.
Door de inzet van krimpmiddelen zijn we in staat om opleidingen met weinig studenten in stand te houden en blijft er ook ruimte voor onderwijsteams om te innoveren.Firda zet daarbij vooral in om het onderwijs zo in te richten dat er snel kan worden ingespeeld op de behoefte van het werkveld en om aan te sluiten op de leer- en ontwikkelbehoefte van onze studenten.
Voor 2027 verwachten we een beperkt positief resultaat. Dit is een verschil qua timing tussen de ontvangst van krimpmiddelen en de uitgaven die deels in 2028 plaatsvinden. Voor de jaren erna verwachten we een nulresultaat.
De financiële baten zullen de komende jaren afnemen als gevolg van een afnemend saldo liquide middelen en het aantrekken van vreemd vermogen om een deel van de huisvestingsinvesteringen te financieren.
3.2.2 Ontwikkeling studentenaantallen
Na een flinke krimp in 2024 zagen we in 2025 een stabilisatie van het aantal studenten bij Firda. De instroom van nieuwe studenten lag in 2025 vrijwel op hetzelfde niveau als in 2024. Dit ondanks de demografische krimp. Een van de redenen is de groei van nieuwkomers. Een aanzienlijk deel daarvan stroomt door naar het mbo wat leidt tot een toename van het aantal Entree-studenten. De groei van Entree is een landelijke trend (+9% in 2025), maar bij Firda ligt deze groei nog hoger (+15%). Daarnaast zien we dat een groter deel van de VO-leerlingen uit de regio Heerenveen kiezen voor Firda, waardoor deze locatie in 2025 is gegroeid qua aantal studenten.
Bij de BBL zien we ook in 2025 een verschuiving van bekostigde BBL-trajecten naar niet-OCW bekostigd cursorisch onderwijs bij onze volwassenenpopulatie. Deze verschuiving zien we met name bij de sector Zorg en Welzijn, waar instellingen vooral behoefte hebben aan kortlopende opleidingstrajecten.
| Teldatum (1 oktober) | Realisatie 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 | Prognose 2028 | Prognose 2029 | Prognose 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Begrotingsjaar | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 |
| BOL | 14.649 | 14.595 | 14.485 | 14.305 | 14.135 | 13.965 |
| BBL | 5.583 | 5.370 | 5.320 | 5.395 | 5.395 | 5.395 |
| VAVO | 178 | 175 | 175 | 175 | 175 | 175 |
| Totaal | 20.410 | 20.140 | 19.980 | 19.875 | 19.705 | 19.535 |
| Gewogen (BBL = 0,4) | 17.060 | 16.918 | 16.788 | 16.638 | 16.468 | 16.298 |
| Mutatie t.o.v. vorig jaar ongewogen | -0,3% | -1,3% | -0,8% | -0,5% | -0,9% | -0,9% |
| Mutatie t.o.v. vorig jaar gewogen | 0,2% | -0,8% | -0,8% | -0,9% | -1,0% | -1,0% |
In bovenstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het aantal studenten opgenomen. In dit overzicht zijn de BBL-studenten zonder BPV meegenomen (in 2025 waren dit er ruim 100); voor deze studenten wordt geen bekostiging ontvangen. Het aantal studenten daalde in 2025 met 0,3%; in gewogen studentenaantallen blijft het aantal vrijwel gelijk. Dit komt omdat het aandeel BOL toe is genomen.
Voor de komende jaren verwachten we een krimp van rond de 1%, in lijn met de lange termijn prognoses van DUO. Naast demografische trends hangt de ontwikkeling van het aantal studenten af van diverse factoren zoals de instroom van nieuwkomers, volwassenen die zich laten om- en bijscholen en de aantrekkelijkheid van de arbeidsmarkt. Dit maakt de voorspelbaarheid lastig.
Bij een krimp van één tot twee procent per jaar biedt de uitstroom van medewerkers, als gevolg van pensionering in combinatie met de flexibele schil, voldoende ruimte om deze daling te kunnen opvangen, zonder dat dit een grote invloed heeft op onze resultaten. De flexibele schil bedraagt ultimo 2025 19%.
3.2.3 Formatieontwikkeling
In onderstaand overzicht is de verwachte ontwikkeling van het personeelsbestand weergegeven voor de komende jaren.
| Formatie Firda (bruto fte, excl. FvV) | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Prognose 2027 | Prognose 2028 | Prognose 2029 | Prognose 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Personele bezetting in fte | ||||||
| Bestuur & directie | 21 | 21 | 21 | 21 | 21 | 21 |
| Onderwijzend personeel | 1.385 | 1.365 | 1.350 | 1.351 | 1.345 | 1.331 |
| Ondersteunend personeel | 647 | 643 | 629 | 606 | 601 | 591 |
| Totaal personeel | 2.053 | 2.028 | 2.001 | 1.979 | 1.966 | 1.943 |
| Deel onderwijzend personeel | 67,5% | 67,3% | 67,5% | 67,6% | 67,8% | 68,0% |
| Soort dienstverband | ||||||
| Onbepaalde tijd (vast) | 1.657 | 1.652 | 1.649 | 1.651 | 1.660 | 1.660 |
| Bepaalde tijd (tijdelijk) | 396 | 377 | 351 | 328 | 306 | 283 |
| Totaal personeel | 2.053 | 2.028 | 2.001 | 1.979 | 1.966 | 1.943 |
| Vast (%) | 81% | 81% | 82% | 83% | 84% | 85% |
| Tijdelijk (%) | 19% | 19% | 18% | 17% | 16% | 15% |
We zien de komende jaren een gelijkmatige, lichte afname van het personeelsbestand. Deze ligt in lijn met de verwachte afname in studentenaantallen. Firda heeft een voldoende flexibele schil. Bij het sturen op onze lange termijn formatie wordt gebruik gemaakt van een meerjarenformatieplan. Dit plan geeft inzicht in de samenstelling en grootte van onderwijsteams en de verwachte formatie per onderwijsdomein. Naast de kwantitatieve ontwikkeling beschrijft het plan hoe we op de lange termijn over voldoende en goed gekwalificeerde medewerkers kunnen beschikken, rekening houdend met de ontwikkelingen binnen de domeinen. In het plan worden ook de veranderende wet- en regelgeving, het stimuleren van de mobiliteit en de professionalisering van medewerkers meegenomen.
De afgelopen jaren is de verhouding tussen het aantal fte onderwijzend personeel en het totale aantal fte afgenomen. Dit komt onder andere door de extra inzet van gespecialiseerde medewerkers voor talentontwikkeling en brede vorming, het ontlasten van onderwijsteams met administratief gerelateerde zaken en door investeringen in wendbaar en responsief onderwijs. De komende jaren willen we sturen op een range van 67,5% en 68%, wat in lijn is met het gemiddelde van de mbo-sector.
Voor een aantal opleidingen blijft het onverminderd lastig om bevoegde docenten aan te trekken.Met name binnen het techniek onderwijs is een flink aandeel van de instructeurs ingestroomd vanuit het werkveld. Dit blijft de komende jaren een punt van zorg.
3.2.4 Ontwikkeling huisvesting
In de jaren 2026 en 2027 wordt ruim € 50 miljoen geïnvesteerd waarvan € 40 miljoen in gebouwen. Dit maakt onderdeel uit van het strategisch huisvestingsplan dat na de fusie is opgesteld. De grootste investering, € 25 miljoen, betreft gebouw D in Drachten dat aan vervanging toe is. Het nieuwe schoolgebouw wordt 35% kleiner dan de huidige locatie, waarmee wordt ingespeeld op de krimp.
Een ander omvangrijk project is de revitalisatie van de locatie Wilaarderburen in Leeuwarden. In totaal bedraagt de investering € 17 miljoen waarvan € 2,5 miljoen wordt gedekt door de subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed(DUMAVA). Deze revitalisatie is gestart in 2024 en wordt in 2026 afgerond. Na afronding van het project wordt een deel van het oude gebouw gesloopt (9.000 m2), waarmee we in Leeuwarden uitkomen op het gewenste aantal meters voor onze schoolgebouwen. In 2026 wordt de opleiding laboratoriumtechniek, locatie Wilaarderburen in Leeuwarden opgeleverd. Hierdoor kan Firda de voor de regio belangrijke opleidingen tot laborant en analist blijven aanbieden. De totale investering bedraagt € 4,5 miljoen.
Daarnaast loopt momenteel een onderzoek naar scenario’s voor de toekomstige huisvesting van alle Firda opleidingen in Heerenveen.

Voor alle plannen is een financiële doorrekening op lange termijn gemaakt. De effecten hiervan zijn opgenomen in de meerjarenraming. Op basis van de lopende en voorgenomen investeringen is door een extern bureau gekeken naar de ontwikkeling van de huisvestingslasten t.o.v. het gemiddelde van de mbo-sector. Hieruit blijkt dat de exploitatiekosten m.b.t. huisvesting bij Firda ook de komende jaren onder de benchmark blijft. Bij de totstandkoming van het strategisch huisvestingsplan is gekeken naar de mogelijke risico’s bij achterblijvende studentenaantallen. De risico’s blijken beperkt doordat Firda voldoende flexibel blijft als het gaat om het afstoten van gebouwen. Tevens heeft Firda voldoende reserves voor eventuele financiële tegenvallers.
3.2.5 Balans en kengetallen
In onderstaand overzicht is de meerjarenbalans weergegeven, en vervolgens de kengetallen die op basis van deze gegevens zijn berekend.
| Balans per 31 december (* € 1.000) | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Prognose 2027 | Prognose 2028 | Prognose 2029 | Prognose 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriele vaste activa | 11 | - | - | - | - | - |
| Materiele vaste activa | 161.411 | 184.037 | 184.900 | 178.900 | 191.700 | 206.800 |
| Vorderingen | 6.388 | 6.387 | 6.800 | 6.700 | 6.600 | 6.500 |
| Liquide middelen | 58.405 | 52.318 | 51.739 | 57.129 | 44.519 | 29.509 |
| Totaal debet | 226.215 | 242.742 | 243.439 | 242.729 | 242.819 | 242.809 |
| Eigen vermogen | 145.420 | 145.420 | 146.400 | 146.400 | 146.400 | 146.400 |
| Voorzieningen | 29.662 | 30.562 | 31.500 | 32.400 | 33.300 | 34.200 |
| Langlopende schulden | 1.543 | 16.350 | 15.175 | 13.565 | 12.755 | 11.845 |
| Kortlopende schulden | 49.590 | 50.410 | 50.364 | 50.364 | 50.364 | 50.364 |
| Totaal credit | 226.215 | 242.742 | 243.439 | 242.729 | 242.819 | 242.809 |
| Kengetallen | Realisatie 2025 | Begroting 2026 | Prognose 2027 | Prognose 2028 | Prognose 2029 | Prognose 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Solvabiliteit 1 | 64,3% | 59,9% | 60,1% | 60,3% | 60,3% | 60,3% |
| Solvabiliteit 2 > 30% | 77,4% | 72,5% | 73,1% | 73,7% | 74,0% | 74,4% |
| Liquiditeit > 0,75 | 1,3 | 1,2 | 1,2 | 1,3 | 1,0 | 0,7 |
| Rentabiliteit > 0% | 0,2% | 0,0% | 0,4% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
De solvabiliteit loopt in 2026 terug door het aangaan van een lening van € 16 miljoen. Met een solvabiliteit van rond de 60% is Firda ook na het aantrekken van een lening financieel gezond en voldoet het ruimschoots aan de signaleringswaarde van 30%. Met het aantrekken van een lening blijft Firda de komende drie jaren op een liquiditeit van 1,0 of meer. Firda stuurt op de norm van 1,0 waarbij het alleen voor een kortere periode mag fluctueren tussen de OCW-signaleringswaarde van 0,5 en de norm van 1,0 van Firda. In bovenstaand overzicht komt de liquiditeit in 2030 uit onder deze waarde doordat in deze cijfers rekening is gehouden met kosten voor nieuwbouw in Heerenveen, en niet met een eventuele lening hiervoor.
Om beter inzicht te krijgen in mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen van onderwijsinstellingen, gebruikt de inspectie van het onderwijs sinds 2020 een signaleringswaarde. Op basis van de berekening kan er bij Firda sprake zijn van bovenmatig vermogen indien het publieke eigen vermogen hoger is dan € 212 miljoen. Het publieke eigen vermogen kwam in 2025 uit op € 141 miljoen. Het eigen vermogen van Firda ligt daarmee ruim onder de signaleringswaarde. Het verschil tussen het geconsolideerde eigen vermogen van € 145 miljoen en het publieke eigen vermogen van Firda van € 141 miljoen is het eigen vermogen van € 4 miljoen van de BV Firda voor Volwassenen.
3.2.6 Treasurybeleid
Firda werkt met een treasurystatuut dat in 2023 opnieuw is vastgesteld. Voor beleggingen en leningen vanaf € 2,5 miljoen heeft het College van Bestuur goedkeuring nodig van de Raad van Toezicht. Onder dit bedrag wordt de Raad van Toezicht geïnformeerd conform de ‘Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 voor onderwijs en onderzoek’. Ons beleid is gericht op het waarborgen van de financiële continuïteit, het minimaliseren van de rentekosten en optimaliseren van de rentebaten. In 2025 zijn geen nieuwe leningen afgesloten. Firda wil in 2026 een lening afsluiten voor de nieuwbouw gebouw D in Drachten. Hiervoor loopt een aanvraag waarbij het ministerie van OCW borg staat voor de lening. In de meerjarenraming is uitgegaan van een lening van € 16 miljoen zodat de liquiditeit van Firda niet onder de 1,0 daalt.
Ultimo 2025 bedraagt het resterende deel van de Rabobanklening € 1,5 miljoen. Er zijn ultimo 2025 geen liquide middelen op een deposito geplaatst.

Sinds 2020 maakt Firda gebruik van schatkistbankieren. Hier staan alle liquide middelen van Firda gestald. Door middel van schatkistbankieren kunnen tegen gunstige condities leningen worden aangetrokken. Firda wil schatkistbankieren de komende jaren continueren. Firda heeft geen beleggingen en maakt geen gebruik van financiële instrumenten zoals derivaten.
Er wordt jaarlijks een kasstroomprognose opgesteld voor de komende vijf jaar. Gedurende het jaar wordt deze prognose periodiek beoordeeld en geactualiseerd. Iedere vier jaar wordt op basis van het strategisch huisvestingsplan een doorkijk gemaakt tot 15 jaar vooruit. Op basis van de huidige huisvestingsplannen en de lening voor gebouw D in Drachten, heeft Firda voldoende middelen voor de lange termijn liquiditeit.
3.2.7 Interne beheersingssysteem en compliance
Firda heeft een planning- en control cyclus voor het bewaken van de doelstellingen en de bedrijfsvoering. Externe controle vindt plaats door de Onderwijsinspectie en door een externe accountant. Intern sturen we aan de hand van de jaarlijkse kaderbrief en de resultatenkaart met de belangrijkste prestatie-indicatoren die gekoppeld zijn aan de strategische ambities. In een 4-maandelijkse monitoringcyclus wordt de voortgang gevolgd en wordt indien nodig bijgestuurd. Om de kwaliteit van het onderwijs te borgen worden intern, maar ook met behulp van zogenaamde peer reviews, audits uitgevoerd door de auditoren van de dienst onderwijs en kwaliteit.
De internal auditfunctie voor de bedrijfsvoering toetst, anders dan de hierboven genoemde kwaliteit van het onderwijs, de kwaliteit van de interne beheersmaatregelen. Het audit jaarplan wordt op basis van een jaarlijkse risicoanalyse én naar aanleiding van actuele gebeurtenissen samengesteld. Afgelopen jaar is geïnvesteerd in het opzetten van de regiegroep Riskmanagement & Compliance. Het doel van deze regiegroep is het vergroten van het risicobewustzijn binnen Firda en een betere werking van het 3 Lines of Defence model. Bij een goed functionerende eerste, tweede en derde lijn worden risico’s beter beheerst en kunnen we beter voldoen aan wet- en regelgeving. Deze activiteiten hebben geleid tot een eerste riskassessment in november, begeleid door de regiegroep. In 2025 zijn onderstaande onderzoeken en werkzaamheden uitgevoerd, waarbij we ons beperken tot de belangrijkste:
- Een onderzoek op juistheid en volledigheid van BTW op buitenlandse facturen én de BTW op detachering. Er werd een aantal correcties doorgevoerd: controles zijn nu beter geborgd en beschreven en risico’s worden beter beheerst.
- Er is een riskassessment georganiseerd m.bt. de bekostiging. Samen met medewerkers, leidinggevenden, beleidsadviseurs en specialisten is gekeken naar de administratieve vastlegging rondom studenten en de registratie van aanwezigheid. De belangrijkste risico’s zijn geïdentificeerd en beheersmaatregelen zijn geformuleerd. Belangrijkste aandachtspunt is de opvolging van studenten die bij de start van het studiejaar niet of beperkt aanwezig zijn.
- Er is een onderzoek gedaan naar de beheersing van de betaalprocessen. De basis is op orde, er zijn grote risico’s geconstateerd. De procuratie is aangescherpt als het gaat om het goedkeuren van facturen.
- Er is een onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de verlofadministratie. De bevindingen hebben geleid tot betere stuurinformatie en vergroting van het risicobewustzijn.
- Zoals hierboven genoemd, leiden audits, steekproeven en andersoortige onderzoeken bijna altijd tot verbeteracties. Hiermee worden de doelstellingen van internal audit om een lerende organisatie te bewerkstelligen én om risico’s beter te beheersen gerealiseerd.
Voor 2026 zijn de belangrijkste activiteiten:
- Steekproef op de bekostiging (juiste en volledige inschrijving van studenten).
- Steekproef op de aanwezigheid van (juistheid en volledigheid) VOG’s en correctie ID’s.
- Audit inzake de beheersing van het proces rondom aanwezigheidsregistratie.
- Audit Inkoop- en Contractmanagement in relatie tot volledigheid/juistheid van het contractenregister en de compliance dat bestellingen/inkopen bij de gecontracteerde leveranciers plaatsvindt.
- Reguliere werkzaamheden zoals opvolging eerdere audits én de Management Letter, derdelijns activiteiten ten behoeve van het Tax Control Framework.
3.2.8 Raad van Toezicht
In 2025 is de Raad van Toezicht nauw betrokken geweest bij relevante onderwerpen met betrekking medewerkers, huisvesting en de jaarlijkse planning- en control cyclus. Tijdens reguliere vergaderingen, werkbezoeken en via de audit- en onderwijscommissie is gesproken over de voortgang van de fusie, de resultaten met betrekking tot het vierjarig koersplan (2023-2027), de cultuur en de formatie-ontwikkeling.
De auditcommissie heeft in 2025 de kaderbrief 2026, de begroting 2026, de meerjarenbegroting 2027-2028, de managementletter en de jaarrekening 2024 van Firda besproken ter voorbereiding op de bespreking in de Raad van Toezicht. Ook is de businesscase om te investeren in de opleiding laboratoriumtechniek besproken en is het definitieve investeringsvoorstel gebouw D in Drachten aan de orde geweest. De internal auditor heeft de auditcommissie geïnformeerd over de resultaten van de onderzoeken, de audits en het auditjaarplan voor 2025.
In 2025 ging specifieke aandacht uit naar de toegenomen risico’s op het gebied van IT, waaronder cyber. In dat kader zijn met de auditcommissie de uitkomsten gedeeld van de door Firda uitgevoerde mbo (NBA) security audit en de evaluatie van de NOZON-(crisis)oefening.
3.2.9 Horizontaal Toezicht
Firda heeft een convenant afgesloten met de belastingdienst in het kader van horizontaal toezicht 2.0. De kern van dit convenant betreft de wijze van samenwerking tussen Firda en de belastingdienst: op basis van begrip, transparantie en vertrouwen. Daarnaast is er een Tax Control Framework opgesteld waarmee actief de belangrijkste fiscale risico’s worden beheerst, en zijn er afspraken gemaakt over de wijze van vastlegging en monitoring van deze risico’s. In 2025 zijn de belangrijkste fiscale risico’s gemonitord door Firda. De uitkomsten daarvan zijn middels een jaarrapportage gedeeld met de belastingdienst. In 2025 was het handhavingsmoratorium DBA het belangrijkste aandachtspunt.
Per 1 januari 2016 is vennootschapsbelasting van toepassing voor het onderwijs. Stichting Firda voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Dit geldt niet Firda voor Volwassen BV, die als zodanig rechtspersoon VPB-plichtig is.
3.2.10 Belangrijkste risico’s en onzekerheden
Ten behoeve van de begroting en de jaarrekening is wederom een risicoanalyse gemaakt. De belangrijkste risico’s zijn in onderstaand overzicht weergegeven. De meeste daarvan keren jaarlijks terug; soms verschuiven ze in de ranking. De eerste drie risico’s zijn onveranderd en staan prominent in de schijnwerpers, zowel in- als extern.
Firda werkt met een regiegroep Risicomanagement & Compliance.Dit team faciliteert risk assessments voor de belangrijkste diensten en processen. Hierdoor zal de risicoanalyse die we hieronder presenteren kwalitatief steeds beter worden.
Voor een deel van de operationele en financiële risico’s wordt een financiële buffer(algemene reserve) aangehouden. Er is geen specifieke berekening per risico gemaakt, maar wel een generieke berekening t.b.v. de aan te houden buffer. Deze is beschreven in de jaarrekening en heeft geleid tot een benodigde risicobuffer van € 14 miljoen ultimo 2024 (5% van de totale baten).
Voor een deel van de operationele en financiële risico’s wordt een financiële buffer(algemene reserve) aangehouden. Er is geen specifieke berekening per risico gemaakt, maar wel een generieke berekening t.b.v. de aan te houden buffer. Deze is beschreven in de jaarrekening en heeft geleid tot een benodigde risicobuffer van € 14 miljoen ultimo 2024 (5% van de totale baten).

| Onderwerp | Risico | Beheersmaatregelen |
|---|---|---|
| 1. Kwaliteit en veiligheid ICT (S, R) | ICT-infrastructuur en ICT-systemen steeds meer van strategisch belang. Kans op aanval van buitenaf. | Contract met externe partij afgesloten zodat we bij een cyberaanval meteen ondersteuning krijgen. |
| Toepassen van normenkaders dienstverleners (zoals die van de NBA) en het toetsen daarvan d.m.v. externe partijen (zoals de accountant). | ||
| Betere inrichting logische toegangsbeveiliging (autorisatiematrices en functiescheiding). | ||
| Intern én extern toetsen van onze kwetsbaarheid door bijvoorbeeld pentesten, peer reviews, deelname crisisoefeningen etc. | ||
| 2. Gekwalificeerd personeel (S) | Onvoldoende kwalitatief personeel in krappe arbeidsmarkt. | Strategische personeelsplanning per domein opstellen met nadruk op kwalitatieve invulling. |
| Aantrekken zij-instromers en faciliteren van het behalen van hun PDG; uitbreiden faciliteiten om zij instromers te laten slagen. | ||
| Als integraal onderdeel van het programma WRO docenten begeleiden in de veranderende rol en zowel hun didactische als pedagogische vaardigheden trainen. | ||
| 3. Macro-economie en geopolitiek (S, F) | Door gebeurtenissen in de wereld (pandemie, oorlog, verkiezingen, schaarste inflatie etc.) komt de kwaliteit van onderwijs én de continuïteit in gevaar. | Inzetten op betere beheersing van risico’s en vergroten van risicobewustzijn door de regiegroep Risicomanagement & Compliance. |
| Investeren in digitale weerbaarheid, continuïteitsmanagement, crisismanagement, SLA- en leveranciersmanagement. | ||
| 4. Verduurzaming (F) | Het risico dat klimaatdoelstellingen niet worden gehaald of te kostbaar worden. | Eigenaarschap duurzaamheid borgen door middel van stuurgroep waar initiatieven op elkaar afgestemd worden. |
| Duurzaamheidsambities opnemen in strategisch plan en personeelsbeleid. | ||
| Gebruik maken van stimuleringsfondsen en subsidieregelingen. | ||
| 5. Demografische krimp en dalende instroom/ realiseren nullijn (F) | Onvoldoende kunnen bijsturen op afname van de formatie en binnen het onderwijsteam onvoldoende tijd/ruimte voor het primaire onderwijsproces. | Aanhouden van een voldoende flexibele schil > 12 – 15% in personeelsbestand. |
| Sturen op inzet, vervanging en aanname van medewerkers m.b.v. goede managementinformatie | ||
| Bij de allocatie van middelen naar onderwijsteams, staf en projecten duidelijke kaders en focus/prioriteiten afspreken. | ||
| Gebruik maken van een domein portfolio analysemodel t.a.v. aanbod bepaalde crebo’s en inzet eventuele krimpmiddelen. | ||
| In Strategisch Huisvestingsplan tijdig anticiperen op structurele krimp. | ||
| 6. Bekostiging (N, F) | Mislopen opbrengsten en niet voldoen aan wet- en regelgeving. | Op basis van riskassessment risico’s in de studentenadministratie inzichtelijker maken, en beheersmaatregelen vastleggen en borgen in een control framework. |
| Verdergaande standaardisatie en digitalisering studentenadministratie proces, waardoor kwaliteit beter geborgd is. | ||
| Toetsen van de werking van beheersmaatregelen door middel van audits en steekproeven. | ||
| 7. Inkoop- en contractmanagement | Niet voldoen aan de Europese Aanbestedingswet en het niet doelmatig inzetten van middelen. | Governance: centrale regierol voor inkoop |
| (F, N, R) | Uitvoeren audits en/of steekproeven ten aanzien van compliance. | |
| Frequente controle op spendanalyse in combinatie met aanwezigheid (geldige) contracten. | ||
| 8. Managementrapportages (F, S) | Geen juiste beslissingen, doelen worden niet gerealiseerd omdat de kwaliteit van de managementinformatie onvoldoende is. | Implementatierol van data-analist voor bewaking datakwaliteit en uniformiteit Datawarehouse en Power BI. |
| Centraal loket en proces voor aanvragen met betrekking tot nieuwe informatiebehoeften. | ||
| 9. Uitvoering strategisch beleid (S) | Behoud niveau onderwijskwaliteit tijdens, maar nu ook na fusie én de verdere harmonisatie en optimalisatie van processen en systemen. | Uitbreiden resultaatverantwoordelijke teams (breder in organisatie uitrollen). |
| Goede monitoring teams binnen mbo-colleges tijdens jaarlijkse evaluaties (PDCA-cyclus). | ||
| Periodieke audits onderwijskwaliteit. | ||
| Aandacht voor kwaliteitscultuur: leiderschaps-traject en professionele ontwikkeling. | ||
| 10. Kwaliteits- en innovatie- cultuur (S, I, F) | Door de nadruk op innovatie en ambities kans dat werkdruk in onderwijsteams toeneemt ten koste van onderwijskwaliteit en/of dat het onderwijs te duur wordt. | Heldere PDCA-cyclus met resultatenkaart en periodieke monitoring (per 4 maanden). |
| Goede monitoring teams binnen mbo-colleges tijdens jaarlijkse evaluaties. | ||
| Business control dicht op het onderwijs positioneren. | ||
| Naast vele innovatie- en verbetertrajecten ook focus blijven op de basis (basis op orde). |
Tabel Overzicht risico’s en beheersmaatregelen
Tussen haakjes is de aard van het risico aangegeven. Dit zijn:
S = strategische risico’s (externe factoren)
N = nalevingsrisico’s (wetten en regels)
F = financiële risico’s (derven vermogen)
R = reputatierisico’s (imago)
I = innovatierisico’s (vernieuwend vermogen)