Toelichting op de geconsolideerde balans
Vaste activa
1.1 Immateriële vaste activa
| 1.1 Immateriële vaste activa | 1.1.3 Software | 1.1.3 Goodwill | Totaal immateriële vaste activa |
|---|---|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2025 | 581.840 | 158.381 | 740.221 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2025 | -556.424 | -150.463 | -706.887 |
| Boekwaarde 01-01-2025 | 25.416 | 7.918 | 33.334 |
| Investeringen boekjaar | 0 | 0 | 0 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde | 0 | 0 | 0 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen | 0 | 0 | 0 |
| Afschrijvingen lopend jaar | -13.988 | -7.918 | -21.906 |
| Aanschafwaarde 31-12-2025 | 581.840 | 158.381 | 740.221 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2025 | -570.412 | -158.381 | -728.793 |
| Boekwaarde 31-12-2025 | 11.428 | 0 | 11.428 |
De goodwill betreft door Firda voor Volwassenen B.V. betaalde goodwill voor overname van activiteiten en klantenbestanden van Maritieme Opleidingen Urk en Kennis Instituut Veiligheid.
1.2 Materiële vaste activa
| 1.2 Materiële vaste activa | 1.2.1 Terreinen | 1.2.1 Gebouwen | 1.2.2 Inventaris en apparatuur | 1.2.4 In uitvoering en vooruit- betaling | Totaal materiële vaste activa |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2025 | 17.056.517 | 214.279.094 | 61.065.580 | 3.700.991 | 296.102.182 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2025 | -445.212 | -112.621.859 | -40.050.610 | 0 | -153.117.681 |
| Boekwaarde 01-01-2025 | 16.611.305 | 101.657.235 | 21.014.970 | 3.700.991 | 142.984.501 |
| Investeringen boekjaar | 233.620 | 10.104.857 | 9.172.205 | 15.240.728 | 34.751.410 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde (*) | -6.637 | -120.936 | -8.545.647 | -3.700.991 | -12.374.211 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) | 6.637 | 77.878 | 8.453.184 | 0 | 8.537.699 |
| Afschrijvingen lopend jaar | -179.285 | -6.857.909 | -5.450.934 | 0 | -12.488.128 |
| Aanschafwaarde 31-12-2025 | 17.283.500 | 224.263.015 | 61.692.139 | 15.240.728 | 318.479.382 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2025 | -617.860 | -119.401.890 | -37.048.360 | 0 | -157.068.110 |
| Boekwaarde 31-12-2025 | 16.665.640 | 104.861.125 | 24.643.779 | 15.240.728 | 161.411.272 |
1.2.1 Gebouwen en terreinen
In 2025 is er € 10,0 mln. in gebouwen en terreinen geïnvesteerd.
Hiervan heeft € 6,7 mln. betrekking op grootschalige verbouwing van de locatie Julianalaan in Leeuwarden en € 1,3 mln. op de uitbreiding van de maritieme campus op Urk.
Daarnaast is geïnvesteerd in verbetering, waaronder herindeling, verduurzaming en modernisering, op de volgende locaties en voor de volgende bedragen:
- € 0,8 mln. voor Saturnusweg en Sportstad in Heerenveen;
- € 0,6 mln. voor Espelerlaan in Emmeloord;
- € 0,6 mln. voor diverse kleinere verbouwingen op andere locaties.
1.2.2 Inventaris en apparatuur
In 2025 is € 9,2 mln. in inventaris en apparatuur geïnvesteerd (2024 € 8,0 mln.).
Er is € 4,2 mln. besteed aan hard- en software, zoals computers, laptops en smartboards. Verder is € 3,0 mln. besteed aan meubilair en € 1,8 mln. aan leermiddelen, met name voor horeca- en technische opleidingen. Daarnaast is voor € 0,2 mln. aan voertuigen aangeschaft ten behoeve van de opleidingen autotechniek en mobiliteit.
Er is voor € 8,5 mln. gedesinvesteerd in inventaris en apparatuur (2024: € 1,9 mln.). De piek wordt voor € 7,4 mln. veroorzaakt door een desinvestering op hard- en software, zoals computers, laptops en smartboards waarvan de levensduur is verstreken. Daarnaast is voor € 0,8 mln. aan meubilair en voor € 0,3 mln. aan leermiddelen gedesinvesteerd. Deze middelen zijn ingeruild of naar een goed doel gegaan.
1.2.4 In uitvoering en vooruitbetaling
In 2025 is € 15,2 mln. in uitvoering en vooruitbetaald. Hiervan heeft € 13,2 mln. betrekking op vooruitbetaalde posten met betrekking tot de grootschalige verbouwing op Wilaarderburen te Leeuwarden. Verder is € 0,8 mln. vooruitbetaald voor nieuwbouw vestiging Drachten en is € 0,6 mln. op inventaris en apparatuur.
1.2.5 WOZ-waarde en verzekerde waarde
De WOZ-waarde gebouwen en terreinen in bedraagt € 131,5 mln. (2024: € 134,9 mln.). De WOZ-waarde van de gebouwen en terreinen is gebaseerd op peildatum 1 januari 2025, met uitzondering van de panden waarvan de WOZ-waarde nog niet bekend is. Bij deze panden is de waarde op peildatum 1 januari 2024 verantwoord. Deze peildatum is financieel bepalend voor het kalenderjaar 2025. Daarnaast is voor 2024 voor het Stadionplein te Leeuwarden uitgegaan van de verkrijgingsprijs in plaats van de WOZ-waarde, omdat 2024 het jaar van de verkrijging was. De verzekerde waarde gebouwen per 1 januari 2025 bedraagt € 371,2 mln. (2024: € 343,8 mln., excl. verkrijgingsprijs Stadionplein ad € 26 mln.)
Vlottende activa
1.5 Vorderingen
| 1.5 | Vorderingen | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|---|
| 1.5.1 | Debiteuren algemeen | 1.646.945 | 4.022.393 |
| 1.5.5 | Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten | 663.818 | 805.956 |
| 1.5.6 | Vorderingen op overige overheden | 804.338 | 730.180 |
| 1.5.7 | Overige vorderingen | 1.272.314 | 1.327.077 |
| 1.5.8 | Overlopende activa | 2.057.172 | 1.263.263 |
| 1.5.9 | Voorziening wegens oninbaarheid | -58.000 | -259.804 |
| 1.5 | Totaal vorderingen | 6.386.587 | 7.889.065 |
De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.
1.5.1 Debiteuren algemeen
Afname in debiteurensaldo wordt met name veroorzaakt doordat afrekeningen over 2023, in 2024, later zijn gefactureerd. Hierdoor is in 2024 een verschuiving van overige vorderingen naar debiteuren zichtbaar. In 2025 is er tijdig gefactureerd waardoor dit effect in 2025 niet meer zichtbaar is.
1.5.8 Overlopende activa
De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2025 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2026. Dit betreffen onder andere softwarelicenties, verzekeringen, huur- en servicekosten en examengelden. De grootste posten zijn werknemersverzekeringen UWV ad € 0,5 mln., vooruitbetaalde licentiekosten Eduarte ad € 0,5 mln., vooruitbetaalde huur Sportstad Heerenveen ad € 0,5 mln. en vooruitbetaalde contributie Stichting Praktijkleren ad € 0,4 mln.
1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
| 1.5.9 | Voorziening wegens oninbaarheid | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | -259.804 | -296.465 | |
| Onttrekking | 207.074 | 93.041 | |
| Dotatie / vrijval | -5.270 | -56.380 | |
| 1.5.9 | Stand per 31 december | -58.000 | -259.804 |
De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft met name studenten.
1.7 Liquide middelen
| 1.7 | Liquide middelen | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|---|
| 1.7.1 | Kasmiddelen | 240 | 132 |
| 1.7.2 | Banken | 58.405.034 | 66.856.035 |
| 1.7 | Totaal liquide middelen | 58.405.274 | 66.856.167 |
1.7 Liquide middelen
Bij schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën is ultimo 2025 € 58,0 mln. ondergebracht (2024: € 66,5 mln.). Het banksaldo daalt omdat investeringen, waaronder verbouwingen, worden betaald vanuit eigen middelen.
Verder bestaan de liquide middelen uit kasgelden en het saldo van de lopende rekeningen bij Rabobank, Ayden en Bunq. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van Firda met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.
Passiva
2.1 Eigen vermogen
Ultimo 2025 bedraagt het groepsvermogen € 145,5 mln. (2024: € 145,0 mln.).
Voor een toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar de enkelvoudige jaarrekening.
2.2 Voorzieningen
| 2.2 | Voorzieningen | Stand per 01/01/2025 | Dotaties | Onttrekkingen | Vrijval | Oprenting | Stand per 31/12/2025 | Kortlopend deel (<1 jaar) | Langlopend deel (> 1 jaar < 5 jaar) | Langlopend deel (> 5 jaar) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.2.1 | Personeelsvoorzieningen | |||||||||
| Voorziening wachtgeld | 1.241.651 | 563.268 | 868.951 | 0 | -5.814 | 930.154 | 512.120 | 415.328 | 2.706 | |
| Voorziening WGA | 5.940.529 | 1.777.389 | 115.919 | 0 | 0 | 7.601.999 | 861.180 | 2.468.332 | 4.272.487 | |
| Voorziening duurzame inzetbaarheid | 12.125.792 | 6.250.684 | 2.098.102 | 0 | 155.211 | 16.433.585 | 3.007.060 | 12.517.030 | 909.495 | |
| Voorziening jubileum | 2.002.870 | 716.414 | 193.775 | 307.334 | 11.660 | 2.229.835 | 122.802 | 585.474 | 1.459.615 | |
| Voorziening WAB tijdelijk contract | 623.741 | 149.551 | 111.068 | 0 | 0 | 662.224 | 635.511 | 26.713 | 0 | |
| Voorziening langdurige zieken | 1.289.598 | 514.443 | 0 | 0 | 0 | 1.804.040 | 1.558.460 | 245.580 | 0 | |
| 2.2.1 | Totaal personeelsvoorzieningen | 23.224.182 | 9.971.748 | 3.387.815 | 307.334 | 161.057 | 29.661.837 | 6.697.134 | 16.258.457 | 6.644.303 |
2.2.1 Personeelsvoorzieningen
De personele voorzieningen ultimo 2025 bestaan uit de voorziening wachtgeld, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract en langdurig zieken.
De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2025 is deze verplichting opgenomen voor 30 wachtgelders (2024: 35), waarvan de verplichting naar verwachting na 2025 doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord. Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 3,68% (2024: 3,04%). De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 2,97% (10 jaar staatsobligaties Nederland rente op 31-12-2025, 2024: 2,70%).
De WGA voorziening is gevormd vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA'ers (34; 2024: 28) en zieken (93; 2024: 71) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.
Duurzame inzetbaarheid senioren:
In de CAO MBO zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. In de CAO MBO betreft dit de regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Firda de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Voor het werkgeversdeel van de regeling is een voorziening gevormd.
De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.
Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. De kans van gebruikmaking van de regeling seniorenverlof is in 2025 opnieuw beoordeeld en daarop aangepast naar 38% voor 57-62 jaar (2024: 37%) en 38% bij 62 jaar en ouder (2024: 28%).
Per 31 december 2025 maken 222 medewerkers (2024: 206) gebruik van het seniorenverlof. Daarnaast maken 28 medewerkers (2024: 26) gebruik van de generatieregeling.
Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 3,68% (2024: 3,04%). De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 2,97% (10 jaar staatsobligaties Nederland rente op 31-12-2025, 2024: 2,70%).
De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 3,68% (2024: 3,04%) en een disconteringsrente van 2,97% (2024: 2,70%).
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Er is een voorziening gevormd voor contracten die voor balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.
Er is een voorziening langdurig zieken opgenomen voor medewerkers die tussen de 26 en 104 weken ziek zijn, rekening houdend met een revalidatiekans.
2.3 Langlopende schulden
| 2.3 Langlopende schulden | Stand 01/01/2025 > 1 jaar | Reclassificatie naar de kortlopende schulden | Stand 31/12/2025 > 1 jaar | Looptijd > 1 jaar en < 5 jaar | Looptijd > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| 2.3.3 Kredietinstellingen | 1.905.797 | 363.024 | 1.542.773 | 1.452.096 | 90.677 |
| 2.3 Totaal langlopende schulden | 1.905.797 | 363.024 | 1.542.773 | 1.452.096 | 90.677 |
Onder kredietinstellingen is een lening van de Rabobank opgenomen voor de financiering van gebouwen en terreinen. De jaarlijkse rente en aflossing worden betaald uit de jaarlijkse huisvestingvergoeding.
De oorspronkelijke hoofdsom van de resterende lening bedraagt € 9 mln. Ultimo boekjaar bedraagt de totale schuld aan Rabobank € 1,9 mln. (2024: € 2,3 mln.). Hiervan is het bedrag waarvoor de looptijd korter dan één jaar is (€ 363.024), opgenomen onder de kortlopende schulden aan kredietinstellingen (2.4.1), dit betreft het deel dat een verplichting aflossing kent. Het overige deel is aflossingsvrij tot einde looptijd. De rente van de lening is vast gedurende de looptijd. De rentevoet van de resterende lening bedraagt 1,8% over een deel van € 1,2 mln. en 2,1% over een deel van € 0,4 mln. De reële waarde benadert de boekwaarde.
Als zekerheid voor de afgesloten leningen geldt een garantie door de Stichting Waarborgfonds MBO zoals omschreven in de niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen.
2.4 Kortlopende schulden
| 2.4 | Kortlopende schulden | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|---|
| 2.4.1 | Kredietinstellingen | 363.024 | 363.024 |
| 2.4.2 | Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten | 0 | 2.115.006 |
| 2.4.3 | Crediteuren | 7.399.831 | 5.975.934 |
| 2.4.4 | Vooruitontvangen subsidies niet geoormerkt | 8.238.076 | 8.622.479 |
| 2.4.7 | Belastingen en premies sociale verzekeringen | ||
| Loonheffing | 9.253.020 | 8.453.623 | |
| Omzetbelasting | 32.179 | -26.974 | |
| Vennootschapsbelasting | 0 | 45.423 | |
| 2.4.7 | Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen | 9.285.199 | 8.472.072 |
| 2.4.8 | Schulden terzake van pensioenen | 2.467.248 | 2.354.245 |
| 2.4.10 | Overlopende passiva | ||
| Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden | 1.039.778 | 1.139.912 | |
| Vooruitontvangen subsidies geoormerkt | 5.849.655 | 4.946.121 | |
| Vooruitontvangen investeringssubsidies | 2.537.583 | 2.155.843 | |
| Vooruitontvangen gelden Firda voor Volwassenen | 1.926.465 | 0 | |
| Vakantiegeld en -dagen | 8.856.785 | 8.754.373 | |
| Overige overlopende passiva | 1.626.614 | 2.793.256 | |
| 2.4.10 | Totaal overlopende passiva | 21.836.880 | 19.789.506 |
| 2.4 | Totaal kortlopende schulden | 49.590.258 | 47.692.265 |
2.4.1 Kredietinstellingen
Het saldo onder kredietinstellingen betreft de aflossingsverplichtingen van de langlopende leningen in het jaar na balansdatum.
2.4.3 Crediteuren
Het crediteurensaldo is gestegen met € 1,4 mln. door in rekening gebrachte huisvestingslasten van bouw- en installatiebedrijven laat in het jaar.
2.4.10 Overlopende passiva
De schulden aan kredietinstellingen zijn gedaald als gevolg van aflossingen van leningen. Zie 2.3. langlopende schulden voor een nadere toelichting.
De schuld loonheffingen betreft de aangifte december 2025 ad € 9,3 mln. (2024: € 8,5 mln.). Dit wordt veroorzaakt door hogere lonen.
De rubriek vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden opgenomen is opgenomen voor € 1,0 mln. (2024: € 1,1 mln.) Dit betreft de cursusgelden welke in 2025 zijn ontvangen voor het collegejaar 2025-2026. Het deel wat betrekking heeft op 2026 is in de balans opgenomen.
De geoormerkte vooruitontvangen subsidies van OCW betreffen de geoormerkte subsidies die ontvangen zijn van OCW, maar in een volgend jaar worden ingezet. In model G op de volgende pagina is een overzicht van de betreffende subsidies opgenomen.
In 2025 is de post vooruitontvangen subsidies OCW toegenomen met € 0,9 mln, waarbij de grootste toenames zijn: € 1,3 mln. Firda Doet MDT (Maatschappelijk Diensttijd), € 0,9 mln. VABOK (versterking aansluiting beroepskolom) en € 0,8 mln. en LLO (Levenlang ontwikkelen). De grootste afnames betreffen € 1,0 mln. op VSV (voortijdig schoolverlaters) en € 0,4 mln. RIF (Regionaal Investeringsfonds).
De vooruitontvangen investeringssubsidies betreffen subsidies voor materiële activa, zoals gebouwen. De jaarlijkse vrijval ten gunste van het resultaat verloopt evenredig met de afschrijvingen van de betreffende activa.
In 2025 is er een post vooruitontvangen gelden Firda voor Volwassenen opgenomen. Tot 2024 werd deze verantwoord onder 2.4.2. Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten.
De schuld vakantiegeld- en dagen is licht gestegen naar € 8,9 mln. (2024: € 8,8 mln.). Het verlofsaldo is licht gedaald, maar de loonkosten zijn gestegen. Dit betreft stafpersoneel (ofwel niet onderwijsgevend personeel).
Financiële instrumenten:
Firda maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt- , rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.
Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.
Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.
Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een Treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. Firda heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.
Model G Verantwoording subsidies
G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt
| De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond | |||||
| Toewijzing | |||||
| Omschrijving | Kenmerk | Datum | Status | ||
| Subsidie studieverlof BVE 2024 | 1414332 | 20-08-2024 | ja | ||
| Subsidie studieverlof BVE 2024 | 1416715 | 20-09-2024 | ja | ||
| Subsidie studieverlof BVE 2024 | 1418753 | 22-10-2024 | ja | ||
| Subsidie studieverlof BVE 2024 | 1445253 | 20-11-2024 | ja | ||
| Subsidie studieverlof BVE 2024 | 1447316 | 19-12-2024 | ja | ||
| Subsidie studieverlof BVE 2025 | 1474679 | 20-06-2025 | onderhanden | ||
| Subsidie studieverlof BVE 2025 | 1480839 | 20-08-2025 | onderhanden | ||
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100004979 | 20-04-2023 | ja | ||
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100006954 | 22-05-2023 | ja | ||
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100007007 | 20-06-2023 | ja | ||
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100007052 | 20-07-2023 | ja | ||
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100007724 | 22-08-2023 | ja | ||
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100008930 | 21-11-2023 | ja | ||
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100011235 | 19-12-2023 | ja | ||
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100012681 | 20-02-2024 | ja | ||
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100015394 | 20-03-2024 | onderhanden | ||
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100016058 | 22-04-2024 | onderhanden | ||
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100016797 | 21-05-2024 | onderhanden | ||
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100016872 | 20-06-2024 | ja | ||
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100016908 | 22-07-2024 | onderhanden | ||
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100018090 | 20-11-2024 | onderhanden | ||
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100021683 | 19-12-2024 | onderhanden | ||
| Subsidie zij-instroom 2025 | 100025687 | 20-03-2025 | onderhanden | ||
| Subsidie zij-instroom 2025 | 100026564 | 22-04-2025 | onderhanden | ||
| Subsidie zij-instroom 2025 | 100027287 | 20-05-2025 | onderhanden | ||
| Subsidie zij-instroom 2025 | 100027856 | 20-08-2025 | onderhanden | ||
| Subsidie zij-instroom 2025 | 100029219 | 20-11-2025 | onderhanden | ||
| Subsidie zij-instroom 2025 | 100033440 | 19-12-2025 | onderhanden | ||
| Subsidie studieverlof instructeurs 2024 | 100016948 | 20-08-2024 | ja | ||
| Subsidie studieverlof instructeurs 2024 | 100018010 | 20-11-2024 | ja | ||
| Subsidie studieverlof instructeurs 2024 | 100021659 | 19-12-2024 | ja | ||
| Subsidie studieverlof instructeurs 2025 | 100027832 | 20-08-2025 | onderhanden | ||
| Subsidie studieverlof instructeurs 2025 | 100028730 | 22-09-2025 | onderhanden | ||
| Nazorg mbo 2022-2025 | NMBO24019 | 28-02-2024 | ja | ||
| Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom | VABOK230017 | 11-12-2023 | onderhanden | ||
| Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom | VABOK230018 | 11-12-2023 | onderhanden | ||
| Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom | VABOK24R2026 | 07-11-2024 | onderhanden | ||
| Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom | VABOK250010 | 29-08-2025 | onderhanden | ||
| LLO-oplossingen energie- en grondstoffentransitie (bouwsteen 2) | LLOO-K240008 | 28-08-2024 | onderhanden | ||
G2. Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule
G2a. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt aflopend per ultimo verslagjaar
| Model G: Verantwoording subsidies | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| G2A. Aflopend ultimo verslagjaar | |||||||||||||||
| Toewijzing | Bedrag | Ontvangen t/m | Totale subsidiabele kosten t/m | Saldo per 1 januari | Ontvangen in | Subsidiabele kosten in | te verrekenen per 31 december | ||||||||
| Omschrijving | Kenmerk | Datum | toewijzing | vorig verslagjaar | vorig verslagjaar | verslagjaar | verslagjaar | verslagjaar | verslagjaar | ||||||
| € | € | € | € | € | € | € | |||||||||
| Regionale aanpak voortijdig schoolverlaters 2020-2024 | OND/ODB-2020/3430 M | 11-09-2020 | 1.436.052 | 2.036.052 | *1 | 1.879.913 | 156.139 | 0 | 156.117 | 22 | |||||
| Regionale aanpak voortijdig schoolverlaters 2020-2024 | OND/ODB-2020/3431 M | 11-09-2020 | 477.172 | 477.172 | 476.656 | 516 | 0 | 0 | 516 | ||||||
| Regionale aanpak voortijdig schoolverlaters 2020-2024 | OND/ODB-2020/3432 M | 11-09-2020 | 1.087.368 | 1.087.368 | 1.055.798 | 31.570 | 0 | 31.570 | 0 | ||||||
| Verlenging Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten 2020-2024 | POR/202410/000039 | 14-11-2024 | 119.293 | 119.293 | 0 | 119.293 | 0 | 119.812 | -519 | ||||||
| Verlenging Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten 2020-2024 | POR/202410/000039 | 14-11-2024 | 509.013 | 509.013 | 62.500 | 446.513 | 0 | 446.560 | -47 | ||||||
| Verlenging Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten 2020-2024 | POR/202410/000039 | 14-11-2024 | 271.842 | 271.842 | 0 | 271.842 | 0 | 271.853 | -11 | ||||||
| Aanvullende subsidie Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten 1 aug-31 dec 2025 | POR/202503/000020 | 29-04-2025 | 211.061 | 0 | 0 | 0 | 211.061 | 211.013 | 48 | ||||||
| Aanvullende subsidie Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten 1 aug-31 dec 2025 | POR/202503/000020 | 29-04-2025 | 49.465 | 0 | 0 | 0 | 49.465 | 49.465 | 0 | ||||||
| Aanvullende subsidie Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten 1 aug-31 dec 2025 | POR/202503/000020 | 29-04-2025 | 112.719 | 0 | 0 | 0 | 112.719 | 112.719 | 0 | ||||||
| RIF Media Innovatie Campus | RIF20022 | 14-10-2020 | 1.403.118 | 1.403.118 | 1.181.119 | 222.000 | - | 221.585 | 415 | ||||||
| Totaal G2A | 5.677.103 | 5.903.858 | 4.655.986 | 1.247.873 | 373.245 | 1.620.694 | 424 | ||||||||
| *1 | |||||||||||||||
| Waarom is het ontvangen bedrag hoger dan de beschikking? De beschikking is exclusief het bedrag voor de Fierschool ad € 150k per kalenderjaar. | |||||||||||||||
| In het ontvangen bedrag zit dit bedrag wel verwerkt. De totale beschikking zou dan moeten zijn; | 1.436.052 | ||||||||||||||
| 600.000 | |||||||||||||||
| 2.036.052 | |||||||||||||||
G2b. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt doorlopend tot in een volgend verslagjaar
| Toewijzing | Bedrag | Ontvangen t/m | Totale subsidiabele kosten t/m | Saldo per 1 januari | Ontvangen in | Subsidiabele kosten in | te verrekenen per 31 december | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Kenmerk | Datum | toewijzing | vorig verslagjaar | vorig verslagjaar | verslagjaar | verslagjaar | verslagjaar | verslagjaar | ||||||
| € | € | € | € | € | € | € | |||||||||
| Practoraat Friese taal en geletterheid in de meertalige context | MBO 560193583 | 12-11-2024 | 2.500.000 | 213.867 | 44.500 | 169.367 | 566.467 | 371.147 | 364.687 | ||||||
| Vernieuwingsimpuls Visserijonderwijs | SKI/90004592 | 17-12-2024 | 960.000 | 92.500 | 8.416 | 84.084 | 155.000 | 76.345 | 162.739 | ||||||
| Firda DOET MDT | MDT250064 | 19-12-2025 | 2.161.557 | - | - | - | 1.296.934 | - | 1.296.934 | ||||||
| LLO BS2 - De Biobase | LLOO-G240022 | 01-05-2025 | 1.900.228 | - | - | - | 829.766 | 101.281 | 728.485 | ||||||
| VIVO Nationaal Netwerk Practoraten - VOP kavel 1 | DGNV/98093616 | 16-05-2025 | 584.950 | - | - | - | 93.592 | 80.295 | 13.298 | ||||||
| RIF Gastvrij Fryslân | RIF22002 | 08-06-2022 | 1.262.307 | 946.730 | 785.150 | 161.580 | 252.461 | 443.261 | -29.220 | ||||||
| Totaal G2B | 9.369.042 | 1.253.096 | 838.066 | 415.030 | 3.194.221 | 1.072.328 | 2.536.923 | ||||||||
Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
Waarborgfonds MBO
Firda is aangesloten bij de stichting Waarborgfonds MBO. Het waarborgfonds stelt zich borg ten gunste van geldgevers van geldleningen die voor huisvesting worden verstrekt aan bve-instellingen. Het borgen heeft veelal een rentevoordeel tot gevolg. Ultimo 2025 heeft Firda één lening bij het fonds geborgd.
Elke aangesloten instelling kan jaarlijks aangesproken worden tot maximaal 2% van de rijksbijdrage. Dit kan geschieden indien individuele instellingen hun financiële verplichtingen voor geborgde leningen niet meer kunnen voldoen. De maximaal latente claim bedraagt voor Firda jaarlijks circa € 5,0 mln. (2024: € 4,7 mln.).
Huurverplichtingen
De huurverplichtingen die Firda op balansdatum heeft en die een meerjarige looptijd hebben, zijn als volgt: € 4,0 mln. huurverplichting in 2026, € 12,5 mln. huurverplichting met een looptijd langer dan een jaar en korter dan vijf jaar € 2,2 mln. huurverplichtingen met een looptijd langer dan vijf jaar. Ten opzichte van voorgaand jaar is de huurverplichting gestegen omdat de huurcontracten Heerenveen (Sportstad) zijn verlengd tot 2031. Ook de huur van de locatie Neushoorn te Leeuwarden is verlengd tot 2030.
De huurverplichtingen >€ 1,0 mln. staan hieronder toegelicht en bestaan uit:
- € 12,6 mln. voor de locatie Sportstad te Heerenveen, huurperiode tot 30 juni 2031;
- € 2,8 mln. voor de locatie Nij Smellinge te Drachten, huurperiode tot 30 oktober 2037, met opt-out optie;
- € 1,2 mln. voor de locatie Neushoorn te Leeuwarden, huurperiode tot 31 juli 2030;
Overige operational leaseverplichtingen
Voor 16 auto's zijn operational leasecontracten afgesloten. De leaseverplichting in 2026 bedraagt € 140.278 en de verplichtingen over de periode 2027 t/m 2030 bedragen € 147.491. Er zijn geen leaseverplichtingen na 2030.
Overige contractuele verplichtingen
Overige contractuele verplichtingen bestaan uit:
- Onderhoud huisvesting € 16,8 mln. in 2026 en € 18,6 mln in 2027-2031;
- Schoonmaakcontracten € 3,8 mln. in 2026;
- Software € 5,3 mln. in 2026, € 6,4 mln. in 2027-2031 en € 3,4 mln. na 2031;
- Energielevering € 1,7 mln. in 2026 en € 3,6 mln. in 2027-2031;
- Catering € 1,3 mln. in 2026;
- Verzekeringen € 0,4 mln. in 2026;
- Lease van machines € 0,4 mln. in 2026.
Het contract dat na 2031 doorloopt, tot 1 augustus 2033, betreft het contract met Eduarte.