Toelichting op de enkelvoudige balans
Vaste activa
1.2 Materiële vaste activa
| 1.2 Materiële vaste activa | 1.2.1 Terreinen | 1.2.1 Gebouwen | 1.2.2 Inventaris en apparatuur | 1.2.4 In uitvoering en vooruit- betaling | Totaal materiële vaste activa |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2025 | 17.056.517 | 214.279.094 | 60.941.685 | 3.700.991 | 295.978.287 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2025 | -445.212 | -112.621.859 | -39.952.265 | 0 | -153.019.336 |
| Boekwaarde 01-01-2025 | 16.611.305 | 101.657.235 | 20.989.420 | 3.700.991 | 142.958.951 |
| Investeringen boekjaar | 233.620 | 10.104.857 | 9.163.936 | 15.240.728 | 34.743.141 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde (*) | -6.637 | -120.936 | -8.528.608 | -3.700.991 | -12.357.172 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) | 6.637 | 77.878 | 8.436.145 | 0 | 8.520.660 |
| Afschrijvingen lopend jaar | -179.285 | -6.857.909 | -5.445.614 | 0 | -12.482.808 |
| Aanschafwaarde 31-12-2025 | 17.283.500 | 224.263.015 | 61.577.014 | 15.240.728 | 318.364.257 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2025 | -617.860 | -119.401.890 | -36.961.734 | 0 | -156.981.484 |
| Boekwaarde 31-12-2025 | 16.665.640 | 104.861.125 | 24.615.281 | 15.240.728 | 161.382.774 |
1.2.1 Gebouwen en terreinen
In 2025 is er € 10,0 mln. in gebouwen en terreinen geïnvesteerd.
Hiervan heeft € 6,7 mln. betrekking op grootschalige verbouwing van de locatie Julianalaan in Leeuwarden en € 1,3 mln. op de uitbreiding van de maritieme campus op Urk.
Daarnaast is geïnvesteerd in verbetering, waaronder herindeling, verduurzaming en modernisering, op de volgende locaties en voor de volgende bedragen:
- € 0,8 mln. voor Saturnusweg en Sportstad in Heerenveen;
- € 0,6 mln. voor Espelerlaan in Emmeloord;
- € 0,6 mln. voor diverse kleinere verbouwingen op andere locaties.
1.2.2 Inventaris en apparatuur
In 2025 is € 9,2 mln. in inventaris en apparatuur geïnvesteerd (2024 € 8,0 mln.).
Er is € 4,2 mln. besteed aan hard- en software, zoals computers, laptops en smartboards. Verder is € 3,0 mln. besteed aan meubilair en € 1,8 mln. aan leermiddelen, met name voor horeca- en technische opleidingen. Daarnaast is voor € 0,2 mln. aan voertuigen aangeschaft ten behoeve van de opleidingen autotechniek en mobiliteit.
Er is voor € 8,5 mln. gedesinvesteerd in inventaris en apparatuur (2024: € 1,9 mln.). De piek wordt voor € 7,4 mln. veroorzaakt door een desinvestering op hard- en software, zoals computers, laptops en smartboards waarvan de levensduur is verstreken. Daarnaast is voor € 0,8 mln.aan meubilair en voor € 0,3 mln. aan leermiddelen gedesinvesteerd. Deze middelen zijn ingeruild of naar een goed doel gegaan.
1.2.4 In uitvoering en vooruitbetaling
In 2025 is € 15,2 mln. in uitvoering en vooruitbetaald.Hiervan heeft € 13,2 mln. betrekking op vooruitbetaalde posten met betrekking tot de grootschalige verbouwing op Wilaarderburen te Leeuwarden. Verder is € 0,8 mln. vooruitbetaald voor nieuwbouw vestiging Drachten en is € 0,6 mln. op inventaris en apparatuur.
1.3 Financiële vaste activa
| 1.3 Financiële vaste activa | Boekwaarde 01/01/2025 | Investeringen | Dividend | Resultaat deel- nemingen | Boekwaarde 31/12/2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| Deelneming in groepsmaatschappijen | 4.738.752 | 0 | 0 | 65.203 | 4.803.955 |
| Totaal financiële vaste activa | 4.738.752 | 0 | 0 | 65.203 | 4.803.955 |
De financiële activa betreft de 100%-deelneming in Firda voor Volwassenen B.V. te Leeuwarden, met een netto vermogenswaarde van € 4,8 mln. per 31 december 2025 (€ 4,7 mln. per 31 december 2024).
Vlottende activa
1.5. Vorderingen
| 1.5 | Vorderingen | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|---|
| 1.5.1 | Debiteuren algemeen | 912.146 | 2.383.867 |
| 1.5.5 | Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten | 663.818 | 805.956 |
| 1.5.6. | Vorderingen op overige overheden | 830.091 | 730.180 |
| 1.5.7 | Overige vorderingen | 1.239.140 | 1.298.060 |
| 1.5.8 | Overlopende activa | 2.025.732 | 1.207.182 |
| 1.5.9 | Voorzieningen wegens oninbaarheid | -58.000 | -90.000 |
| 1.5 | Totaal vorderingen | 5.612.927 | 6.335.244 |
De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.
1.5.1 Debiteuren
Afname in debiteurensaldo wordt met name veroorzaakt doordat afrekeningen over 2023, in 2024, later zijn gefactureerd. Hierdoor is in 2024 een verschuiving van overige vorderingen naar debiteuren zichtbaar. In 2025 is er tijdig gefactureerd waardoor dit effect in 2025 niet meer zichtbaar is.
1.5.8 Overlopende activa
De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2025 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2026. Dit betreffen onder andere softwarelicenties, verzekeringen, huur- en servicekosten en examengelden. De grootste posten zijn werknemersverzekeringen UWV ad € 0,5 mln., vooruitbetaalde licentiekosten Eduarte ad € 0,5 mln., vooruitbetaalde huur Sportstad Heerenveen ad € 0,5 mln. en vooruitbetaalde contributie Stichting Praktijkleren ad € 0,4 mln.
1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
| 1.5.9 | Voorziening wegens oninbaarheid | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | -90.000 | -117.000 | |
| Onttrekking | 37.270 | 36.940 | |
| Vrijval / Dotatie | -5.270 | -9.940 | |
| 1.5.9 | Stand per 31 december | -58.000 | -90.000 |
De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft met name studenten, BPV-bedrijven en een post doorbelaste huisvestingskosten.
1.7 Liquide middelen
| 1.7 | Liquide middelen | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|---|
| 1.7.1 | Kasmiddelen | 240 | 132 |
| 1.7.2 | Banken | 58.170.718 | 66.641.575 |
| 1.7 | Totaal liquide middelen | 58.170.958 | 66.641.707 |
Bij schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën is ultimo 2025 € 58,0 mln. ondergebracht (2024: € 66,5 mln.). Het banksaldo daalt omdat investeringen, waaronder verbouwingen, worden betaald vanuit eigen middelen.
Verder bestaan de liquide middelen uit kasgelden en het saldo van de lopende rekeningen bij Rabobank, Adyen en Bunq. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van Firda met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.
Passiva
2.1 Eigen vermogen
| 2.1 | Eigen vermogen | Stand per 01/01/2024 | Bestemming exploitatie-saldo 2024 | Stand per 31/12/2024 | Bestemming exploitatie-saldo 2025 | Stand per 31/12/2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.1.1 | Algemene reserve | 67.365.916 | 2.008.302 | 69.374.218 | -13.716.094 | 55.658.124 |
| 2.1.2 | Bestemmingsreserve (publiek) | |||||
| Huisvesting | 64.282.000 | 6.563.179 | 70.845.179 | 13.688.092 | 84.533.271 | |
| Reserve resultaat Firda voor Volwassenen | 0 | 245.170 | 245.170 | 65.203 | 310.373 | |
| Bestemmingsreserve Basisvaardigheden | 0 | 0 | 0 | 442.000 | 442.000 | |
| Bestemmingsreserve Onderwijs | 3.662.000 | -3.662.000 | 0 | 0 | 0 | |
| 2.1.2 | Totaal bestemmingsreserve (publiek) | 67.944.000 | 3.146.349 | 71.090.349 | 14.195.295 | 85.285.644 |
| 2.1.3 | Bestemmingsreserve (privaat) | 4.475.582 | 0 | 4.475.582 | 0 | 4.475.582 |
| 2.1.3 | Totaal bestemmingsreserve (privaat) | 4.475.582 | 0 | 4.475.582 | 0 | 4.475.582 |
| 2.1 | Totaal eigen vermogen | 139.785.498 | 5.154.651 | 144.940.149 | 479.201 | 145.419.350 |
Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, bestemmingsreserve publiek en de bestemmingsreserve privaat. Het exploitatiesaldo 2025 is opgenomen in de kolom bestemming exploitatiesaldo 2025.
2.1 Resultaatbestemming 2025
Er is € 13,7 mln. gedoteerd aan de bestemmingsreserve huisvesting op basis van het huisvestingsresultaat. Als gevolg van de beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten is het resultaat van Firda voor Volwassenen B.V. vanaf boekjaar 2024 toegevoegd aan de publieke reserves, in een separate bestemmingsreserve ‘Reserve resultaat Firda voor Volwassenen’. Deze separate bestemmingsreserve is gevormd om inzicht te houden in het resultaat van Firda voor Volwassenen B.V. Daarnaast is een bestemmingsreserve basisvaardigheden gevormd ad € 0,4 mln. Het resterende deel van het resultaat wordt toegevoegd aan de algemene reserves.
De huisvestingsreserve heeft als doelstelling om een reserve te vormen voor toekomstige kosten als gevolg van gestegen bouw- en huurprijzen. De bestemmingsreserve onderwijs heeft als doelstelling om een reserve te vormen om financiële effecten op te vangen die onder andere gevolg zijn van een een afwijkende jaarcyclus (schooljaar in plaats van boekjaar) op onderwijsvestigingen.
Daarnaast is een bestemming basisvaardigheden gevormd welke eind 2026 is ontvangen, ten behoeve van aanvullend onderwijs in taalvaardigheid, wiskunde en burgerschap.
2.1.1 Algemene reserve
De algemene reserve is bedoeld als risicobuffer voor onvoorziene tekorten in de exploitatie. De ondergrens is berekend op € 13,1 mln., zijnde 5% van de Rijksbijdragen.
2.2 Voorzieningen
| 2.2. Voorzieningen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.2 | Voorzieningen | Stand per 01/01/2025 | Dotaties | Onttrekkingen | Vrijval | Oprenting | Stand per 31/12/2025 | Kortlopend deel (<1 jaar) | Langlopend deel (> 1 jaar < 5 jaar) |
| 2.2.1 | Personeelsvoorzieningen | ||||||||
| Voorziening wachtgeld | 1.241.651 | 563.268 | 868.951 | 0 | -5.814 | 930.154 | 512.120 | 415.328 | |
| Voorziening WGA | 5.940.529 | 1.777.389 | 115.919 | 0 | 0 | 7.601.999 | 861.180 | 2.468.332 | |
| Voorziening duurzame inzetbaarheid | 12.125.792 | 6.250.684 | 2.098.102 | 0 | 155.211 | 16.433.585 | 3.007.060 | 12.517.030 | |
| Voorziening jubileum | 1.951.412 | 704.494 | 193.775 | 305.899 | 11.660 | 2.167.892 | 122.802 | 585.474 | |
| Voorziening WAB tijdelijk contract | 623.741 | 149.551 | 111.068 | 0 | 0 | 662.224 | 635.511 | 26.713 | |
| Voorziening langdurige zieken | 1.289.598 | 514.443 | 0 | 0 | 0 | 1.804.040 | 1.558.460 | 245.580 | |
| 2.2.1 | Totaal personeelsvoorzieningen | 23.172.724 | 9.959.828 | 3.387.815 | 305.899 | 161.057 | 29.599.894 | 6.697.134 | 16.258.457 |
2.2.1 Personeelsvoorzieningen
De personele voorzieningen ultimo 2025 bestaan uit de voorziening wachtgeld, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract en langdurig zieken.
De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2025 is deze verplichting opgenomen voor 30 wachtgelders (2024: 35), waarvan de verplichting naar verwachting na 2025 doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord. Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 3,68% (2024: 3,04%). De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 2,97% (10 jaar staatsobligaties Nederland rente op 31-12-2025, 2024: 2,70%).
De WGA voorziening is gevormd vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA'ers (34; 2024: 28) en zieken (93; 2024: 71) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.
Duurzame inzetbaarheid senioren:
In de CAO MBO zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. In de CAO MBO betreft dit de regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Firda de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Voor het werkgeversdeel van de regeling is een voorziening gevormd.
De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.
Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. De kans van gebruikmaking van de regeling seniorenverlof is in 2025 opnieuw beoordeeld en daarop aangepast naar 38% voor 57-62 jaar (2024: 37%) en 38% bij 62 jaar en ouder (2024: 28%).
Per 31 december 2025 maken 222 medewerkers (2024: 206) gebruik van het seniorenverlof. Daarnaast maken 28 medewerkers (2024: 26) gebruik van de generatieregeling.
Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 3,68% (2024: 3,04%). De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 2,97% (10 jaar staatsobligaties Nederland rente op 31-12-2025, 2024: 2,70%).
De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 3,68% (2024: 3,04%) en een disconteringsrente van 2,97% (2024: 2,70%).
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Er is een voorziening gevormd voor contracten die voor balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.
Er is een voorziening langdurig zieken opgenomen voor medewerkers die tussen de 26 en 104 weken ziek zijn, rekening houdend met een revalidatiekans.
2.4 Kortlopende schulden
| 2.4 | Kortlopende schulden | 31/12/2025 | 31/12/2024 |
|---|---|---|---|
| 2.4.1 | Kredietinstellingen | 363.024 | 363.024 |
| 2.4.3 | Crediteuren | 7.381.265 | 5.966.446 |
| 2.4.4 | Vooruitontvangen subsidies niet-geoormerkt | 8.238.076 | 8.622.479 |
| 2.4.5 | Schulden aan groepsmaatschappijen | 6.058.858 | 5.665.925 |
| 2.4.7 | Belastingen en premies sociale verzekeringen | 32.179 | -26.974 |
| Loonheffing | 9.252.958 | 8.453.623 | |
| 2.4.7 | Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen | 9.285.137 | 8.426.649 |
| 2.4.8 | Schulden terzake van pensioenen | 2.467.248 | 2.354.245 |
| 2.4.10 | Overlopende passiva | ||
| Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden | 1.039.778 | 1.139.912 | |
| Vooruitontvangen subsidies geoormerkt | 5.849.655 | 4.414.552 | |
| Vooruitontvangen investeringssubsidies | 2.537.583 | 2.016.658 | |
| Vakantiegeld en -dagen | 8.856.758 | 8.754.373 | |
| Overige overlopende passiva | 1.330.545 | 2.931.049 | |
| 2.4.10 | Totaal overlopende passiva | 19.614.319 | 19.256.544 |
| 2.4 | Totaal kortlopende schulden | 53.407.927 | 50.655.312 |
De schulden aan kredietinstellingen zijn gedaald als gevolg van aflossingen van leningen. Zie 2.3. langlopende schulden voor een nadere toelichting.
De schuld loonheffingen betreft de aangifte december 2025 ad € 9,3 mln. (2024: € 8,5 mln.). Dit wordt veroorzaakt door hogere lonen.
De rubriek vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden opgenomen is opgenomen voor € 1,0 mln. (2024: € 1,1 mln.) Dit betreft de cursusgelden welke in 2025 zijn ontvangen voor het collegejaar 2025-2026. Het deel wat betrekking heeft op 2026 is in de balans opgenomen.
De geoormerkte vooruitontvangen subsidies van OCW betreffen de geoormerkte subsidies die ontvangen zijn van OCW, maar in een volgend jaar worden ingezet. In model G op de volgende pagina is een overzicht van de betreffende subsidies opgenomen.
In 2025 is de post vooruitontvangen subsidies OCW toegenomen met € 1,4 mln, waarbij de grootste toenames zijn: € 1,3 mln. Firda Doet MDT (Maatschappelijk Diensttijd), € 0,9 mln. VABOK (versterking aansluiting beroepskolom) en € 0,8 mln. en LLO (Levenlang ontwikkelen). De grootste afnames betreffen € 1,0 mln. op VSV (voortijdig schoolverlaters) en € 0,4 mln. RIF (Regionaal Investeringsfonds).
De vooruitontvangen investeringssubsidies betreffen subsidies voor materiële activa, zoals gebouwen. De jaarlijkse vrijval ten gunste van het resultaat verloopt evenredig met de afschrijvingen van de betreffende activa.
De schuld vakantiegeld- en dagen is licht gestegen naar € 8,9 mln. (2024: € 8,8 mln.). Het verlofsaldo is licht gedaald, maar de loonkosten zijn gestegen. Dit betreft stafpersoneel (ofwel niet onderwijsgevend personeel).