Spring naar inhoud

Bijlage 2 - Verantwoording Regioplan Krimpaanpak Friesland 

Inleiding en bestuurlijke samenvatting

In 2025 heeft Firda de aanvullende middelen ter compensatie van de dalende studenteninstroom (krimpmiddelen)ingezet om de onderwijskwaliteit, toegankelijkheid en regionale aansluiting te borgen en te versterken. De inzet van de middelen sluit aan bij het vastgestelde Regioplan Krimpaanpak Friesland en draagt bij aan het behoud van een toekomstbestendig opleidingsaanbod in Friesland.

Firda ontvangt gedurende drie jaar €3,3 miljoen per jaar aan krimpmiddelen. Het totale bedrag van €9,9 miljoen wordt ingezet over een periode van vier jaar (2025–2028).

In 2025 is €3,4 miljoen gerealiseerd ten opzichte van een begroting van €4,5 miljoen. De lagere realisatie hangt samen met capaciteitsdruk, latere start van enkele trajecten en een bewuste fasering van activiteiten.Niet-bestede middelen zijn per 31 december 2025 toegevoegd aan een geoormerkte bestemmingsreserve, zodat deze in latere jaren alsnog volledig worden ingezet conform het krimpplan.

De inzet van de middelen richtte zich in 2025 op de volgende zes pijlers:

  1. Bestuurlijke herstructurering en het vormgeven van zes mbo-colleges
  2. Spreiding en versterking van het opleidingenaanbod voor de regio en tekortsectoren binnen Friesland
  3. Vergroten van de instroom in het volwassenenonderwijs in tekortsectoren
  4. Blended learning en educatieve technologie
  5. Ontwikkeling en implementatie van havistenroutes
  6. Regionale samenwerkingsprojecten

Financiële verantwoording 2025

De realisatie van de krimpmiddelen in 2025 blijft achter bij de oorspronkelijke begroting. Daar waar plannen reeds concreet waren bij het opstellen van het krimpplan, loopt de realisatie grotendeels in de pas met de begroting. Dit geldt met name voor fusie-instandhouding, educatieve technologie en de Beroepsacademie.

Bij andere onderdelen is sprake van onderbesteding. De uitvoering van het plan gericht op vergroting van de instroom in het volwassenenonderwijs is later op gang gekomen vanwege beperkte personele capaciteit, met name in technische domeinen waar een tekort aan deskundige docenten bestaat. Daarnaast zijn binnen het onderdeel fusie-transitie activiteiten later gestart door hoge werkdruk binnen teams.

De niet-bestede middelen zijn toegevoegd aan een specifieke bestemmingsreserve. Hierdoor is geborgd dat alle ontvangen krimpmiddelen in de komende jaren alsnog worden ingezet ten behoeve van het krimpplan voor Friesland.

Toelichting Activiteiten en resultaten

3.1 Bestuurlijke herstructurering en vormgeving mbo-colleges

Binnen het kader van fusie-instandhouding zijn extra middelen ingezet bij de mbo-colleges Heerenveen, Drachten en Emmeloord. Deze middelen zijn gebruikt om het beleid te realiseren waarin elk mbo-college, ook bij lagere studentenaantallen, een breed en toegankelijk opleidingsaanbod blijft verzorgen. Dit betekent onder andere:

  • behoud van Entree-opleidingen en een breed niveau 2-aanbod;

  • minimaal een toereikend aanbod in de sectoren Techniek en Zorg op niveau 3 en 4;

  • instandhouding van opleidingen die van groot belang zijn voor de sociaaleconomische ontwikkeling van de regio, ook wanneer deze bij lage studentenaantallen financieel kwetsbaar zijn, zoals maritieme opleidingen.

In kleine onderwijsteams blijft de werkdruk hoog, ondanks de inzet van krimpmiddelen. Een aanzienlijk deel van de werkzaamheden blijft noodzakelijk, ook bij lagere studentenaantallen per domein of crebo, om de basiskwaliteit te borgen en te voldoen aan wet- en regelgeving.Om die reden zal in de komende jaren een verschuiving plaatsvinden in de besteding van krimpmiddelen van fusie-generiek en fusie-transitie naar fusie-instandhouding. Een gedegen analyse van het opleidingsportfolio, met name voor niveau 3 en 4, vormt hiervoor een belangrijke basis.

3.2 Vergroten instroom volwassenenonderwijs in tekortsectoren

Om de dalende studenteninstroom op te vangen en regionale tekorten in met name techniek en bouw te verkleinen, is in 2025 geïnvesteerd in relatiebeheer, marketing en het versterken van processen rondom opleidingsaanvragen voor volwassenen.

Uitgevoerde activiteiten:

  • Aanstellen van twee relatiebeheerders (intern en extern).
  • Inzet van vijf docenten die één dag per week bij bedrijven opleidingsvragen inventariseren.
  • Intensieve publiciteit via evenementen, drukwerk, online kanalen, billboards en lokale media.
  • Verkenning van een nieuw CRM-systeem ter ondersteuning van werving en matching (besluitvorming eind 2025, implementatie voorzien in 2026).

Bereikte resultaten:

  • Bezoek aan meer dan 250 bedrijven.
  • Vertienvoudiging van het webverkeer naar de pagina’s voor volwassenenonderwijs.
  • Stijging van de verkoop van opleidingsproducten met meer dan 10%; binnen bouw en techniek bijna 20%.
  • Versterking van regionale samenwerking met onder andere UWV, gemeenten, SBB, brancheorganisaties en uitzendbureaus.

Deze inzet versterkt de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en draagt bij aan het behoud van opleidingscapaciteit in krimpregio’s.

3.3 Blended learning en educatieve technologie

In 2025 is de digitale infrastructuur voor hybride onderwijs volledig geïmplementeerd en operationeel gemaakt. Het platform wordt inmiddels door meer dan 5.000 studenten actief gebruikt en vormt de basis voor verdere flexibilisering van het onderwijs.

Bereikte resultaten:

  • Ontwikkeling van blended modules voor Zorg(vijf keuzedelen volwassenenonderwijs), Techniek (metaalbewerking en instructievideo’s) en Maritiem/Meubelmakerij (onder andere scheepsbetimmering).
  • Verplichte professionalisering van 50 docenten binnen één domein en aanvullende verdiepende trainingen voor 30 docenten.
  • Structurele borging door de inzet van een team Educatieve Technologie (8 fte).
  • Vergroting van wendbaarheid en aantoonbare kwaliteitsverbetering door inzet van multimedia en tijdsonafhankelijke theorie-instructie.

De inzet van blended learning vergroot de toegankelijkheid van onderwijs in krimpregio’s doordat flexibiliteit toeneemt, reistijd wordt verminderd en opleidingen beter aansluiten bij regionale arbeidsmarktbehoeften. In 2025 is € 300.000 aan krimpmiddelen ingezet voor deze activiteiten. Vanaf 2026 wordt de borging organisatorisch ondergebracht bij de afdeling Innovatie & Informatie (I&I).

3.4 Havistenroutes binnen de Firda

Ter bevordering van doorstroom en behoud van instroom is in 2025 gewerkt aan de ontwikkeling en implementatie van havistenroutes in kansrijke beroepsrichtingen.

Bereikte resultaten:

  • Per augustus 2025 zijn drie havistenroutes operationeel, conform het Firda-brede concept.
  • Ontwikkeling van een ondersteunende tool voor opleidingsteams bij het ontwerpen van leertrajecten.
  • Intensieve samenwerking met vavo, vo-scholen, NHL Stenden en betrokken opleidingsteams.
  • Maatwerk per mbo-college voor verschillende havistenpopulaties.

De havistenroutes vergroten de toegankelijkheid van beroepsonderwijs voor nieuwe doelgroepen, versterken de doorstroom tussen vo, vavo, mbo en hbo en dragen bij aan behoud van instroom in krimpregio’s. In 2025 zijn hiervoor geen afzonderlijke financiële posten verantwoord; de inzet van krimpmiddelen was geïntegreerd in bestaande personele inzet en ontwikkeltijd.

3.5 Regionale samenwerkingsprojecten

Onderzoek instandhouding maritieme opleidingen
In 2025 is een brede verkenning uitgevoerd naar het behoud van maritiem nautisch onderwijs in Friesland. Op basis van analyses van studentenaantallen, formatie en exploitatie zijn scenario’s ontwikkeld voor intensivering van de samenwerking tussen Firda en Nova College.

Er is een verkenning gestart tot een uitgevoerd naar de instandhouding van maritiem nautisch onderwijs in Friesland. Er zijn drie verschillende scenario’s geanalyseerd die betrekking hebben op de intensivering van de samenwerking tussen Nova Harlingen en Firda (Urk en/of Sneek).

Doorlopende leerlijnen en aanvullende samenwerking
Concrete acties op het gebied van doorlopende leerlijnen vmbo–mbo Maritieme Techniek zijn voorbereid maar nog niet uitgevoerd. Dit traject wordt in 2026 actief opgepakt, in samenwerking met Aeres en regionale partners.

Daarnaast zijn voorbereidingen getroffen voor samenwerking gericht op ondersteuning van anderstalige studenten en kwetsbare jongeren, waaronder thuiszitters en jongeren met risico op uitval.Doel is een zachte landing richting Entree en doorstroom naar niveau 2. Deze trajecten worden in 2026 actief opgepakt.

Reflectie

De inzet van krimpmiddelen in 2025 laat zien dat het behoud van opleidingsaanbod in krimpregio’s steeds meer vraagt om structurele regionale samenwerking en bewuste keuzes in instandhouding. De eerste fase stond in het teken van analyse, scenario-ontwikkeling en bestuurlijke afstemming. Tegelijkertijd blijkt dat instandhouding van kwaliteit en toegankelijkheid bij dalende aantallen meer capaciteit vraagt dan vooraf voorzien.

Vooruitblik 2026

In 2026 richt Firda zich op:

  • verdere opschaling van blended en hybride onderwijsmodules;
  • implementatie van het nieuwe CRM-systeem;
  • doorontwikkeling en borging van havistenroutes en doorstroomlycea;
  • versterking van het regionale volwassenenonderwijs;
  • structurele inbedding van wendbaar en responsief onderwijs binnen onderwijs, HRM en I&I;
  • concretisering van afspraken met Nova College en Aeres over de toekomst van maritieme opleidingen;
  • voortgang richting een intensivering van maritiem binnenvaartonderwijs;
  • activering van doorlopende leerlijnen vmbo–mbo Maritieme Techniek;
  • herstart van trajecten voor ondersteuning van anderstalige studenten;
  • uitwerking van een regionaal programma voor kwetsbare jongeren met een zachte landing richting Entree.