Spring naar inhoud

Financiën en continuïteit​

3.1 Financiën​

Financiële resultaatontwikkeling

Het resultaat van Firda over 2023 is beter dan verwacht. Als gevolg van de kosten voor de fusie, de gestegen energielasten en extra uitgaven als gevolg van NPO activiteiten was een aanzienlijk negatief resultaat begroot van – 11,5 mln. Het financiële resultaat is uitgekomen op 4,9 mln., een positieve afwijking van 16 mln. Als gevolg van dit positieve resultaat is de solvabiliteit van Firda in 2023 toegenomen.

Het grote verschil ten opzichte van het eerder verwachte tekort van 11,5 mln. komt vooral door  incidentele resultaten. Ten eerste betreft dit de bijstelling van de lumpsumbeschikking van OCW als gevolg van de loon- en prijscompensatie. Deze is over 2023 veel hoger uitgevallen dan vooraf aangenomen, onder andere doordat er extra prijscompensatie heeft plaatsgevonden voor de sterk gestegen inflatie in 2022. Dit levert een voordeel op van 5,5 mln. t.o.v. de begroting. Ten tweede is er een wijziging van de verslaggevingsregels rondom de opbrengstverantwoording van de kwaliteitsagenda middelen. Vanaf 2023 mogen deze baten niet langer worden gematcht met de uitgaven maar moeten worden verantwoord in het jaar van ontvangst. Dit levert in 2023 een vrijval op van bijna 10 mln. Dit betreft de onderbesteding over de gehele periode van het bestuursakkoord 2019 t/m 2023. Met name in 2022 en 2023 liep de uitvoering van de plannen vertraging op als gevolg van de vele fusie gerelateerde projecten. Om een deel van deze middelen in 2024 alsnog in te kunnen zetten zal een deel van het resultaat een specifieke bestemming krijgen in de reserve van Firda (de zogenaamde bestemmingsreserve onderwijs).

De loonkosten zijn iets gunstiger uitgevallen dan verwacht. De formatie ontwikkeling lag in lijn met de begroting, de loonkosten per medewerker zijn onder begroting uitgekomen (exclusief het effect van de nieuwe CAO). Daar staat een hogere dotatie m.b.t. de personele voorzieningen tegenover. Dit is met name het gevolg van het harmoniseren van de berekeningswijze voor de voorziening seniorenverlof en WGA van de twee voormalige ROC’s. Daarnaast is er een toename van de schuld vakantiedagen doordat er een stijging is van het aantal niet opgenomen vakantiedagen per medewerker ultimo 2023.

In 2023 zijn er eenmalige uitgaven geweest als gevolg van de fusie. Dit betreft een bedrag van ruim 5 mln. euro. De grootste uitgave betreft de implementatie van een nieuwe gezamenlijke huisstijl. Daarnaast is er extra inhuur geweest voor de diverse ICT integratie projecten en voor de fusie programmaleiding.

Toelichting op de exploitatieposten realisatie versus begroting

De rijksbijdragen zijn € 26 mln. hoger uitgekomen dan begroot. Enerzijds betreft dit een bijstelling van de lumpsum over 2023 van 15,3 miljoen als gevolg van de loon- en prijscompensatie, hier staan deels hogere loonkosten tegenover als gevolg van de CAO. Daarnaast is er sprake van een hogere rijksbijdrage door de niet begrote vrijval van bijna 10 mln. m.b.t. de kwaliteitsagenda middelen.  

    2023 begroting 2022   2023 tov begr 2023 tov 2022
               
3. BATEN              
               
3.1 Rijksbijdragen    238.570   213.113   223.481     25.457   15.089 
3.2 Overige overheidsbijdragen    3.419   3.318   3.198     101   221 
3.3 Cursusgeld    3.182   3.197   2.149     -15   1.033 
3.4 Baten werk voor derden    14.471   12.114   13.031     2.357   1.440 
3.5 Overige baten    5.754   3.523   5.475     2.231   279 
3. Baten    265.396   235.265   247.333     30.131   18.063 
               
4. LASTEN              
               
4.1 Personele lasten    204.330   191.167   192.952     13.163   11.378 
4.2 Afschrijvingen    10.484   11.057   11.716     -573   -1.232 
4.3 Huisvestingslasten    19.082   19.027   14.292     55   4.790 
4.4 Overige lasten    30.266   24.935   26.442     5.331   3.824 
4. Lasten    264.162   246.186   245.402     17.976   18.760 
               
RESULTAAT VOOR INTEREST EN BELASTING    1.234   -10.921   1.931     12.155   -697 
               
5. FINANCIEEL              
               
5.1 Financiele baten    4.302   -   605     4.302   3.697 
5.4 Financiele lasten    509   590   524     -81   -15 
5. Financiele baten en lasten    3.793   -590   81     4.383   3.712 
               
RESULTAAT    5.027   -11.511   2.012     16.538   3.015 
               
6. BELASTINGEN              
               
6. Belastingen    79   -   35     79   44 
6. Belastingen    79   -   35     79   44 
               
NETTO RESULTAAT    4.948   -11.511   1.977     16.459   2.971 

De personele lasten kwamen hoger uit als gevolg van de nieuwe CAO (effect € 8,5 mln.) en als gevolg van een toename van de post personele voorzieningen (effect 4,8 mln.). Daar stond tegenover dat de gemiddelde personele last per medewerker iets onder begroting is uitgekomen. Over heel 2023 lag het gemiddelde ziekteverzuim van Firda op 5,9%, wat iets onder het gemiddelde is van de MBO sector (6,3%).

De afschrijvingen lagen onder begroting doordat er in 2023 sprake was van een lager niveau aan investeringen. De uitvoering van een aantal investeringen start later als gevolg van nieuwe inzichten,  en andere prioriteiten in verband met de fusie. De huisvestingslasten zijn op begroting uitgekomen echter t.o.v. 2022 is er sprake van een forse stijging. Dit is grotendeels te wijten aan de sterk gestegen inkoopprijs van gas en energie. Daarnaast is er sprake van een aanzienlijke prijsstijging voor de kosten van onderhoud en verbouwprojecten. In de toename van de overige lasten zien we de effecten van de toegenomen inflatie terug. Veel leveranciers hebben de prijs van hun diensten met 5% of meer verhoogd.  

De financiële baten betreft de ontvangen rente op de liquide middelen. Deze rentebaten waren ten tijde van het opstellen van de begroting van 2023 niet voorzien. Daarnaast is onder de financiële baten een post opgenomen voor het contant maken van de personele voorzieningen. Hier staat een kostenpost van gelijke omvang tegenover die is opgenomen onder de personele lasten. 

Kasstromen 2023

In 2023 zijn de liquide middelen toegenomen als gevolg van het positieve resultaat, een laag bedrag aan investeringen en de ontvangst van het resultaatafhankelijke deel van de kwaliteitsmiddelen. De omvang van de liquide middelen steeg in 2023 met € 21 mln. naar € 87 mln.

    2023 2022   verschil
           
Resultaat voor interest en belasting    1.234   1.931     1.234 
Afschrijvingen    10.484   11.721     10.484 
Mutatie voorzieningen    8.436   2.257     8.436 
Buitengewoon resultaat    -   -479     - 
Mutatie werkkapitaal    9.077   -4.395     9.077 
Interest en belastingen    2.084   82     2.084 
Operationele cashflow    31.316   11.116     31.316 
           
Investeringen    -4.297   -5.401     -4.297 
Financiering    -6.016   -1.769     -6.016 
Mutatie liquide middelen    21.003   3.946     21.003 

De mutatie voorzieningen betreft een toename van de personele voorzieningen als gevolg van een schattingswijziging bij de WGA en het seniorenverlof. De mutatie werkkapitaal bestaat voornamelijk uit de betaling van 10,2 mln. door OCW van het resultaat afhankelijke deel van de kwaliteitsmiddelen die eind 2022 als vordering op de balans stond. De interest die is ontvangen betreft de rentevergoeding op het saldo van de lopende rekening bij Ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Naast de reguliere aflossing zijn de twee leningen van de BNG en tranche 4 en 5 van de Rabobank lening versneld afgelost. Dit als gevolg van de gunstige ontwikkeling van de rentetarieven in 2023. 

Financiële situatie op balansdatum

Firda staat er financieel zeer gezond voor. De solvabiliteit ligt met 66,6% boven het gemiddelde van de MBO sector (59%) en ruim boven de ondergrens van 30% die de onderwijsinspectie hanteert. Ondanks deze hoge solvabiliteit is er geen sprake van bovenmatige reserves (zie de continuïteitsparagraaf). Een groot deel van het eigen vermogen wordt aangewend voor de financiering van huisvesting. 

    12-31-2023 01- 1-2023   verschil
Solvabiliteit   66,6% 66,1%   0,5%
Liquiditeit    2,1   1,9     0,2 
Rentabiliteit   1,9% 0,8%   1,1%

De liquiditeit, de verhouding tussen de vlottende activa en kortlopende schulden, ligt ultimo 2023 op  2,1. De stijging van de liquiditeit ten opzichte van 2022 wordt veroorzaakt door de toename van de liquide middelen zoals toegelicht bij het kasstromen overzicht. De liquiditeit ligt daarmee in lijn met de MBO sector (1,9) en ruim boven de nieuwe signaleringswaarde van de onderwijsinspectie, die 0,75 bedraagt.


3.2 Continuïteitsparagraaf​

In de continuïteitsparagraaf kijken we vijf jaar vooruit naar ontwikkelingen op belangrijke punten van beleid en organisatie en de gevolgen daarvan voor de financiële exploitatie en balanspositie. 

Meerjarenraming

In onderstaande tabel staat de meerjarenraming voor Firda.

Exploitatie Firda
(* € 1 miljoen)
Realisatie 2023 Begroting 2024 Prognose 2025 Prognose 2026 Prognose 2027 Prognose 2028
Rijksbijdragen  238,6   227,8   217,6   213,5   209,6   206,1 
Ov. overheidsbijdragen  3,4   4,3   3,9   3,7   3,5   3,4 
Cursus en examengelden  3,2   3,2   3,1   3,0   2,8   2,7 
Baten i.o.v. derden  14,5   12,7   11,5   11,0   10,6   10,2 
Overige baten  5,8   3,6   4,0   3,9   3,7   3,6 
Totaal baten  265,4   251,6   240,1   235,1   230,2   226,0 
Personeel  204,3   200,9   188,3   179,1   174,3   170,6 
Afschrijvingen  10,5   11,7   11,9   13,1   13,6   13,7 
Huisvesting  19,1   19,7   19,8   19,6   18,7   18,5 
Overig  30,3   27,2   25,8   25,2   24,6   24,1 
Totaal lasten  264,2   259,5   245,9   237,0   231,2   227,0 
Financiële baten en lasten  3,8   2,0   1,7   1,2   1,0   1,0 
Resultaat voor belasting  5,0   5,9-  4,1-  0,7-  -   - 
Belastingen  0,1   -   -   -   -   - 
Netto resultaat  4,9   5,9-  4,1-  0,7-  -   - 

In 2024 wordt een negatief resultaat geraamd van € 5,9 mln. Dit negatieve resultaat vloeit voort uit de ambities die bij de fusie zijn geformuleerd. De speerpunten zoals openomen in het Firda jaarplan 2024 zien we qua financiën vooral terug in de begroting van de twee centrale programma’s voor onderwijsontwikkeling en professionalisering en het expertisecentrum studentenservice. Daarnaast worden zogenaamde impulsmiddelen ingezet voor een drietal MBO colleges. Met deze middelen willen we ons opleidingsportfolio aan de randen van onze verzorgingsgebied verstevigen. Er zijn in 2024 fusiegerelateerde kosten vanwege de samenvoeging van opleidingen in Leeuwarden en de verdere integratie van ons ICT landschap. Zonder deze posten is er sprake van een sluitende begroting.

De meerjarenraming laat een herstel van het exploitatieresultaat zien, wat enerzijds het gevolg is van het feit dat de fusiegerelateerde kostenposten worden afgebouwd en anderzijds doordat synergievoordelen worden gerealiseerd. In het resultaat van 2026 is er nog sprake van een negatief exploitatieresultaat op huisvesting, dit wordt echter gecompenseerd door de verwachte rentebaten. In het nieuwe strategische huisvestingsplan van Firda is het lange termijn doel om vanaf 2027 weer te werken met een sluitende begroting. 

Aan de batenkant zien we een gestage afname van de rijksbekostiging. Dit is het gevolg van de krimp in studentenaantallen door een afnemende instroom vanuit het voortgezet onderwijs. Met name voor 2025 wordt een aanzienlijke daling van de lumpsum voorzien als gevolg van de teruglopende studentenaantallen in schooljaar 2023-2024. Om deze ontwikkeling te beheersen maken we gebruik van een strategisch personeelsplan en het strategisch huisvestingsplan. Voor het sturen van de formatie houden we een hoge flexibele schil aan van minimaal 15%. Met behulp van deze  instrumenten en onze planning en control cyclus zijn we in staat om jaarlijks onze personele en materiele lasten in lijn te brengen met de rijksbijdragen.  

Ontwikkeling studentenaantallen

Het aantal studenten is in het schooljaar 2022-2023 met 5,5% afgenomen t.o.v. het schooljaar daarvoor. De daling zit vooral in de BOL opleidingen met 7%. Dit als gevolg van een lagere instroom vanuit het VO, een afname van de doorstroom en een relatief hoge uitstroom.  

De verhoogde uitstroom heeft als oorzaak het hoge aantal gediplomeerden nu de studie achterstanden, die ontstonden door corona, zijn ingelopen. De interne doorstroom is afgenomen als gevolg van de sterke arbeidsmarkt waardoor jongeren sneller een baan vinden. 

Studentenaantal bekostigd per 1/10 Realisatie 2022 Realisatie 2023 Prognose 2024 Prognose 2025 Prognose 2026 Prognose 2027
BOL  15.775   14.661   14.260   13.890   13.530   13.175 
BBL  6.348   6.235   6.230   6.230   6.240   6.240 
VAVO  129   132   135   138   140   140 
Totaal  22.252   21.028   20.625   20.258   19.910   19.555 
Gewogen  18.314   17.290   16.890   16.520   16.170   15.810 

Vanuit het prognose model van OCW en onderzoek door het Planbureau Friesland wordt de komende jaren een krimp van 2% tot 3% voorspeld voor het verzorgingsgebied van Firda. De werkelijke krimp zal mede afhangen van de ontwikkeling van de economie en arbeidsmarkt en de mate waarin we kunnen groeien met volwassenonderwijs. Dit laatste is een van de speerpunten van de nieuwe koers van Frida. Het is daarom onze ambitie om in de BBL niet te krimpen maar gelijk te blijven.  

Bij een krimp van enkele procenten per jaar biedt onze flexibele schil, die ultimo 2023 18% bedraagt, voldoende flexibiliteit om deze daling te kunnen opvangen, zonder dat dit een grote invloed heeft op onze resultaten. Als gevolg van de krimp zal Firda de komende jaren verschillende huurlocaties afstoten zodat de verhouding aantal studenten en beschikbare vierkante meters in balans blijft.

Formatieontwikkeling

In onderstaand overzicht is de verwachte ontwikkeling van het personeelsbestand weergegeven voor de komende jaren.

Formatie Firda (bruto fte, excl. FvV) Realisatie 2023 Prognose 2024 Prognose 2025 Prognose 2026 Prognose 2027 Prognose 2028
Personele bezetting in fte            
Bestuur & directie  20   20   20   20   20   20 
Onderwijzend personeel  1.381   1.378   1.298   1.253   1.224   1.202 
Ondersteunend personeel  612   615   577   543   517   495 
Totaal personeel  2.013   2.013   1.895   1.816   1.761   1.717 
Percentage onderwijzend personeel 68,6% 68,5% 68,5% 69,0% 69,5% 70,0%
Soort dienstverband            
Onbepaalde tijd (vast)  1.654   1.637   1.591   1.544   1.497   1.459 
Bepaalde tijd (tijdelijk)  360   376   303   272   264   258 
Totaal personeel  2.013   2.013   1.895   1.816   1.761   1.717 
Vast (%) 82% 81% 84% 85% 85% 85%
Tijdelijk (%) 18% 19% 16% 15% 15% 15%

Door de verwachte ontwikkeling van de lumpsum is er in 2025 sprake van een forse afname van de formatie (ruim 118 FTE). We kunnen dit goed opvangen omdat er momenteel sprake is van een grote flexibele schil. In 2022 was er sprake van een stijging van het aantal medewerkers vanwege de inzet van de extra NPO middelen. Vrijwel de gehele uitbreiding van deze formatie was op basis van tijdelijke contracten.  Deze extra inzet in verband met NPO liep door tot halverwege 2023 (schooljaar 2022-2023) waardoor in de zomer van 2023 het percentage tijdelijk personeel op 20% lag. In de 2e helft van 2023 lag dit gemiddeld op 18%. Naast het niet verlengen van tijdelijk contracten wordt een deel opgevangen door natuurlijk verloop. De uitstroom als gevolg van pensionering ligt de komende jaren hoog doordat een relatief groot deel van onze medewerkers 55 jaar en ouder is. Deze groep betreft 31% van ons totale personeelsbestand.

Het is onze ambitie om de komende jaren minimaal 70% van de beschikbare formatie in te zetten op onderwijzend personeel gerelateerde functies. Als gevolg hiervan zal de komende jaren naast het onderwijzend personeel ook de omvang van het ondersteunend personeel afnemen.

Het sturen op ons lange termijn formatie vindt plaats met behulp van het strategisch personeelsplan. Dit plan geeft inzicht in de samenstelling en grootte van onderwijsteams en de verwachte formatie per domein. Naast de kwantitatieve ontwikkeling beschrijft het plan hoe we op de lange termijn over voldoende en goed gekwalificeerde medewerkers kunnen beschikken, rekening houdend met de ontwikkelingen binnen de domeinen. In het plan wordt tevens de veranderende wet- en regelgeving meegenomen, het stimuleren van de mobiliteit en het vormgeven van Opleiden in de School. 

Ontwikkeling huisvesting

In het kader van de fusie is er in 2023 een analyse gemaakt van de huisvestingsportefeuille. Op basis daarvan zijn een aantal vraagstukken gedefinieerd. De belangrijkste vraagstukken zijn

  • Welke huurlocaties worden gesloten als gevolg van de krimp in studentenaantallen.
  • De schuifoperatie in Leeuwarden als gevolg van het samenvoegen van het opleidingen aanbod van Firda en de vorming van twee MBO Colleges in Leeuwarden. In een periode van drie jaar wordt een aanzienlijk deel van de huidige opleidingen verplaatst zodat in 2026 de gewenste eindsituatie wordt bereikt.
  • Uitwerking diverse opties met betrekking tot de revitalisatie van de locatie Leeuwarden Wilaarderburen.
  • Scenario’s voor de toekomstige huisvesting van de opleidingen in Heerenveen.
  • Vervanging gebouw D in Drachten
  • Scenarioanalyse huisvesting Maritien Training Centrum Urk
  • Aankoop en voorbereidingen aanbesteding en verbouw locatie Sneek, Eeltjebaasweg.

Met betrekking tot de schuifplanning Leeuwarden en de verbouw locatie Sneek, Eeltjesbaasweg heeft inmiddels besluitvorming plaatsgevonden. In het voorjaar van 2024 wordt een nieuw strategisch huisvestingsplan 2025-2035 voor Firda opgesteld met daarin de belangrijkste huisvestingskeuzes voor de komende jaren. Op basis van de huidige plannen zijn de significante (> € 2,5 mln.) voorgenomen investeringen:

  • De sloop en nieuwbouw  van gebouw D in Drachten in 2025 en 2026,  raming € 23 mln.
  • De schuifplanning in Leeuwarden inclusief aanpassingen aan de diverse locaties, 7 mln over de periode 2024-2026.
  • Sloop kruis Wilaarderburen, herinrichting bestaande gebouw en investering binnenklimaat, raming 6,3 mln.  gepland voor de periode 2024-2026.

Voor alle plannen is een financiële doorrekening op lange termijn gemaakt. De effecten hiervan zijn opgenomen in de meerjarenraming, waardoor we een stijging zien van de post afschrijvingen vanaf 2027. Daarbij is er sprake van een mate van onzekerheid doordat de bouwkosten de afgelopen periode sterk zijn toegenomen. Door de lange ontwikkeltijd van grote projecten kan er een aanzienlijk verschil zitten tussen de kostenraming bij de business case en de offertes bij het aanbesteden van een project. Bijgaande projecten zijn gebaseerd op het prijspeil van medio 2023.

Door het afstoten van verschillende huurlocaties en bij nieuwbouw kleiner te bouwen dan bestaande bouw zijn we de komende jaren in staat om de omvang van onze huisvestingsportefeuille aan de passen aan de krimp. De verwachting is dat de huisvestingslasten t.o.v. van de totale lasten zullen toenemen de komende jaren maar dat Firda onder het gemiddelde van de MBO sector zal blijven.

Balans en kengetallen

In onderstaand overzicht is de meerjarenbalans weergegeven, en vervolgens de kengetallen die op basis van deze gegevens zijn berekend.

Balans Firda per 31-12
(* € 1 miljoen)
Realisatie 2023 Prognose 2024 Prognose 2025 Prognose 2026 Prognose 2027 Prognose 2028
Debet            
Vaste activa  114,8   116,9   149,0   168,9   169,3   170,6 
Vorderingen + Voorraden  8,5   6,7   4,0   3,9   3,9   3,8 
Liquide middelen  86,8   76,2   41,4   39,8   37,9   35,8 
Totaal debet  210,0   199,8   194,4   212,6   211,1   210,2 
Credit            
Eigen vermogen  139,8   133,9   129,8   129,1   129,1   129,1 
Voorzieningen  22,5   19,2   20,5   21,0   21,4   21,8 
Langlopende schulden  2,3   1,7   1,1   20,5   19,5   19,0 
Kortlopende schulden  45,4   45,0   43,0   42,0   41,1   40,3 
Totaal credit  210,0   199,8   194,4   212,6   211,1   210,2 
             
             
Kengetallen Realisatie 2023 Prognose 2024 Prognose 2025 Prognose 2026 Prognose 2027 Prognose 2028
Solvabiliteit 1 > 30% 66,6% 67,0% 66,8% 60,7% 61,2% 61,4%
Liquiditeit > 0,75  2,1   1,8   1,1   1,0   1,0   1,0 
Rentabiliteit 1,9% -2,3% -1,7% -0,3% 0,0% 0,0%
Signaleringwaarde EV 84,6% 81,3% 79,0% 78,7% 78,8% 78,9%

De solvabiliteit blijft de komende jaren stabiel. De investeringen in huisvesting worden betaald uit de  liquide middelen waardoor de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal niet significant wijzigt. Door de investeringen zal de liquiditeit dalen van 2,1 in 2023 naar 1,0 in 2026 waarna deze stabiliseert. Hiermee blijft de liquiditeit minimaal op de norm van 1,0 waar Firda op stuurt. 

Om een beter inzicht te krijgen in mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen van onderwijsinstellingen gebruikt de inspectie van het onderwijs sinds 2020 een signaleringswaarde. Op basis van de berekening kan er bij Firda sprake zijn bovenmatig vermogen indien het publieke eigen vermogen hoger is dan € 160 mln. Het publieke eigen vermogen kwam in 2023 uit op € 135 mln. Het eigen vermogen van Firda ligt daarmee onder de signaleringswaarde. Het verschil tussen het geconsolideerde eigen vermogen van bijna € 140 mln. en het publieke eigen vermogen van Firda van € 135 mln. is het eigen vermogen van € 4 mln. van de BV Firda voor Volwassenen.

Treasurybeleid

Het Treasurystatuut van Firda is in 2023 opnieuw vastgesteld. Voor beleggingen en leningen vanaf 2,5 mln. heeft het College van Bestuur goedkeuring nodig. Onder dit bedrag wordt de Raad van Toezicht geïnformeerd conform de ‘Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 voor onderwijs en onderzoek’. Ons beleid is gericht op het waarborgen van de financiële continuïteit, het minimaliseren van de rentekosten en optimaliseren van de rentebaten.  In 2022 zijn geen nieuwe leningen afgesloten. De twee leningen van de BNG en tranche 4 en 5 van de Rabobank lening zijn versneld afgelost in verband met de ontwikkeling van de rentetarieven in 2023.

Ultimo 2022 bedraagt het resterende deel van de Rabobanklening 2,6  mln. Ultimo 2023 is 50 mln. van onze liquide middelen op een 12 maandsdeposito geplaatst, met als afloop 31 november 2024.  

Firda maakt gebruik van schatkistbankieren. Hierdoor is negatieve rente op onze liquide middelen voorkomen en kunnen we, indien gewenst, de komende jaren tegen gunstige condities leningen aantrekken. Dit zal de komende jaren gecontinueerd worden.

Er wordt jaarlijks een kasstroomprognose opgesteld voor meerdere jaren. Gedurende het jaar wordt deze prognose periodiek beoordeeld en geactualiseerd. Op lange termijn verwachten we additionele investeringen als gevolg van ons strategisch huisvestingsplan. De huidige liquiditeit is ruim voldoende om deze investeringen de komende jaren met eigen middelen te financieren. 

Interne beheersingssysteem en compliance

Firda heeft een planning & control cyclus voor het bewaken van onze doelstellingen en de bedrijfsvoering. Externe controle vindt plaats door de Onderwijsinspectie en door een externe accountant. Intern sturen we aan de hand van de jaarlijkse kaderbrief en de resultatenkaart met de belangrijkste prestatie-indicatoren die gekoppeld zijn aan de strategische ambities. In een 4-maandelijkse monitoringcyclus wordt de voortgang gevolgd en wordt eventueel bijgestuurd. Om de kwaliteit van het onderwijs te borgen worden intern, maar ook met behulp van zogenaamde peer reviews, audits uitgevoerd door de auditoren van de dienst onderwijs en kwaliteit. De beheersing van de bedrijfsvoering is ook geborgd in de 4-maandelijkse monitoringscyclus.

De internal audit functie voor de bedrijfsvoering toetst, anders dan hierboven genoemde kwaliteit van het onderwijs, de kwaliteit van de interne beheersmaatregelen. Op grond van een risico-inventarisatie, die jaarlijks plaatsvindt, worden de prioriteiten en activiteiten bepaald en in het audit jaarplan vastgelegd. Onder andere de volgende activiteiten zijn gerealiseerd in 2023:

  • Internal audit is nauw betrokken geweest bij de opzet en inrichting van de logische toegangsbeveiliging, inclusief de noodzakelijke functiescheiding. Tijdens een fusietraject is het zoeken naar de optimale beheersing hiervan waarbij processen nog steeds werkbaar blijven. In 2024 zal een en ander worden doorontwikkeld.
  • Internal audit heeft, net als in 2022, een steekproef op de bekostiging gedaan. De accountant heeft op deze controle kunnen steunen.
  • Er is een audit uitgevoerd op processen rondom Contractbeheer en Contractmanagement. 
  • Er zijn steekproeven en onderzoeken gedaan, o.a. binnen het betaalproces, declaraties en de aanwezigheid van VOG’s, maar ook n.a.v. actuele ontwikkelingen op verzoek van het CvB.
  • Mede door een goede monitoring van de acties n.a.v. de Management Letter konden veel bevindingen daaruit worden opgelost.
  • Audits, steekproeven en andersoortige onderzoeken leiden bijna altijd tot verbeteracties. Hiermee worden de doelstellingen van internal audit om een lerende organisatie te bewerkstelligen én om processen beter te beheersen gerealiseerd.

In 2024 is de totstandkoming van een frauderisicobeleid één van de speerpunten in het Jaarplan en het toetsen van het nieuwe tax control framework van Firda. 

Raad van Toezicht

In 2023 is de Raad van Toezicht nauw betrokken geweest bij relevante onderwerpen met betrekking tot de fusie. Middels reguliere vergaderingen, werkbezoeken en via de audit- en onderwijscommissie is er gesproken over de nieuwe visie van Frida, de transitie van de twee oude organisaties naar de nieuwe Firda organisaties, de cultuur, de formatie ontwikkeling en de beoogde fusie voordelen. In het kader van de governance heeft het College van bestuur het treasury statuut en het audit statuut ter goedkeuring aan de RvT voorgelegd. Door het auditstatuut is de onafhankelijk van de internal auditor en de relatie met de RvT geborgd.

De Auditcommissie heeft in 2023 de Firda kaderbrief 2024, de Firda meerjarenbegroting 2024 - 2027 en de jaarrekeningen 2022 van ROC Friese Poort en Friesland College besproken ter voorbereiding op de bespreking in de Raad van Toezicht.  

Horizontaal Toezicht

In 2023 heeft Firda een plan van aanpak opgesteld ten behoeve van horizontaal toezicht 2.0. Na goedkeuring van de belastingdienst heeft dit geresulteerd in de ondertekening van het convenant door Firda in december 2023.  De kern van dit convenant betreft de wijze van samenwerking tussen Firda en de belastingdienst: op basis van begrip, transparantie en vertrouwen. Daarnaast is er een tax control framework opgesteld waarmee actief de belangrijkste fiscale risico’s worden beheerst , en zijn er afspraken gemaakt over de wijze van vastlegging en monitoring van deze risico’s.  

In het kader van een onderzoek naar de BTW aangiftes van voormalig Friesland College is er in 2023 een suppletie ingediend om de BTW aangiftes over 2020 t/m 2022 te corrigeren. Deze correctie had betrekking op de buitenlandse BTW en de detachering van medewerkers bij derden.Per 1 januari 2016 is de vennootschapsbelasting van toepassing voor het onderwijs. De stichting Firda voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Dit geldt niet Firda voor Volwassen BV, die als zodanige rechtspersoon vpb-plichtig is.   

Belangrijkste risico’s en onzekerheden

Tijdens het opstellen van de begroting en de jaarverslaglegging worden de risico’s voor Firda beoordeeld. Voor een deel van de operationele en financiële risico’s wordt een financiële buffer (algemene reserve) aangehouden. Er is niet een specifieke berekening gemaakt per risico maar wel een generieke berekening t.b.v. de aan te houden buffer. Deze is beschreven in de jaarrekening en heeft geleid tot een benodigde risicobuffer van € 13 mln. ultimo 2023.

Firda voert jaarlijks een risicoanalyse uit als onderdeel van het begrotingsproces. Startpunt voor deze analyse waren de risico’s die eerder naar voren zijn gekomen bij het risico-inventarisatie onderzoek  voorafgaand aan de fusie. Daarnaast is er assessment geweest op de strategische risico’s in relatie tot de Firda ambities zoals geformuleerd in de strategische visie ‘‘Wij zijn Firda”. Van elk risico is gekeken naar de kans dat een risico zich voordoet en de impact. Bij de risicoanalyse is rekening gehouden met een gezonde mate van risicobereidheid bij het CvB, waarvoor geldt dat niet ten koste van alles zekerheden worden ingebouwd, maar waar we vertrouwen op een volwassen organisatie met voldoende "controls". Daar waar wet- en regelgeving van toepassing is geldt overigens wel dat de risicobereidheid nihil is. De belangrijkste risico’s zijn in onderstaande tabel opgenomen. 

Onderwerp Risico Beheersmaatregelen            
1. Kwaliteitszorg (S) Behoud niveau onderwijskwaliteit tijdens de transitie van de oude naar de nieuwe (fusie) organisatie en de harmonisatie van processen en systemen • Afstemmen prioriteiten m.b.t. de verschillende integratie projecten
• Integrale afstemming óver de belangrijkste stuurgroepen heen
• Goede monitoring teams binnen MBO Colleges tijdens jaarlijkse evaluaties (PDCA cyclus)
• Periodieke audits onderwijskwaliteit
• Aandacht voor kwaliteitscultuur: leiderschaps-traject en professionele ontwikkeling.  
2. Kwaliteit en veiligheid ICT (S,R) ICT-infrastructuur en ICT-systemen steeds meer van strategisch belang. Kans op aanval van buitenaf. • ICT-infra en servers uitbesteden aan gespecialiseerde dienstverleners.
• Opzetten van normenkaders dienstverleners en het toetsen daarvan d.m.v. SLA Management
• Betere inrichting logische toegangsbeveiliging (autorisatiematrices en functiescheiding) en inzetten op hoger volwassenheidsniveau Cyber Security
• Intern én extern toetsen van onze kwetsbaarheid door bijvoorbeeld pentesten, peer reviews, “mistery guests”.
3. Gekwalificeerd personeel (S) Onvoldoende kwalitatief personeel in krappe arbeidsmarkt. • Strategische personeelsplanning krijgt een meer kwalitatieve invulling, waarbij toekomstige personeelsbehoefte, natuurlijk verloop en nieuwe instroom een plek krijgen
• Aantrekken zij-instromers en faciliteren van het behalen van hun PDG
• Inzetten op duurzame inzetbaarheid door vitaliteitsprogramma’s.
4. Inkoop (F,N,R) Niet voldoen aan de Europese Aanbestedingswet en het niet doelmatig inzetten van middelen • Governance: Nieuw inkoopbeleid Firda vanaf 2023
• Implementatie contractbeheer, incl. contractenmodule AFAS
• Uitvoeren audits en/of steekproeven
• Verbeterde spendanalyse (bovendien frequenter).
5. Verduurzaming (F) Het risico dat klimaatdoelstellingen niet worden gehaald of te kostbaar worden • Eigenaarschap duurzaamheid borgen (o.a. door middel van stuurgroep waar initiatieven op elkaar afgestemd worden
• Duurzaamheidsambities integreren in strategisch plan en personeelsbeleid
• Gebruik maken van stimuleringsfondsen en subsidieregelingen
6. Realiseren van minimaal de nullijn (F) Onvoldoende flexibiliteit formatie én overschot beschikbare huisvesting bij dalende studentaantallen én onzekerheid compensatie in lumpsum bij kostenstijging • Aanhouden van een voldoende flexibele schil > 12 – 15%
• Sturen op inzet, vervanging en aanname van personeel m.b.v. goede managementinformatie
• Formatieplanning meerdere jaren vooruit op domeinniveau
• In allocatie van middelen onderscheid maken tussen structurele en tijdelijke middelen.
• Ook in het Strategisch Huisvestingsplan wordt rekening gehouden met een flexibele schil i.v.m. (mogelijke) krimp
7. Management Rapportages (F) Geen juiste beslissingen, doelen worden niet gerealiseerd omdat kwaliteit management rapportages onvoldoende is • Governance organiseren m.b.t. datakwaliteit en uniformiteit (o.a. d.m.v. project Datawarehouse, Archivering, implementeren Power BI)
• Implementeren centraal loket en proces voor aanvragen m.b.t. nieuwe informatiebehoeften.
8. Bekostiging (N,F) Mislopen opbrengsten en niet voldoen aan wet- en regelgeving • Optimaliseren proces en controlemechanismen (1e, 2e lijn) en de werking toetsen (3e lijn), door audits en steekproeven
• Verdergaande digitalisering studentenadministratie proces, waardoor kwaliteit beter geborgd is.
9. Kwaliteits- en Innovatiecultuur (S,I,F) Door de nadruk op innovatie en ambities kans dat werkdruk in onderwijsteam toeneemt wat ten koste gaat van onderwijskwaliteit en/of dat het onderwijs te duur wordt • Heldere PDCA cyclus met resultatenkaart en periodieke monitoring. (per 4 maanden)
• Goede monitoring teams binnen MBO Colleges tijdens jaarlijkse evaluaties
• Business control dicht op het onderwijs positioneren
• Monitoren en onderzoeken ervaren van werk- en prestatiedruk in interviews
10. Macro-economie en geopolitiek (S,F) Door gebeurtenissen in de wereld (pandemie, oorlog, schaarste inflatie etc.) komt de kwaliteit van onderwijs én de continuïteit in gevaar • Inzetten op risicomanagement (o.a. risk assessments, risicobewustzijn), digitale weerbaarheid, continuïteitsmanagement, crisismanagement, SLA- en leveranciersmanagement.

Tabel Overzicht risico’s en beheersmaatregelen

Tussen haakjes is de aard van het risico aangegeven. Dit zijn:

S = strategische risico’s (externe factoren)  
N = nalevingsrisico’s (wetten en regels)
F = financiële risico’s (derven vermogen)    
R = reputatierisico’s (imago)
I = innovatierisico’s (vernieuwend vermogen)                


3.3 NPO Gelden

Landelijke ondersteuning

In 2021 en 2022 hebben de mbo-instellingen extra financiering ontvangen onder de noemer van het Nationaal Programma Onderwijs, om de negatieve effecten van de coronapandemie binnen het onderwijs zoveel mogelijk te verzachten. Met deze extra middelen streeft het programma ernaar om de huidige generatie studenten, ondanks de uitdagingen veroorzaakt door de pandemie, gelijke kansen te bieden voor hoogwaardig onderwijs en een veelbelovende toekomst.

In lijn met het nationale Nationaal Programma Onderwijs, hebben wij een actieplan opgesteld. Dit actieplan heeft als hoofddoelen:

  • het minimaliseren van opgelopen vertragingen en achterstanden;
  • het streven naar een nieuwe normale situatie met gebruikmaking van lessen uit het verleden (flexibiliteit en blended learning);
  • het versterken van de sociale aspecten voor onze studenten door een duidelijk doel voor ogen te stellen;
  • het bevorderen van persoonlijk leiderschap bij studenten en het aanpakken van motivatieproblemen.

Uitvoering

NPO - doorlooptijd     
Soepele in- doorstroom + extra middelen voor I-coaches  1,6 miljoen + extra middelen I-coaches  Tot juli 2023 
School als ontmoetingsplaats    Tot eind 2022 
Digitale didactiek    Tot eind 2022 
Subsidie nazorg    Tot juli 2025 

Situatie achterstanden verlengers per augustus 2023

Onderwijsteams hebben een uiterste inspanning geleverd om achterstanden weg te helpen en hebben extra begeleiding geboden aan studenten die dit nodig hadden. Als resultaat hebben studenten hun achterstanden ingehaald. De studenten die in het schooljaar 2021-2022, hebben dit vervolgens wel behaald in het schooljaar 2022-2023.

Inzet 2023

Soepele in- en doorstroom

Het is van essentieel belang om studenten zowel voorafgaand aan de inschrijving als tijdens hun studie te voorzien van de juiste ondersteuning en begeleiding, zodat ze hun studie succesvol kunnen doorlopen. We hebben verschillende activiteiten ondernomen om dit te realiseren, waaronder:

  • We besteden extra aandacht aan het verbeteren van de overgang van het voortgezet onderwijs naar het mbo, met als doel een soepele doorstroom van studenten te bevorderen;
  • We ontwikkelen methodes gericht op differentiatie: methodes worden ontwikkeld dit zich richten op het omgaan met verschillen in startniveau van studenten. Dit betekent dat er specifieke onderwijsaanpakken zijn ontwikkeld om tegemoet te komen aan de individuele behoeften en niveaus van studenten.
  • Er is ook extra inzet van docenten ten behoeve van kleinere klassen, voor extra begeleiding in het onderwijs en bpv.

Digitale didactiek en versnelde productvernieuwing

In 2023 is ingezet op (sector) i-coaches. Zij faciliteren bij de toepassing van de digitale tools en het blended aanbieden van onderwijs. I-coördinatoren en I-onderwijskundigen zijn aangesteld ter ondersteuning van het versterken van de digitale didactiek. De I-coaches komen periodiek bij elkaar om kennis te delen en ervaringen uit te wisselen.

Ondersteuning bij het vinden van stages en organiseren van alternatieve stages

In 2023 zijn de inspanningen zijn gericht geweest op het bieden van extra ondersteuning waar het moeilijk was om voldoende stage- of beroepspraktijkvorming (BPV) uren te voltooien. Dit omvat onder andere het versterken van het team van BPV-begeleiders en het opzetten van alternatieve stagevormen, zoals het intern organiseren van evenementen waar studenten praktijkervaring kunnen opdoen op het gebied van muziekmanagement en muziektechnologie.

Voorkomen van jeugdwerkloosheid (onder andere de subsidieregeling Nazorg)

De uitbraak van COVID-19 zorgt voor grote uitdagingen in ons onderwijs. Het kabinet heeft besloten om extra middelen beschikbaar te stellen voor extra begeleiding van studenten en nazorg aan gediplomeerde schoolverlaters tot 27 jaar. Deze begeleiding is gericht op de overstap naar een andere opleiding, het vinden van werk of doorgeleiding naar andere instanties die daarbij kunnen helpen.

Met deze middelen realiseren we extra fte’s voor de inzet van mbo-coaches, die loopbaan- en/of exitgesprekken voeren met onze (meest kwetsbare) laatstejaars mbo studenten. De mbo-coaches zijn gekoppeld aan de laatstejaars mbo-klassen en slb’ers als het gaan om interne doorstroom. Bij nazorg worden de mbo-coaches gekoppeld aan de decanen van de betreffende opleiding. Uitgangspunt bij de begeleiding door de mbo-coach is empowerment ofwel de student in eigen kracht zetten. We werken daarbij waar mogelijk met gemeentes en/of externe partijen.

Inzet van mbo-coaches
  • Deze mbo-coaches zijn gekoppeld aan de laatstejaars mbo-klassen en studieloopbaanbegeleiders als het gaat om interne doorstroom. Bij nazorg zijn de mbo-coaches gekoppeld aan de decanen. Uitgangspunt bij de begeleiding door de mbo-coach is empowerment ofwel de student in eigen kracht zetten.
  • De mbo-coaches geven gastlessen en voorlichting om de laatstejaars studenten te informeren over de mogelijkheid van extra begeleiding en de nazorg samen met gemeentes, werkgevers en andere (hulp) organisaties. Er vinden behoeftepeilingen plaats bij studenten voor het zoeken, vinden en behouden van werk. Hiervoor zoekt de mbo-coach aansluiting bij bestaande begeleidingsvormen en breidt deze vormen uit en optimaliseert deze.
  • Ook wordt er geïnvesteerd in kwetsbare studenten en studenten met een migratieachtergrond. Er is bijvoorbeeld een Challengeklas, een Kansklas en een Werkloket onder leiding van het Studenten Servicecentrum. Daarnaast wordt er vanuit het taal- en rekencentrum extra ondersteuning geboden door middel van inloopuren en vaste begeleidingsmomenten.

Versie: v8.2.40

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report