Toelichting op de geconsolideerde staat van baten en lasten
Baten
3.1 Rijksbijdragen
| 3.1 | Rijksbijdrage sector BVE | 2023 | Begroting 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|
| Vergoeding studenten | 138.419.139 | 131.512.024 | 130.023.176 | |
| Vergoeding diploma's | 29.874.599 | 28.621.266 | 32.280.299 | |
| Vergoeding Passend Onderwijs | 3.287.359 | 3.067.668 | 3.087.694 | |
| Huisvestingsvergoeding | 9.269.036 | 8.818.445 | 11.565.569 | |
| Vergoeding Entree | 11.784.644 | 11.290.241 | 11.329.955 | |
| Nationaal Programma Onderwijs | 0 | 0 | 9.549.464 | |
| Inhouding cursusgelden | -3.044.022 | -2.219.649 | -2.904.659 | |
| 3.1.1 | Totaal Rijksbijdrage OCW | 189.590.755 | 181.089.995 | 194.931.498 |
| Geoormerkte OCW subsidies | 4.446.720 | 2.135.314 | 2.990.175 | |
| Niet-geoormerkte OCW subsidies | 44.532.365 | 29.887.409 | 25.557.505 | |
| Toerekening investeringssubsidies OCW | 0 | 0 | 1.857 | |
| 3.1.2 | Totaal overige subsidies OCW | 48.979.085 | 32.022.723 | 28.549.537 |
| 3.1 | Totaal Rijksbijdrage | 238.569.840 | 213.112.717 | 223.481.035 |
3.1.1. Rijksbijdrage OCW
De rijksbijdrage bestaat uit de vergoeding voor deelnemers, diploma’s, passend onderwijs, huisvesting, entree en overgangsbekostiging. De inhouding cursusgelden betreffen de aan het ministerie af te dragen cursusgelden. De rijksbijdrage is € 5,3 mln. gedaald ten opzichte van 2022 waarvan € 9,5 mln. wordt veroorzaakt door het stoppen van NPO-gelden. De begroting 2023 is gebaseerd op de verwachte krimp en op basis van de vergoedingen in 2022. Een krimp in studentenaantallen heeft in 2023 daadwerkelijk plaatsgevonden, echter heeft er een loon- en prijscompensatie plaatsgevonden waardoor de gerealiseerde baten, met uitzondering van het effect van stoppen NPO-gelden, hoger uitvallen. Daarnaast is er in 2023 € 1,5 mln. aan aanvullende bekostiging ontvangen in het kader van loopbaan oriëntatie en -begeleiding (LOB).
3.1.2. Overige subsidies OCW
De niet geoormerkte OCW vergoeding bestaat voor € 9,9 mln. uit vrijval van kwaliteitsagenda middelen. Een overzicht van de besteding van geoormerkte subsidies is terug te vinden onder 2.4.10. overlopende passiva (Model G).
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden
| 3.3 | College-, cursus-, les- en examengelden | 2023 | Begroting 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|
| 3.3.2 | Cursusgelden sector BE | 3.182.475 | 3.196.500 | 2.148.626 |
| 3.3 | Totaal college-, cursus-, les- en examengelden | 3.182.475 | 3.196.500 | 2.148.626 |
De cursusgelden 2021-2022 waren 50% als coronamaatregel en maakt voor 7/12e deel uit (januari t/m juli) van de kosten in 2022.
3.4 Baten werk in opdracht van derden
| 3.4 | Baten werk in opdracht van derden | 2023 | Begroting 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|
| 3.4.1 | Contractonderwijs | 8.116.760 | 5.672.530 | 7.262.272 |
| 3.4.3 | Overige baten werk in opdracht van derden | 6.354.115 | 6.441.821 | 5.768.080 |
| 3.4 | Totaal baten werk in opdracht van derden | 14.470.875 | 12.114.351 | 13.030.352 |
3.4.1/3.4.3 Baten werk in opdracht van derden
De omzet contractonderwijs binnen Firda voor Volwassenen B.V. ligt € 0,9 mln. hoger dan in 2022 en € 2,4 mln. hoger dan begroot. Binnen de stichting Firda komt de doorbelasting terecht op baten werk in opdracht van derden. Het omzet en resultaat van Firda voor Volwassenen B.V. is beter dan begroot, met name door opbrengsten van gemeenten gerelateerd aan nieuwkomers: taalcursussen, inburgering en startcollege.
3.5 Overige baten
| 3.5 | Overige baten | 2023 | Begroting 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|
| 3.5.1 | Verhuur | 93.210 | 121.222 | 150.026 |
| 3.5.2 | Detacheringen personeel | 1.382.405 | 848.355 | 1.141.677 |
| 3.5.4 | Sponsoring | 1.500 | 0 | 1.800 |
| 3.5.5 | Verkopen kantine | 1.180.348 | 1.096.119 | 566.793 |
| Studentenbijdragen | 1.156.931 | 1.028.773 | 1.251.565 | |
| Boekwinst activa | -185.302 | 0 | 604.816 | |
| Overige | 2.125.115 | 428.494 | 1.758.124 | |
| 3.5.6 | Totaal overige | 5.754.207 | 3.522.963 | 5.474.801 |
| 3.5 | Totaal overige baten | 5.754.207 | 3.522.963 | 5.471.801 |
Tegenover de hogere overige baten ten opzicht van begroting staan hogere lasten voor student gerelateerde uitgaven, zie de toelichting bij overige lasten (4.4.2).
Lasten
4.1 Personeelslasten
| 4.1 | Personeelslasten | 2023 | Begroting 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 138.060.101 | 135.107.781 | 130.606.739 | |
| Sociale lasten | 18.918.600 | 18.459.598 | 17.410.048 | |
| Pensioenlasten | 18.880.950 | 18.490.128 | 21.687.346 | |
| 4.1.1 | Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten | 175.859.651 | 172.057.507 | 169.704.132 |
| Dotaties personele voorzieningen | 8.874.023 | 1.496.000 | 5.223.554 | |
| Lasten personeel niet in loondienst | 13.747.471 | 10.250.453 | 11.583.365 | |
| Overige | 7.753.777 | 7.676.581 | 7.699.406 | |
| Vrijval uit personele voorzieningen | -14.000 | 0 | -100.000 | |
| 4.1.2 | Overige personele lasten | 30.361.271 | 19.423.034 | 24.406.325 |
| Overige uitkeringen, die de personeelslasten verminderen | -1.890.420 | -314.000 | -1.158.779 | |
| 4.1.3 | Ontvangen vergoedingen | -1.890.420 | -314.000 | -1.158.779 |
| 4.1 | Totaal personeelslasten | 204.330.502 | 191.166.541 | 192.951.678 |
4.1.1 Lonen en salarissen
De lonen en salarissen zijn € 3,8 mln. hoger ten opzichte van de begroting en € 6,1 mln. hoger dan voorgaand jaar. Dit wordt veroorzaakt door een CAO-verhoging en een eenmalige uitkering. Gemiddeld zijn er over 2023 bruto 2.105 fte in dienst (2022: 2.161 fte). De bruto fte kunnen als volgt worden verdeeld:
| Gemiddeld (bruto) fte in dienst | 2023 | Begroting 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|
| Management/directie | 17 | 20 | 24 |
| Onderwijzend personeel | 1.450 | 1.429 | 1.522 |
| Ondersteunend personeel | 638 | 635 | 615 |
| Totaal fte in dienst | 2.105 | 2.084 | 2.161 |
4.1.2 Overige personele lasten
Onder de overige personele lasten vallen de dotaties aan personele voorzieningen, kosten voor uitzendkrachten en overige werknemer gerelateerde kosten zoals scholing en vestigingsactiviteiten.
Ten opzichte van de begroting 2023 is € 7,4 mln. meer gedoteerd dan begroot aan personele voorzieningen en € 3,7 mln. meer dan voorgaand jaar. De hogere dotatie wordt veroorzaakt door hogere instroomcijfers, het effect van de loonstijging en harmonisatie van de berekeningswijze. Het laatstgenoemde speelt met name voor het seniorenverlof en de voorziening WGA, voor het personeel van Friesland College. Bij het seniorenverlof wordt vanaf 2023 gerekend met basisbudget en aanvullend budget (in 2022 bij Friesland College alleen met aanvullend budget) en bij WGA wordt vanaf 2023 rekening gehouden met toekomstige instroom in de WGA, bij personeel dat 26 weken of langer ziek is, rekening houdend met een herstelpercentage.
Als gevolg van de fusie zijn er meer lasten besteed aan personeel niet in loondienst wat een effect heeft van € 3,5 mln. ten opzichte van de begroting en € 2,1 mln. ten opzichte van voorgaand jaar. Dit uit zich zowel in absolute uren als hogere kosten per uur op de markt.
Wet Normering Topinkomens (WNT)
De WNT is van toepassing op Stichting voor Beroepsonderwijs, volwasseneneducatie en algemeen voortgezet onderwijs in Friesland en Flevoland (Firda). Het voor Firda toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2023 € 223.000 (2022: € 216.000 voor ROC Friese Poort en € 196.000 voor Friesland College) op basis van de indeling in klasse G (2022: klasse G respectievelijk klasse F) van de Regeling normering topinkomens OCW-sectoren.
De beloning van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht past binnen het bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen van onderwijsinstellingen.
Aan de leden van Raad van Toezicht is in 2023 in totaal € 140.032 (2022: € 185.406) uitbetaald als vaste vergoeding. Voor alle leden van de Raad van Toezicht geldt dat zij onafhankelijk zijn in de zin van de Code Goed Bestuur in het MBO. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen een vaste vergoeding, passend binnen de kaders van de WNT-regeling.
In het kader van de WNT wordt gemeld dat er in 2023 (en 2022) geen bezoldigingen boven de vastgestelde WNT-norm zijn uitgekeerd aan niet-topfunctionarissen met een dienstverband.
WNT overzicht bezoldiging topfuctionarissen - College van Bestuur
| Gegevens 2023 | |||
|---|---|---|---|
| Bedragen x € 1 | Dhr. drs. H.W. Meijerink | Mw. drs. A. Muller | Dhr. ing. C.G.C.G Segers |
| Functiegegevens | College van Bestuur (vrz.) | College van Bestuur (lid) | College van Bestuur (lid) |
| Aanvang en einde functievervulling in 2023 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 |
| Deeltijdfactor in fte | 1,0 | 1,0 | 1,0 |
| Dienstbetrekking? | ja | ja | ja |
| Bezoldiging | |||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 199.891 | 177.745 | 177.725 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 23.009 | 22.854 | 22.875 |
| Subtotaal | 222.900 | 200.600 | 200.600 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 223.000 | 223.000 | 223.000 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Bezoldiging | 222.900 | 200.600 | 200.600 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Gegevens 2022 | |||
| Bedragen x € 1 | Dhr. drs. H.W. Meijerink | Mw. drs. A. Muller | Dhr. ing. C.G.C.G Segers |
| Functiegegevens | College van Bestuur (vrz. FP) | College van Bestuur (lid) | College van Bestuur (vrz. FC) |
| Aanvang en einde functievervulling in 2022 | 01/01 tm 31/12 | 01/01 tm 31/12 | 01-01 tm 31-12 |
| Deeltijdfactor in fte | 1,0 | 1,0 | 1,0 |
| Dienstbetrekking? | ja | ja | ja |
| Bezoldiging | |||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 191.500 | 170.605 | 167.993 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 24.400 | 23.695 | 23.458 |
| Subtotaal | 215.900 | 194.300 | 191.451 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 216.000 | 216.000 | 196.000 |
| Totale bezoldiging 2022 | 215.900 | 194.300 | 191.451 |
WNT overzicht bezoldiging topfunctionarissen - Raad van Toezicht, bestaande leden vanuit ROC Friese Poort (FP) en Friesland College (FC)
| Bedragen x € 1 | Dhr. W Kleinhuis | Mevr. M.A. Berndsen - Jansen | Dhr. Prof.dr. M. Broersma | Mevr. drs. I.E.M. Ezinga-Roebroek | Dhr. drs. ing. G. Jaarsma | Mevr. ds. T.K. Kwint | Mevr. Dr. R.J. Landeweerd | Mevr. G.A. Postma |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Functiegegevens | Voorzitter | Lid | Lid | Lid | Lid | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2023 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-10 | 01-01 tm 08-10 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 01-09 |
| Bezoldiging | ||||||||
| Bezoldiging | 25.087 | 14.002 | 12.903 | 16.725 | 16.758 | 12.606 | 16.725 | 9.756 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 33.450 | 18.573 | 17.168 | 22.300 | 22.300 | 22.300 | 22.300 | 14.968 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | |
| Bezoldiging | 25.087 | 14.002 | 12.903 | 16.725 | 16.758 | 12.606 | 16.725 | 9.756 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
| Gegevens 2022 | ||||||||
| Bedragen x € 1 | Dhr. W Kleinhuis | Mevr. M.A. Berndsen - Jansen | Dhr. Prof.dr. M. Broersma | Mevr. drs. I.E.M. Ezinga-Roebroek | Dhr. drs. ing. G. Jaarsma | Mevr. ds. T.K. Kwint | Mevr. Dr. R.J. Landeweerd | Mevr. G.A. Postma |
| Functiegegevens | Lid | Voorzitter (FC) | Lid | Lid | Voorzitter (FP) | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2022 | 01-02 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 |
| Bezoldiging | ||||||||
| Bezoldiging | 10.026 | 15.907 | 10.607 | 16.200 | 24.398 | 16.322 | 10.607 | 10.607 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 17.967 | 29.400 | 19.600 | 21.600 | 32.400 | 21.600 | 19.600 | 19.600 |
WNT overzicht bezoldiging topfunctionarissen - Raad van Toezicht, nieuwe leden per 2023
| Gegevens 2023 | ||
|---|---|---|
| Bedragen x € 1 | Dhr. drs. B.A. Ten Kate | Dhr. dr. M.W. Vos |
| Functiegegevens | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2023 | 01-09 tm 31-12 | 01-09 tm 31-12 |
| Bezoldiging | ||
| Bezoldiging | 5.575 | 5.703 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 7.454 | 7.454 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | ||
| Bezoldiging | 5.575 | 5.703 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan | n.v.t. | n.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | n.v.t. | n.v.t. |
WNT overzicht bezoldiging topfunctionarissen - Raad van Toezicht, in 2022 afgetreden leden
| Gegevens 2022 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bedragen x € 1 | J. van Eindhoven | R. Hageman | Dhr. drs. B. Hoekstra | Dhr. drs. J. Olivier | Dhr. mr. F. Veenstra | Dhr. drs. P.D. van der Zwan |
| Functiegegevens | Lid | Lid | Lid | Lid | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2022 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-07 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 31-12 | 01-01 tm 30-09 |
| Bezoldiging | ||||||
| Bezoldiging | 7.071 | 4.125 | 16.200 | 16.265 | 16.200 | 10.871 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 19.600 | 11.433 | 21.600 | 21.600 | 21.600 | 16.156 |
4.2. Afschrijvingen
| 4.2 | Afschrijvingen | 2023 | Begroting 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|
| 4.2.1 | Immateriële vaste activa | 163.664 | 163.664 | 210.855 |
| 4.2.2 | Materiële vaste activa | 10.320.596 | 10.892.891 | 11.505.449 |
| 4.2 | Totaal afschrijvingen | 10.484.260 | 11.056.555 | 11.716.304 |
Afschrijvingslasten zijn gedaald door meer activa die reeds tot de restwaarde zijn afgeschreven.
4.3. Huisvestingslasten
| 4.3 | Huisvestingslasten | 2023 | Begroting 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|
| 4.3.1 | Huur | 5.548.546 | 4.564.390 | 4.371.217 |
| 4.3.2 | Verzekeringen | 354.514 | 317.171 | 322.682 |
| 4.3.3 | Onderhoud | 3.006.751 | 3.202.872 | 2.585.361 |
| 4.3.4 | Energie en water | 5.728.840 | 6.645.594 | 2.377.480 |
| 4.3.5 | Schoonmaakkosten | 3.290.442 | 2.950.292 | 3.333.236 |
| 4.3.6 | Belastingen en heffingen | 1.020.199 | 1.135.612 | 1.064.593 |
| 4.3.7 | Overige huisvestingslasten | 132.624 | 211.172 | 237.610 |
| 4.3 | Totaal huisvestingslasten | 19.081.916 | 19.027.103 | 14.292.179 |
4.3.1 Huur
De huurlasten zijn met name gestegen door indexatie. De meest omvangrijke huurverplichtingen staan weergegeven onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen.
4.3.4 Energie en water
De kosten van energie en water vallen € 0,9 mln. lager uit dan begroot, maar € 2,4 mln. hoger dan voorgaand jaar. Energielasten zijn sterk gestegen, maar minder sterk dan begroot door gunstige contractafspraken anderzijds.
4.4 Overige lasten
| 4.4 | Overige lasten | 2023 | Begroting 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|
| 4.4.1 | Administratie en beheer | 14.452.163 | 15.263.414 | 11.349.740 |
| 4.4.2 | Inventaris en apparatuur | 11.568.164 | 7.523.348 | 11.574.367 |
| 4.4.4 | Dotatie overige voorzieningen | 75.452 | 0 | 53.171 |
| 4.4.5 | Overige | 4.170.028 | 2.148.140 | 3.464.481 |
| 4.4 | Totaal overige lasten | 30.265.806 | 24.934.902 | 26.441.760 |
De administratie en beheerkosten bestaan voor € 6,4 mln. uit kosten voor licenties, hard- en software en supportcontracten, voor € 2,3 uit abonnementen en lidmaatschappen en voor € 1,9 mln. uit marketingkosten. Daarnaast bestaat deze uit wervingskosten en vergaderkosten. Vanwege het eenmalige effect van de fusie zijn deze kosten hoger dan eerdere jaren, maar lager dan begroot door synergievoordelen. In de begroting is namelijk rekening gehouden met een fusiekosten effect.
Inventaris- en apparatuurskosten bestaan voor € 8,8 mln. uit inkoop reiskosten, examenkosten, leermiddelen en excursiekosten voor studenten. Deze zijn doorbelast binnen de overige baten, maar begroot op nihil waardoor er een afwijking is met de begrote lasten.
Dotatie overige voorzieningen betreft de dotatie aan dubieuze debiteuren.
Overige lasten bestaat voor € 2,3 mln. aan advieskosten en voor € 1,0 mln. aan kosten inkoop kantine. Voor de advieskosten geldt het fusie effect. Voor kantinekosten geldt dat zowel de inkopen en de verkopen van kantines zijn gestegen.
Het totaal aan fusiekosten bedraagt in 2023 circa € 5,2 mln.
Accountantskosten
De honoraria van de onafhankelijk controlerend accountant Deloitte Accountants B.V. (2022: Deloitte Accountants B.V. voor Friesland College en KPMG Accountants N.V. voor ROC Friese Poort) zijn hieronder weergegeven. Adviesdiensten op fiscaal terrein zijn zowel in 2023 als 2022 uitgevoerd door Deloitte Belastingadviseurs B.V. De weergegeven kosten hebben betrekking op accountants- en advieskosten die zijn toegerekend aan het boekjaar waarop de jaarrekening van toepassing is.
| Specificatie accountantskosten | 2023 | 2022 |
|---|---|---|
| Honorarium onderzoek jaarrekening | 214.818 | 205.216 |
| Honorarium andere controleopdrachten | 13.310 | 48.038 |
| Honorarium fiscale adviezen | 70.056 | 32.431 |
| Honorarium andere niet-controlediensten | 0 | 51.568 |
| Totaal overige lasten | 298.184 | 337.253 |
5 Financiële baten en lasten
| 5 | Saldo financiële baten en lasten | 2023 | Begroting 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|
| 5.1 | Financiële baten | |||
| 5.1.1 | Rentebaten en soortgelijke opbrengsten | 4.302.249 | 0 | 605.014 |
| 5.1 | Totaal financiële baten | 4.302.249 | 0 | 605.014 |
| 5.2 | Financiële lasten | |||
| 5.1.1 | Rentelasten en soortgelijke lasten | -509.400 | -590.371 | -524.442 |
| 5.2 | Totaal financiële lasten | -509.400 | -590.371 | -524.442 |
| 5 | Totaal financiële baten en lasten | 3.792.849 | -590.371 | 80.572 |
Sinds het laatste kwartaal van 2022 wordt er rente vergoed op het saldo schatkistbankieren en daarnaast is de rente verder gestegen in 2023, wat heeft geleid tot een niet begrote bate van € 2,6 mln. Daarnaast heeft er een reclassificatie van € 1,7 mln. plaatsgevonden van dotatie op voorzieningen aan rentebate. Dit betreft de oprenting op personele voorzieningen. De rentelasten op leningen vallen lager uit als gevolg van aflossing op leningen, wat is toegelicht onder 2.3 langlopende schulden.
6 Belastingen
| 6 | Belastingen | 2023 | Begroting 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|
| Vennootschapsbelasting | 78.729 | 671 | 34.668 | |
| 6 | Totaal belastingen | 78.729 | 671 | 34.668 |
De belastingen betreft de vennootschapsbelasting voor Firda voor Volwassenen B.V. Het effectieve belastingpercentage bedraagt 21,9% (2022 15,0%). Het geldende belastingpercentage is 19% tot € 200.000 winst en 25,8% vanaf € 200.000 winst (2022: 15% tot € 395.000 winst en 25,8% vanaf € 395.000 winst.).