Spring naar inhoud

Toelichting op de geconsolideerde balans​

Vaste activa

1.1 Immateriële vaste activa

1.1 Immateriële vaste activa 1.1.3 Software 1.1.3 Goodwill Totaal immateriële vaste activa
Aanschafwaarde 01-01-2023 569.711 158.381 728.092
Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2023 -312.239 -118.786 -431.025
Boekwaarde 01-01-2023 257.472 39.595 297.067
Investeringen boekjaar 12.129 0 12.129
Desinvesteringen aanschafwaarde 0 0 0
Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen 0 0 0
Afschrijvingen lopend jaar -147.826 -15.838 -163.664
Aanschafwaarde 31-12-2023 581.840 158.381 740.221
Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2023 -460.065 -134.624 -594.689
Boekwaarde 31-12-2023 121.775 23.757 145.532

De goodwill betreft door Firda voor Volwassenen B.V. betaalde goodwill voor overname van activiteiten en klantenbestanden van Maritieme Opleidingen Urk en Kennis Instituut Veiligheid.

1.2. Materiële vaste activa

1.2 Materiële vaste activa 1.2.1 Terreinen 1.2.1 Gebouwen 1.2.2 Inventaris en apparatuur 1.2.4 In uitvoering en vooruit- betaling Totaal materiële vaste activa
Aanschafwaarde 01-01-2023 14.242.694 188.510.578 54.465.829 549.226 257.768.327
Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2023 -137.066 -101.674.470 -35.815.356 0 -137.626.892
Boekwaarde 01-01-2023 14.105.628 86.836.108 18.650.473 549.226 120.141.435
Investeringen boekjaar 0 0 3.929.076 1.030.037 4.959.113
Reclassificatie 1.604.680 -1.604.680 0 123.971 123.971
Desinvesteringen aanschafwaarde (*) -7.237 -36.320 -3.404.789 0 -3.448.346
Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) 3.275 14.532 3.178.271 0 3.196.078
Afschrijvingen lopend jaar -153.721 -5.760.320 -4.406.554 0 -10.320.595
Aanschafwaarde 31-12-2023 15.840.137 186.869.578 54.990.116 1.703.234 259.403.065
Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2023 -287.512 -107.420.258 -37.043.639 0 -144.751.409
Boekwaarde 31-12-2023 15.552.625 79.449.320 17.946.477 1.703.234 114.651.656
Terreinverharding, -bestrating en dergelijke zijn gereclassificeerd van gebouwen naar terreinen. Dit betreft € 1,6 mln.          

1.2.2. Inventaris en apparatuur

In 2023 is € 3,9 mln. in inventaris en apparatuur geinvesteerd. Hiervan is € 1,9 mln. uitgegeven voor hard- en software, waarvan € 1,2 mln. aan laptops voor medewerkers en € 0,7 mln. aan smartboards, smart devices en overige audiovisuele apparatuur. 

Het overige deel van de investeringen in inventaris en apparatuur bestaat voor € 1,2 mln. uit overige apparatuur, € 0,7 mln. aan meubilair en € 0,1. mln. aan voer- en vaartuigen. 

1.2.4. In uitvoering en vooruitbetaling

In 2023 is € 1,7 mln. in uitvoering en vooruitbetaald. Hiervan heeft € 0,4 mln. betrekking op bouw(advies)kosten voor de Firda locatie in het nieuwe Cambuurstadion en € 0,7 mln. betrekking op inventaris, machines en hard- en software, met name laptops en benodigdheden op deze nieuwe Firda locatie. 

Verder heeft € 0,4 mln. betrekking op het nieuw op te leveren gebouw D te Drachten. De overige € 0,2 mln. heeft betrekking op het trainingscentrum te Urk, verbouwing Eeltjebaasweg te Sneek en de renovatie Wilaarderburen te Leeuwarden.

1.2.5. WOZ-waarde en verzekerde waarde

De WOZ-waarde gebouwen en terreinen in bedraagt € 109,3 mln. (2022: € 122,5 mln). De WOZ-waarde van de gebouwen en terreinen is gebaseerd op peildatum 1 januari 2023, met uitzondering van de panden waarvan de WOZ-waarde 2023 nog niet bekend is. Bij deze panden is de waarde op peildatum 1 januari 2022 verantwoord. Deze peildatum is financieel bepalend voor het kalenderjaar 2024. De verzekerde waarde gebouwen per 1 januari 2023 bedraagt € 334,7 mln. (2022: € 319,3 mln.).

Vlottende activa

1.5. Vorderingen

1.5 Vorderingen 31/12/2023 31/12/2022
1.5.1 Debiteuren algemeen 3.340.328 2.447.314
1.5.5 Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten 1.173.624 915.091
1.5.7 Overige vorderingen 1.879.983 11.829.652
1.5.8 Overlopende activa 2.355.525 2.664.234
1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid -296.465 -183.172
1.5 Totaal vorderingen 8.452.995 17.673.119

De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.

1.5.1 Debiteuren algemeen

Toename in debiteurensaldo van € 0,8 mln. wordt met name veroorzaakt door twee openstaande facturen uit december met een omvang van € 0,4 mln. resp. € 0,3 mln. Beide facturen zijn in januari 2024 voldaan.

1.5.5. Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten

De vorderingen op studenten stijgt met € 0,3 mln. ten opzichte van 2022. Deze stijging wordt veroorzaakt doordat, vanwege de migratie van systemen en werkwijzen, facturen en herinneringen later zijn verstuurd.         

1.5.7 Overige vorderingen

De overige vorderingen zijn met € 10,1 mln. gedaald ten opzichte van 2022. Dit heeft voornamelijk betrekking op de een vordering van de kwaliteitsgelden 2019-2022 welke in 2023 zijn ontvangen.

1.5.8. Overlopende activa

De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2023 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2024. Dit betreffen onder andere softwarelicenties, verzekeringen, huur- en servicekosten en examengelden.

1.5.9. Voorziening wegens oninbaarheid

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid 31/12/2023 31/12/2022
  Stand per 1 januari -183.172 -185.174
  Onttrekking 53.502 71.592
  Dotatie / vrijval -166.795 -69.590
1.5.9 Stand per 31 december -296.465 -183.172

De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft met name studenten.

1.7. Liquide middelen

1.7 Liquide middelen 31/12/2023 31/12/2022
1.7.1 Kasmiddelen 2.376 6.841
1.7.2 Banken 86.747.766 65.740.017
1.7 Totaal liquide middelen 86.750.142 65.746.858

Bij schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën is ultimo 2023 € 36,4 mln. ondergebracht (2022: € 65,2 mln.). In 2023 is in een deposito bij het Ministerie van Financiën € 50,0 mln. ondergebracht voor de periode van één jaar, waarvan de termijn verloopt in december 2024.

Verder bestaan de liquide middelen uit kasgelden en het saldo van de lopende rekeningen bij Rabobank en Bunq.

De liquide middelen staan ter vrije beschikking van Firda met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen en het hiervoor genoemde deposito bij het Ministerie van Financiën.

Passiva

2.1. Eigen vermogen

Ultimo 2023 bedraagt het groepsvermogen € 139,8 mln. (2022: € 134,8 mln.).

Voor een toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar de enkelvoudige jaarrekening.

2.2. Voorzieningen

2.2 Voorzieningen Stand per 01/01/2023 Dotaties Onttrekkingen Vrijval Oprenting Stand per 31/12/2023 Kortlopend deel (<1 jaar) Langlopend deel (> 1 jaar < 5 jaar)
2.2.1 Personeelsvoorzieningen                
  Voorziening wachtgeld 668.242 515.887 346.242 0 -43.887 794.000 34.000 680.000
  Voorziening spaarverlof ADV 14.000 0 0 14.000 0 0 0 0
  Voorziening WGA 2.998.757 3.103.344 143.636 0 -374.344 5.584.121 643.121 1.834.000
  Voorziening duurzame inzetbaarheid 9.280.862 4.205.713 778.000 0 -778.717 11.929.858 2.539.000 9.030.000
  Voorziening jubileum 2.018.050 628.034 0 0 -473.467 2.172.617 263.617 698.000
  Voorziening WAB tijdelijk contract 157.880 415.120 0 0 0 573.000 562.000 11.000
  Voorziening langdurig zieken 743.295 767.705 29.404 0 0 1.481.596 1.292.596 189.000
  Voorziening overige personele voorzieningen 1.351 0 1.351 0 0 0 0 0
2.2.1 Totaal personeelsvoorzieningen 15.882.437 9.635.803 1.298.633 14.000 -1.670.415 22.535.192 5.220.774 12.480.000

2.2.1. Personeelsvoorzieningen

De personele voorzieningen ultimo 2023 bestaan uit de voorziening wachtgeld, spaarverlof ADV, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract, langdurig zieken en overige personele voorzieningen.

De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2023 is deze verplichting opgenomen voor 34 wachtgelders (2022: 23), waarvan de verplichting naar verwachting tot 2024 doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.

Voor de voorziening spaarverlof ADV geldt dat deze regeling is komen te vervallen of vervangen. Dit houdt in dat er geen nieuwe instroom is in deze regelingen. De onttrekkingen binnen deze voorzieningen gelden voor bestaande gevallen en mensen die onder de overgangsregelingen vallen, zoals deze zijn opgenomen in de CAO.

De WGA voorziening is gevormd vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA'ers (28; 2022: 33) en zieken (95; 2022: 33) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet. 

Zieken zij in de voorziening opgenomen indien zij langer dan 26 weken ziek zijn rekening houdend met een revalidatiekans. Binnen Friese Poort geldt deze methode sinds 2022. Friesland College nam tot 2022 alleen personen op in de voorziening waarvan werd verwacht dat deze in de WGA zouden instromen. 

Duurzame inzetbaarheid
In de CAO MBO 2018-2020 zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. Binnen deze regelingen vallen zowel de overgangsregeling BAPO als regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Friese Poort sinds 2019 de generatieregeling opengesteld. Friesland College kent deze regeling sinds 1 januari 2023. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Met uitzondering van de (overgangsregeling) BAPO, die als periodelasten worden verwerkt, dient voor het werkgeversdeel van de regelingen een voorziening te worden gevormd.

De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.

Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. De kans van gebruikmaking van de regeling seniorenverlof is in 2023 opnieuw beoordeeld en daarop aangepast naar 36% voor 57-62 jaar en 21% bij 62 jaar en ouder (2022: 33%). De kwantitatieve impact kan niet worden bepaald omdat de voorziening op een nieuwe wijze is berekend. 

Per 31 december 2023 maken 223 (2022: 188) medewerkers gebruik van het seniorenverlof. Daarnaast maken 32 (2022: 27) medewerkers gebruik van de generatieregeling.

Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 3,3%. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 2,31% (10 jaar staatsobligaties Nederland rente op 31-12-2023). 

De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 3,3% en een disconteringsrente van 2,31%. In 2023 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld. Deze zijn nagenoeg ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2022. 

Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2019) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2022 is een voorziening gevormd voor contracten die voor balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.

Per 2022 is een voorziening langdurig zieken opgenomen voor de eerste twee ziektejaren van een werknemer, waarbij in lijn met de voorziening WGA, rekening is gehouden van een revalidatiekans van 100% voor personeel welke minder dan 6 maanden ziek is, 60% voor personeel dat 6 tot 12 maanden ziek is en 40% voor personeel dat langer dan 12 maanden ziek is. 

De voorziening overig betreft een reorganisatievoorziening in Firda voor Volwassenen B.V.

2.3. Langlopende schulden

2.3 Langlopende schulden Stand 01/01/2023 > 1 jaar Reclassificatie naar de kortlopende schulden Stand 31/12/2023 > 1 jaar Looptijd > 1 jaar en < 5 jaar Looptijd > 5 jaar
2.3.3 Kredietinstellingen 2.631.845 363.024 2.268.821 2.268.821 0
2.3 Totaal langlopende schulden 2.631.845 363.024 2.268.821 2.268.821 0

Onder kredietinstellingen is een lening van de Rabobank opgenomen voor de financiering van gebouwen en terreinen. De jaarlijkse rente en aflossing worden betaald uit de jaarlijkse huisvestingvergoeding. 

Drie andere leningen van de Rabobank (oorspronkelijk van Friesland College) en de lening van BNG (oorspronkelijk van Friese Poort) zijn in 2023 in het geheel afgelost. De totale aflossing in 2023 bedraagt € 7,4 mln. De rente van deze lening ligt tussen de 4,7% en 6,35%.

De oorspronkelijke hoofdsom van de resterende lening bedraagt € 9 mln. Ultimo boekjaar bedraagt de totale schuld aan Rabobank € 2,6 mln. (2022: € 8,7 mln.). Hiervan is het bedrag waarvoor de looptijd korter dan één jaar is (€ 363.024), opgenomen onder de kortlopende schulden aan kredietinstellingen (2.4.1), dit betreft het deel dat een verplichting aflossing kent. Het overige deel is aflossingsvrij tot einde looptijd. De rente van de lening is vast gedurende de looptijd. De rentevoet van de resterende lening bedraagt 1,8% over een deel van € 1,7 mln. en 2,1% over een deel van € 0,6 mln. De reële waarde benadert de boekwaarde. 

Als zekerheid voor de afgesloten leningen geldt een garantie door de Stichting Waarborgfonds MBO zoals omschreven in de niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen.

2.4. Kortlopende schulden

2.4 Kortlopende schulden 31/12/2023 31/12/2022
2.4.1 Kredietinstellingen 363.024 1.768.780
2.4.2 Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten 3.266.833 2.972.994
2.4.3 Crediteuren 3.798.851 3.824.599
2.4.4 Vooruitontvangen subsidies OCW niet geoormerkt 7.868.584 5.680.019
2.4.7 Belastingen en premies sociale verzekeringen    
  Loonheffing 8.371.791 3.234.734
  Omzetbelasting 29.837 0
  Vennootschapsbelasting 74.767 34.466
2.4.7 Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen 8.476.395 3.269.200
2.4.8 Schulden terzake van pensioenen 2.187.400 946.256
2.4.10 Overlopende passiva    
  Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden 1.081.723 955.413
  Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt 3.147.661 2.622.435
  Vooruitontvangen investeringssubsidies 2.329.375 2.526.720
  Vakantiegeld en -dagen 8.347.982 7.230.541
  Overig 4.542.981 13.261.650
2.4.10 Totaal overlopende passiva 19.449.722 25.326.842
2.4 Totaal kortlopende schulden 45.410.809 45.058.607

2.4.1. Kredietinstellingen

Het saldo onder kredietinstellingen betreft de aflossingsverplichtingen van de langlopende leningen in het jaar na balansdatum.

2.4.2. Vooruitgefactureerde en –ontvangen termijnen onderhanden projecten

Het per ultimo 2023 respectievelijk 2022 openstaand saldo onderhanden projecten van Firda voor Volwassenen B.V. bestaat uit gerealiseerde projectkosten, gedeclareerde termijnen en toegerekende winst.

2.4.2 Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten 2023 2022
  Gerealiseerde projectkosten -1.910.400 -1.625.232
  Gedeclareerde termijnen 6.462.452 5.589.430
  Toegerekende winst -1.285.219 -991.204
2.4.2 Totaal onderhanden projecten 3.266.833 2.972.994

2.4.10. Overlopende passiva

De schulden aan kredietinstellingen zijn gedaald als gevolg van aflossingen van leningen. Zie 2.3. langlopende schulden voor een nadere toelichting. 

De schuld loonheffingen is gestegen naar € 8,4 mln. (2022: € 3,2 mln.) omdat ROC Friese Poort ultimo 2022 de loonheffing december 2022 al heeft voldaan en Friesland College deze in januari 2023 heeft voldaan. Sinds 1 januari 2023 is er één aangifte loonheffingen welke voor € 7,9 in januari 2024 is voldaan. Het overige deel van € 0,4 mln. betreft de eindheffing werkkostenregeling. 

De rubriek vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden opgenomen is opgenomen voor € 1,1 mln. (2022: € 1,0 mln.) Dit betreft de cursusgelden welke in 2023 zijn ontvangen voor het collegejaar 2023-2024. Het deel wat betrekking heeft op 2024 is in de balans opgenomen. 

De geoormerkte vooruitontvangen subsidies van OCW betreffen de geoormerkte subsidies die ontvangen zijn van OCW, maar in een volgend jaar worden ingezet. In model G op de volgende pagina is een overzicht van de betreffende subsidies opgenomen.

In 2023 is de post vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt gestegen naar € 3,1 mln. (2022: € 2,6 mln.). Dit betreffen nog te besteden subsidies voor opleidingsscholen, lerarenbeurzen, instructiebeurzen, zij-instromers en VSV-gelden.

De vooruitontvangen investeringssubsidies betreffen subsidies voor materiële activa, zoals gebouwen. De jaarlijkse vrijval ten gunste van het resultaat verloopt evenredig met de afschrijvingen van de betreffende activa.

De schuld vakantiegeld- en dagen is gestegen naar € 8,3 mln. (2022: € 7,2 mln.) als gevolg van niet gerealiseerde vakantie uren, met name door extra werk voor de fusie. Het betreft stafpersoneel (niet onderwijsgevenden).

De post overig is gedaald naar € 4,5 mln. (2022: € 13,3 mln.). Dit wordt voor € 9,9 mln. veroorzaakt door kwaliteitsgelden welke volgens jaarverslaggevingsregels verplicht zijn vrijgevallen in 2023.

Financiële instrumenten:
Firda maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt- , rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.

Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.

Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een Treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. ROC Friese Poort heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.

Model G Verantwoording subsidies

G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule

Omschrijving Toewijzing   De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond
  Kenmerk Datum ja/nee/onderhanden
Instructeursbeurs mbo 2022 100.000.248 08-22-2022 ja
Instructeursbeurs mbo 2022 100.000.264 08- 1-2022 ja
Instructeursbeurs mbo 2023 100.003.520 02-23-2023 ja
Instructeursbeurs mbo 2023 100.007.765 08-22-2023 onderhanden
Nazorg mbo 2022-2023 NMBO22005 02-28-2022 ja
Nazorg mbo 2022-2023 NMBO22030 02-28-2022 ja
Nazorg mbo 2023-2024 NMBO23010 02-28-2023 onderhanden
Nazorg mbo 2023-2024 NMBO23019 02-28-2023 onderhanden
Regionale samenwerking kansengelijkheid GKO20016 12- 8-2020 ja
Studieverlof BVE 2021 1.165.316 08-20-2021 ja
Studieverlof BVE 2022 1.278.873 08-22-2022 ja
Studieverlof BVE 2022 1.278.784 08-22-2022 ja
Studieverlof BVE 2022 1.285.786 11-22-2022 ja
Studieverlof BVE 2023 1.322.055 03-21-2023 ja
Studieverlof BVE 2023 1.349.636 08-22-2023 onderhanden
Studieverlof BVE 2023 1.350.069 08-22-2023 onderhanden
Studieverlof BVE 2023 1.366.909 11-21-2023 onderhanden
Studieverlof BVE 2023 1.381.962 12-19-2023 onderhanden
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2021-2022 1.183.906 11-22-2021 ja
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2021-2022 1.183.824 11-22-2021 ja
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2022-2023 1.284.256 11-22-2022 ja
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2022-2023 1.284.246 11-22-2022 ja
Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2023 1.352.066 09-20-2023 ja
Tel mee met taal 2021 TMMTOA210095 05-31-2021 ja
Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom VABOK230017 12-11-2023 onderhanden
Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom VABOK230018 12-11-2023 onderhanden
Zij-instroom 2020 1.102.707 12-21-2020 ja
Zij-instroom 2021 1.154.768 05-19-2021 ja
Zij-instroom 2021 1.158.927 06-22-2021 ja
Zij-instroom 2021 1.160.497 07-20-2021 ja
Zij-instroom 2021 1.180.538 10-20-2021 ja
Zij-instroom 2021 1.189.598 11-19-2021 ja
Zij-instroom 2021 1.183.555 11-22-2021 ja
Zij-instroom 2021 1.189.577 12-21-2021 ja
Zij-instroom 2022 100.000.099 02-22-2022 ja
Zij-instroom 2022 100.000.135 03-22-2022 ja
Zij-instroom 2022 100.000.149 04- 5-2022 onderhanden
Zij-instroom 2022 100.000.140 04-15-2022 onderhanden
Zij-instroom 2022 100.000.189 06-21-2022 onderhanden
Zij-instroom 2022 100.000.236 08- 1-2022 onderhanden
Zij-instroom 2022 100.000.232 08-22-2022 onderhanden
Zij-instroom 2022 100.000.277 09-21-2022 onderhanden
Zij-instroom 2022 100.000.596 11-22-2022 onderhanden
Zij-instroom 2022 100.002.865 12-20-2022 onderhanden
Zij-instroom 2023 100.004.979 04-20-2023 onderhanden
Zij-instroom 2023 100.006.954 05-22-2023 onderhanden
Zij-instroom 2023 100.007.007 06-20-2023 onderhanden
Zij-instroom 2023 100.007.052 07-20-2023 onderhanden
Zij-instroom 2023 100.007.724 08-22-2023 onderhanden
Zij-instroom 2023 100.008.930 11-21-2023 onderhanden
Zij-instroom 2023 100.011.235 12-19-2023 onderhanden

G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule

G2-A Aflopend per ultimo verslagjaar

                   
  Toewijzing Bedrag Ontvangen t/m Totale subsidiabele kosten t/m Saldo per 1 januari Ontvangen in Subsidiabele kosten in Te verrekenen per 31 december
Omschrijving Kenmerk Datum toewijzing vorig verslagjaar vorig verslagjaar verslagjaar verslagjaar verslagjaar verslagjaar
     
                   
RIF MBO 2019-2022 'Onderwijsinnovatie in de agrotechniek in NL' 560052821 05-23-2019 641.934 609.838 609.838 - 32.097 32.097 -
                   
  totaal   641.934 609.838 609.838 - 32.097 32.097 -
                   

G2-B Doorlopend tot in volgend verslagjaar

  Toewijzing   Bedrag Ontvangen t/m Totale subsidiabele kosten t/m Saldo per 1 januari Ontvangen in Subsidiabele kosten in Saldo per 31 december
Omschrijving Kenmerk Datum toewijzing vorig verslagjaar vorig verslagjaar verslagjaar verslagjaar verslagjaar verslagjaar
     
                   
                   
Regionale aanpak voortijdig schoolverlaters 2020-2024 OND/ODB-2020/3430 M 09-11-2020 1.436.052 1.527.039 1.004.970 522.069 509.013 535.131 495.951
Regionale aanpak voortijdig schoolverlaters 2020-2024 OND/ODB-2020/3431 M 09-11-2020 477.172 357.879 192.672 165.207 119.293 163.357 121.143
Regionale aanpak voortijdig schoolverlaters 2020-2024 OND/ODB-2020/3432 M 09-11-2020 1.087.368 815.526 384.054 431.472 271.842 306.223 397.091
RIF MBO 2019-2022 'Media-Innovatie campus' RIF20022 10-14-2020 1.403.118 912.027 758.813 153.214 280.624 466.262 -32.424
RIF MBO 2019-2022 'Gastvrijheidseconomie Fryslân' RIF22002 06- 8-2022 1.262.307 441.807 93.785 348.022 252.461 334.168 266.316
                   
  totaal   5.666.017 4.054.278 2.434.294 1.619.984 1.433.233 1.805.141 1.248.076

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen​

Waarborgfonds MBO

Firda is aangesloten bij de stichting Waarborgfonds MBO. Het waarborgfonds stelt zich borg ten gunste van geldgevers van geldleningen die voor huisvesting worden verstrekt aan bve-instellingen. Het borgen heeft veelal een rentevoordeel tot gevolg. Ultimo 2023 heeft Firda één lening bij het fonds geborgd.

Elke aangesloten instelling kan jaarlijks aangesproken worden tot maximaal 2% van de rijksbijdrage. Dit kan geschieden indien individuele instellingen hun financiële verplichtingen voor geborgde leningen niet meer kunnen voldoen. De maximaal latente claim bedraagt voor Firda jaarlijks circa € 4,7 mln. (2022: € 4,5 mln.).

Huurverplichtingen

De huurverplichtingen die Firda op balansdatum heeft en die een meerjarige looptijd hebben, zijn als volgt: € 5,5 mln. huurverplichting in 2024, € 12,9 mln. huurverplichting met een looptijd langer dan een jaar en korter dan vijf jaar € 13,4 mln. huurverplichtingen met een looptijd langer dan vijf jaar.

De huurverplichtingen >€ 1,0 mln. staan hieronder toegelicht en bestaan uit:

- € 17,1 mln. voor het nieuw te bouwen Cambuurstadion in Leeuwarden. De huur van units A en B bedraagt € 570.000 per jaar en geldt van 1 mei 2024 tot en met 30 april 2034. De huur van unit C bedraagt € 730.000 en geldt van 1 mei 2024 tot en met 30 april 2039. 1 mei 2024 betreft de verwachte opleverdatum. Bij een eventueel latere oplevering verschuift de ingangsdatum van het huurcontract.

- € 5,0 mln. voor huur van ruimte bij Sportstad Heerenveen in Heerenveen over de periode 1 januari 2024 t/m 1 juli 2026;

- € 3,3 mln. voor huur van ruimte van Ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten over de periode 1 januari 2024 t/m 30 november 2037;

- € 3,1 mln. voor huur van ruimte bij Neushoorn in Leeuwarden over de periode 1 januari 2024 t/m 31 juli 2030;

- € 1,4 mln. voor huur van ruimte bij Martiniplein in Sneek over de periode 1 januari 2024 t/m 1 december 2027.

Overige operational leaseverplichtingen

Voor 14 auto's zijn operational leasecontracten afgesloten. De leaseverplichting in 2024 bedraagt € 103.813 en de verplichtingen over de periode 2025 t/m 2028 bedragen € 193.485. Er zijn geen leaseverplichtingen na 2028. 

Investeringsverplichtingen

Voor het jaar 2024 is voor € 684.000 aan onderhoudsverplichtingen aan panden aangegaan. 

Bankgarantie

Zoals onder 1.7 Liquide middelen reeds is vermeld, is voor een bedrag van € 82.333 aan bankgaranties afgegeven. Dit betreffen bankgaranties inzake huurverplichtingen jegens Apleona Real Estate B.V. te Utrecht voor de huur van ruimten in winkelcentrum Zaailand. De huurverplichtingen van Zaailand 137-173 lopen tot 28 februari 2024.

Versie: v8.2.40

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report