Toelichting op de enkelvoudige balans
Vaste activa
1.2 Materiële vaste activa
| 1.2 Materiële vaste activa | 1.2.1 Terreinen | 1.2.1 Gebouwen | 1.2.2 Inventaris en apparatuur | 1.2.4 In uitvoering en vooruit- betaling | Totaal materiële vaste activa |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2023 | 14.242.694 | 188.510.578 | 54.358.837 | 549.226 | 257.661.335 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2023 | -137.066 | -101.674.470 | -35.735.583 | 0 | -137.547.120 |
| Boekwaarde 01-01-2023 | 14.105.628 | 86.836.108 | 18.623.254 | 549.226 | 120.114.215 |
| Investeringen boekjaar | 0 | 0 | 3.912.173 | 1.454.694 | 5.366.870 |
| Reclassificatie | 1.604.680 | -1.604.680 | 0 | 123.971 | 123.971 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde (*) | -7.237 | -36.320 | -3.404.789 | -424.660 | -3.873.006 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) | 3.275 | 14.532 | 3.178.271 | 0 | 3.196.078 |
| Afschrijvingen lopend jaar | -153.721 | -5.760.320 | -4.392.939 | 0 | -10.306.980 |
| Aanschafwaarde 31-12-2023 | 15.840.137 | 186.869.578 | 54.866.221 | 1.703.234 | 259.279.170 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2023 | -287.512 | -107.420.258 | -36.950.251 | 0 | -144.658.021 |
| Boekwaarde 31-12-2023 | 15.552.625 | 79.449.320 | 17.915.970 | 1.703.234 | 114.621.149 |
| Terreinverharding, -bestrating en dergelijke zijn gereclassificeerd van gebouwen naar terreinen. Dit betreft € 1,6 mln. |
1.2.2. Inventaris en apparatuur
In 2023 is € 3,9 mln. in inventaris en apparatuur geinvesteerd. Hiervan is € 1,9 mln. uitgegeven voor hard- en software, waarvan € 1,2 mln. aan laptops voor medewerkers en € 0,7 mln. aan smartboards, smart devices en overige audiovisuele apparatuur.
Het overige deel van de investeringen in inventaris en apparatuur bestaat voor € 1,2 mln. uit overige apparatuur, € 0,7 mln. aan meubilair en € 0,1. mln. aan voer- en vaartuigen.
1.2.4. In uitvoering en vooruitbetaling
In 2023 is € 1,7 mln. in uitvoering en vooruitbetaald. Hiervan heeft € 0,4 mln. betrekking op bouw(advies)kosten voor de Firda locatie in het nieuwe Cambuurstadion en € 0,7 mln. betrekking op inventaris, machines en hard- en software, met name laptops en benodigdheden op deze nieuwe Firda locatie.
Verder heeft € 0,4 mln. betrekking op het nieuw op te leveren gebouw D te Drachten. De overige € 0,2 mln. heeft betrekking op het trainingscentrum te Urk, verbouwing Eeltjebaasweg te Sneek en de renovatie Wilaarderburen te Leeuwarden.
1.3 Financiële vaste activa
| 1.3 Financiële vaste activa | Boekwaarde 01/01/2023 | Investeringen | Dividend | Resultaat deel- nemingen | Boekwaarde 31/12/2023 |
|---|---|---|---|---|---|
| Deelneming in groepsmaatschappijen | 4.213.144 | 0 | 0 | 280.438 | 4.493.582 |
| Totaal financiële vaste activa | 4.213.144 | 0 | 0 | 280.438 | 4.493.582 |
De financiële activa betreft de 100%-deelneming in Firda voor Volwassenen B.V. te Leeuwarden, met een netto vermogenswaarde van € 4,5 mln. per 31 december 2023 (€ 4,2 mln. per 31 december 2022).
Vlottende activa
1.5. Vorderingen
| 1.5 | Vorderingen | 31/12/2023 | 31/12/2022 |
|---|---|---|---|
| 1.5.1 | Debiteuren algemeen | 1.824.287 | 1.018.294 |
| 1.5.5 | Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten | 1.173.624 | 915.091 |
| 1.5.7 | Overige vorderingen | 1.879.802 | 11.829.323 |
| 1.5.8 | Overlopende activa | 2.301.364 | 2.616.769 |
| 1.5.9 | Voorzieningen wegens oninbaarheid | -117.000 | -41.608 |
| 1.5 | Totaal vorderingen | 7.062.077 | 16.337.869 |
De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.
1.5.1. Debiteuren
Toename in debiteurensaldo van € 0,8 mln. wordt met name veroorzaakt door twee openstaande facturen uit december met een omvang van € 0,4 mln. resp. € 0,3 mln. Beide facturen zijn in januari 2024 voldaan.
1.5.5. Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten
Huidige tekst in de toelichting graag aanpassen in: De vorderingen op studenten stijgt met € 0,3 mln. ten opzichte van 2022. Deze stijging wordt veroorzaakt doordat, vanwege de migratie van systemen en werkwijzen, facturen en herinneringen later zijn verstuurd.
1.5.7 Overige vorderingen
De overige vorderingen zijn met € 10,1 mln. gedaald ten opzichte van 2022. Dit heeft voornamelijk betrekking op de een vordering van de kwaliteitsgelden 2019-2022 welke in 2023 zijn ontvangen.
1.5.8. Overlopende activa
De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2023 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2024. Dit betreffen onder andere softwarelicenties, verzekeringen, huur- en servicekosten en examengelden.
1.5.9. Voorziening wegens oninbaarheid
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
| 1.5.9 | Voorziening wegens oninbaarheid | 31/12/2023 | 31/12/2022 |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | -41.608 | -63.990 | |
| Onttrekking | 1.336 | 18.686 | |
| Vrijval / Dotatie | -76.728 | 3.696 | |
| 1.5.9 | Stand per 31 december | -117.000 | -41.608 |
De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft met name studenten, BPV-bedrijven en een post doorbelaste huisvestingskosten.
1.7. Liquide middelen
| 1.7 | Liquide middelen | 31/12/2023 | 31/12/2022 |
|---|---|---|---|
| 1.7.1 | Kasmiddelen | 2.365 | 6.822 |
| 1.7.2 | Banken | 86.656.267 | 65.130.499 |
| 1.7 | Totaal liquide middelen | 86.658.632 | 65.137.321 |
Bij schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën is ultimo 2023 € 36,4 mln. ondergebracht (2022: € 65,2 mln.). In 2023 is in een deposito bij het Ministerie van Financiën € 50,0 mln. ondergebracht voor de periode van één jaar, waarvan de termijn verloopt in december 2024.
Verder bestaan de liquide middelen uit kasgelden en het saldo van de lopende rekeningen bij Rabobank en Bunq.
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van Firda met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen en het hiervoor genoemde deposito bij het Ministerie van Financiën.
Passiva
2.1 Eigen vermogen
| 2.1 | Eigen vermogen | Stand 01/01/2022 | Bestemming exploitatie-saldo 2022 | Stand per 31/12/2022 | Bestemming exploitatie-saldo 2023 | Stand per 31/12/2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.1.1 | Algemene reserve | 59.499.262 | 524.242 | 60.023.504 | 7.342.412 | 67.365.916 |
| 2.1.2 | Bestemmingsreserve (publiek) | |||||
| Huisvesting | 64.415.000 | 1.803.000 | 66.218.000 | -1.936.000 | 64.282.000 | |
| Nationaal Programma Onderwijs | 4.948.314 | -547.677 | 4.400.637 | -4.400.637 | 0 | |
| Bestemmingsreserve Onderwijs | 0 | 0 | 0 | 3.662.000 | 3.662.000 | |
| 2.1.2 | Totaal bestemmingsreserve (publiek) | 69.363.314 | 1.255.323 | 70.618.637 | -2.674.637 | 67.944.000 |
| 2.1.3 | Bestemmingsreserve (privaat) | 3.997.955 | 197.189 | 4.195.144 | 280.438 | 4.475.582 |
| 2.1.3 | Totaal bestemmingsreserve (privaat) | 3.997.955 | 197.189 | 4.195.144 | 280.438 | 4.475.582 |
| 2.1 | Totaal eigen vermogen | 132.860.531 | 1.976.754 | 134.837.285 | 4.948.213 | 139.785.498 |
Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, bestemmingsreserve publiek en de bestemmingsreserve privaat, die betrekking heeft op de algemene reserve van Firda voor Volwassenen B.V.
Het exploitatiesaldo 2023 is opgenomen in de kolom bestemming exploitatiesaldo 2023.
2.1 Resultaatbestemming 2023
Er is € 1,9 mln. onttrokken aan de huisvestingsreserve naar aanleiding van een negatief huisvestingsresultaat en de NPO-reserve ad € 4,4 mln. is onttrokken omdat de NPO-regeling in 2023 afloopt. Verder is gekozen voor een bestemmingsreserve onderwijs welke in januari 2024 is vastgesteld op maximaal 3% van de vestigingsbaten. Het resultaat van deelneming Firda voor Volwassenen B.V. van € 0,3 mln. is toegevoegd aan de bestemmingsreserve privaat. Het resterende deel dat € 7,1 mln. wordt toegevoegd aan de algemene reserves.
De huisvestingsreserve heeft als doelstelling om een reserve te vormen voor toekomstige kosten als gevolg van gestegen bouw- en huurprijzen. De bestemmingsreserve onderwijs heeft als doelstelling om een reserve te vormen om financiële effecten op te vangen die onder andere gevolg zijn van een een afwijkende jaarcyclus (schooljaar in plaats van boekjaar) op onderwijsvestigingen.
2.1.1. Algemene reserve
De algemene reserve is bedoeld als risicobuffer voor onvoorziene tekorten in de exploitatie. De ondergrens is berekend op € 13,1 mln., zijnde 5% van de Rijksbijdragen.
2.2 Voorzieningen
| 2.2 | Voorzieningen | Stand per 01/01/2023 | Dotaties | Onttrekkingen | Vrijval | Oprenting | Stand per 31/12/2023 | Kortlopend deel (<1 jaar) | Langlopend deel (>1 jaar <5 jaar) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.2.1 | Personeelsvoorzieningen | ||||||||
| Voorziening wachtgeld | 668.242 | 515.887 | 346.242 | 0 | -43.887 | 794.000 | 34.000 | 680.000 | |
| Voorziening spaarverlof ADV | 14.000 | 0 | 0 | 14.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Voorziening WGA | 2.998.757 | 3.103.344 | 143.636 | 0 | -374.344 | 5.584.121 | 643.121 | 1.834.000 | |
| Voorziening duurzame inzetbaarheid | 9.280.862 | 4.205.713 | 778.000 | 0 | -778.717 | 11.929.858 | 2.539.000 | 9.030.000 | |
| Voorziening jubileum | 1.981.217 | 625.250 | 0 | 0 | -473.467 | 2.133.000 | 250.000 | 685.000 | |
| Voorziening WAB tijdelijk contract | 157.880 | 415.120 | 0 | 0 | 0 | 573.000 | 562.000 | 11.000 | |
| Voorziening langdurige zieken | 743.295 | 767.705 | 29.404 | 0 | 0 | 1.481.596 | 1.292.596 | 189.000 | |
| 2.2.1 | Totaal personeelsvoorzieningen | 15.844.253 | 9.633.019 | 1.297.282 | 14.000 | -1.670.415 | 22.495.575 | 5.320.717 | 12.429.000 |
| 2.2 | Totaal voorzieningen | 15.844.253 | 9.633.019 | 1.297.282 | 14.000 | -1.670.415 | 22.495.575 | 5.320.717 | 12.429.000 |
2.2.1. Personeelsvoorzieningen
De personele voorzieningen ultimo 2023 bestaan uit de voorziening wachtgeld, spaarverlof ADV, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract, langdurig zieken en overige personele voorzieningen.
De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2023 is deze verplichting opgenomen voor 34 wachtgelders (2022: 23), waarvan de verplichting naar verwachting tot 2024 doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.
Voor de voorziening spaarverlof ADV geldt dat deze regeling is komen te vervallen of vervangen. Dit houdt in dat er geen nieuwe instroom is in deze regelingen. De onttrekkingen binnen deze voorzieningen gelden voor bestaande gevallen en mensen die onder de overgangsregelingen vallen, zoals deze zijn opgenomen in de CAO.
De WGA voorziening is gevormd vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA'ers (28; 2022: 33) en zieken (95; 2022: 33) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.
Zieken zij in de voorziening opgenomen indien zij langer dan 26 weken ziek zijn rekening houdend met een revalidatiekans. Binnen Friese Poort geldt deze methode sinds 2022. Friesland College nam tot 2022 alleen personen op in de voorziening waarvan werd verwacht dat deze in de WGA zouden instromen.
Duurzame inzetbaarheid
In de CAO MBO 2018-2020 zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. Binnen deze regelingen vallen zowel de overgangsregeling BAPO als regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Friese Poort sinds 2019 de generatieregeling opengesteld. Friesland College kent deze regeling sinds 1 januari 2023. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Met uitzondering van de (overgangsregeling) BAPO, die als periodelasten worden verwerkt, dient voor het werkgeversdeel van de regelingen een voorziening te worden gevormd.
De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.
Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. De kans van gebruikmaking van de regeling seniorenverlof is in 2023 opnieuw beoordeeld en daarop aangepast naar 36% voor 57-62 jaar en 21% bij 62 jaar en ouder (2022: 31,2%). De kwantitatieve impact kan niet worden bepaald omdat de voorziening op een nieuwe wijze is berekend.
Per 31 december 2023 maken 223 (2022: 188) medewerkers gebruik van het seniorenverlof. Daarnaast maken 32 (2022: 27) medewerkers gebruik van de generatieregeling.
Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 3,3%. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 2,31% (10 jaar staatsobligaties Nederland rente op 31-12-2023).
De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 3,3% en een disconteringsrente van 2,31%. In 2023 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld. Deze zijn nagenoeg ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2022.
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2019) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Per 31 december 2022 is een voorziening gevormd voor contracten die voor balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.
Per 2022 is een voorziening langdurig zieken opgenomen voor de eerste twee ziektejaren van een werknemer, waarbij in lijn met de voorziening WGA, rekening is gehouden van een revalidatiekans van 100% voor personeel welke minder dan 6 maanden ziek is, 60% voor personeel dat 6 tot 12 maanden ziek is en 40% voor personeel dat langer dan 12 maanden ziek is.
2.4 Kortlopende schulden
| 2.4 | Kortlopende schulden | 31/12/2023 | 31/12/2022 |
|---|---|---|---|
| 2.4.1 | Kredietinstellingen | 363.024 | 1.768.780 |
| 2.4.3 | Crediteuren | 3.748.182 | 3.819.303 |
| 2.4.4 | Vooruitontvangen subsidies OCW niet-geoormerkt | 7.868.584 | 5.680.019 |
| 2.4.5 | Schulden aan groepsmaatschappijen | 6.823.777 | 5.640.578 |
| 2.4.7 | Belastingen en premies sociale verzekeringen | 29.837 | 0 |
| Loonheffing | 8.371.791 | 3.234.734 | |
| 2.4.7 | Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen | 8.401.628 | 3.234.734 |
| 2.4.8 | Schulden terzake van pensioenen | 2.187.400 | 946.256 |
| 2.4.10 | Overlopende passiva | ||
| Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden | 1.081.723 | 455.413 | |
| Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt | 3.147.661 | 2.622.435 | |
| Vooruitontvangen investeringssubsidies | 2.329.375 | 2.526.720 | |
| Vakantiegeld en -dagen | 8.347.982 | 7.084.014 | |
| Overig | 4.065.608 | 13.473.948 | |
| 2.4.10 | Totaal overlopende passiva | 14.999.241 | 24.927.128 |
| 2.4 | Totaal kortlopende schulden | 48.364.944 | 47.252.200 |
De schulden aan kredietinstellingen zijn gedaald als gevolg van aflossingen van leningen. Zie 2.3. langlopende schulden voor een nadere toelichting.
De schuld loonheffingen is gestegen naar € 8,4 mln. (2022: € 3,2 mln.) omdat ROC Friese Poort ultimo 2022 de loonheffing december 2022 al heeft voldaan en Friesland College deze in januari 2023 heeft voldaan. Sinds 1 januari 2023 is er één aangifte loonheffingen welke voor € 7,9 in januari 2024 is voldaan. Het overige deel van € 0,4 mln. betreft de eindheffing werkkostenregeling.
De rubriek vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden opgenomen is opgenomen voor € 1,1 mln. (2022: € 0,5 mln.) Dit betreft de cursusgelden welke in 2023 zijn ontvangen voor het collegejaar 2023-2024. Het deel wat betrekking heeft op 2024 is in de balans opgenomen.
De geoormerkte vooruitontvangen subsidies van OCW betreffen de geoormerkte subsidies die ontvangen zijn van OCW, maar in een volgend jaar worden ingezet. In model G op de volgende pagina is een overzicht van de betreffende subsidies opgenomen.
In 2023 is de post vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt gestegen naar € 3,1 mln. (2022: € 2,6 mln.). Dit betreffen nog te besteden subsidies voor opleidingsscholen, lerarenbeurzen, instructiebeurzen, zij-instromers en VSV-gelden.
De vooruitontvangen investeringssubsidies betreffen subsidies voor materiële activa, zoals gebouwen. De jaarlijkse vrijval ten gunste van het resultaat verloopt evenredig met de afschrijvingen van de betreffende activa en wordt gepresenteerd onder 3.1.2 toerekening investeringssubsidies OCW en 3.2.2 overige overheidsbijdragen.
De schuld vakantiegeld- en dagen is gestegen naar € 8,3 mln. (2022: € 7,1 mln.) als gevolg van niet gerealiseerde vakantie uren, met name door extra werk voor de fusie. Het betreft stafpersoneel (niet onderwijsgevenden).
De post overig is gedaald naar € 4,1 mln. (2022: € 13,5 mln.). Dit wordt voor € 9,9 mln. veroorzaakt door kwaliteitsgelden welke volgens jaarverslaggevingsregels verplicht zijn vrijgevallen in 2023.
Financiële instrumenten:
Firda maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt- , rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.
Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.
Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.
Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een Treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. ROC Friese Poort heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.