Spring naar inhoud

Financiën en continuïteit​

3.1 Financiën​

3.1.1 Financiële resultaatontwikkeling

Het resultaat van Firda over 2024 is beter dan verwacht. Als gevolg van de kosten voor de  fusie, en de bestemmingsreserve onderwijs was een negatief resultaat begroot van - € 5,7 mln. Het financiële resultaat is uitgekomen op + € 5,2 mln., een positieve afwijking van bijna € 11 mln. Door dit resultaat blijft de solvabiliteit van Firda hoog met 66,6%. 

Het grote verschil ten opzichte van het eerder begrote tekort kent een aantal oorzaken. Ten eerste was in de begroting rekening gehouden met de inzet van de bestemmingsreserve van € 3,7 mln. door de mbo-colleges. In de loop van het jaar werd al duidelijk dat deze middelen niet hoefden te worden aangewend. Dit is enerzijds het gevolg van terughoudendheid in het formatieproces (begrotingsdiscipline) en anderzijds het gevolg van moeilijk vervulbare vacatures. 

Daarnaast leidde de cao-loonsverhoging tot stijging van de loonkosten, maar de compensatie voor loon- en prijsontwikkeling vanuit de rijksbekostiging was € 1,8 mln. hoger dan deze kostenstijging. Deze € 1,8 mln. kan worden gezien als compensatie voor inflatie, terwijl deze inflatie al in de kostenbegroting was opgenomen. Een andere meevaller was de extra rijksbekostiging in de laatste maand van 2024, door uitkering van de zogeheten stroppenpot en budgettaire verschuivingen bij het ministerie van OCW. Dit leverde een extra € 1,5 miljoen op. Verder hebben met name lagere huisvestingslasten (- € 2 mln.) en hogere financiële baten (+€ 1 mln.) bijgedragen tot het positievere resultaat. Deze posten worden, samen met enkele andere opvallende zaken, in de volgende paragraaf kort toegelicht. 

In 2024 zijn er extra uitgaven geweest als gevolg van de fusie. Ten eerste betreft dit de integratie van ICT-systemen en -applicaties en kosten voor de uitrol van de huisstijl. De uitgaven voor deze posten samen bedroeg € 1,4 mln. Daarnaast zijn er uitgaven gedaan in kader van de transitie van twee organisaties naar één organisatie en uitgaven gericht op het versterken van het opleidingsaanbod aan de randen van het verzorgingsgebied van Firda. Deze uitgaven hiervoor bedroegen samen ca. € 1,9 mln. 

3.1.2 Toelichting op de exploitatieposten realisatie versus begroting

    2023 begroting 2024 2024   2024 vs begr
             
3. BATEN            
             
3.1 Rijksbijdragen    238.570   227.797   237.554     9.758 
3.2 Overige overheidsbijdragen    3.419   4.249   5.227     978 
3.3 Cursusgeld    3.182   3.240   3.153     -88 
3.4 Baten werk voor derden    14.471   11.389   13.031     1.642 
3.5 Overige baten    5.754   3.609   6.915     3.306 
3. Baten    265.396   250.283   265.879     15.596 
             
4. LASTEN            
             
4.1 Personele lasten    204.330   200.828   204.704     3.876 
4.2 Afschrijvingen    10.484   11.681   11.460     -221 
4.3 Huisvestingslasten    19.082   20.366   18.122     -2.244 
4.4 Overige lasten    30.266   25.134   27.400     2.266 
4. Lasten    264.162   258.009   261.686     3.677 
             
5. FINANCIEEL            
             
5.1 Financiele baten    4.302   1.960   2.972     1.012 
5.4 Financiele lasten    509  -  1.941     1.941 
5. Financiele baten en lasten    3.793   1.960   1.031     -929 
             
6. BELASTINGEN            
             
6. Belastingen    79   1   70     68 
6. Belastingen    79   1   70     68 
             
RESULTAAT    4.948   -5.767   5.155     10.922 

De rijksbijdragen zijn € 9,8 mln. hoger uitgekomen dan begroot. Dit betreft voor het overgrote deel de indexatie van de rijksbekostiging (loon- en prijscompensatie). De overige overheidsbijdragen zijn € 1,0 mln. hoger dan begroot, wat te maken heeft met extra opbrengsten uit verschillende subsidies.  

De opbrengsten met betrekking tot werk voor derden zijn met € 1,6 mln. toegenomen. Dit is voor een deel te danken aan hogere opbrengsten van Firda voor Volwassenen en daarnaast extra opbrengsten uit verschillende projecten met derden.

De overige baten vallen € 3,3 mln. hoger uit door hogere detacheringsbaten, meer omzet in de leerbedrijven en diverse andere extra opbrengsten. Tegenover deze extra opbrengsten staan extra kosten, waardoor het effect op het resultaat beperkt is.  

De personele lasten kwamen € 3,9 mln. hoger uit. De belangrijkste verklaring hiervoor is de loonsverhoging op grond van de nieuwe cao. Daarnaast zijn de kosten voor de inzet van extern personeel hoger uitgevallen dan begroot. Hier staat tegenover dat de personele inzet in fte’s lager is uitgevallen dan wat in de begroting was opgenomen, en daarnaast zijn de uitkeringen voor (voornamelijk) zwangerschapsverlof hoger uitgevallen. 

De afschrijvingen wijken minimaal af van de begroting ondanks de, niet begrote, aankoop van de schoollocatie Stadionplein, Leeuwarden (Cambuur). Hier staat namelijk tegenover dat een deel van andere begrote investeringen (nog) niet is uitgevoerd.   

De huisvestingslasten zijn ca. € 2,2 mln. lager dan begroot. Dit heeft te maken met de afgesproken acties vanuit het SHP (zoals aankoop schoollocatie Cambuur en afstoten diverse huurlocaties), en met lagere exploitatiekosten voor energie. Dit laatste is door toegenomen bewustzijn met betrekking tot energieverbruik en het rendement op duurzaamheidsinvesteringen van de afgelopen jaren.  

De overige lasten zijn € 2,3 mln. hoger dan begroot. De belangrijkste verklaring hiervoor zijn gestegen ICT-kosten (licenties e.d.) en eenmalige marketingkosten voor de profilering van Firda. 

De financiële baten betreft de ontvangen rente op de liquide middelen. Deze zijn hoger uitgevallen doordat de rente in 2024 hoger lag dan verwacht. De financiële lasten ad € 1,9 mln. bestaat uit een post voor het contant maken van de personele voorzieningen en de betaalde rente over de uitstaande lening.

3.1.3 Kasstromen 2024

In het volgende overzicht is het kasstroomoverzicht 2024 weergegeven. 

    2023 2024   verschil
           
Resultaat voor interest en belasting    1.234   4.194     2.960 
Afschrijvingen    10.485   11.460     975 
Boekwinst MVA   -  -514     -514 
Mutatie voorzieningen    8.436   689     -7.747 
Mutatie werkkapitaal (vordering en schulden)    9.077   2.845     -6.232 
Interest en belastingen    2.084   961     -1.123 
           
Kasstroom investeringsactiviteiten    -4.297   -39.166     -34.869 
Kasstroom financieringsactiviteiten    -6.016   -363     5.653 
Mutatie liquide middelen    21.003   -19.894     -40.897 

In 2024 zijn de liquide middelen, ondanks het positieve resultaat, afgenomen. Dit is het gevolg van een hoog bedrag aan investeringen, met name door de aankoop van de schoollocatie Cambuur. De omvang van de liquide middelen daalde hierdoor in 2024 met € 19,9 mln. naar € 66,8 mln.   

3.1.4 Financiële situatie op balansdatum

In onderstaand overzicht zijn de belangrijkste financiële kengetallen weergegeven.

    31-12-2023 31-12-2024   verschil
Solvabiliteit   66,6% 66,6%   0,0%
Liquiditeit    2,1   1,6     -0,5 

Firda staat er financieel gezond voor. De solvabiliteit ligt met 66,6% boven het gemiddelde van de mbo-sector (59%) en ruim boven de ondergrens van 30% die de onderwijsinspectie hanteert. Ondanks deze hoge solvabiliteit is er geen sprake van bovenmatige reserves (zie de continuïteitsparagraaf). Een groot deel van het eigen vermogen wordt aangewend voor de financiering van huisvesting. 

De liquiditeit, de verhouding tussen de vlottende activa en kortlopende schulden, ligt ultimo 2024 op 1,6. De daling van de liquiditeit ten opzichte van 2023 wordt veroorzaakt door de afname van de liquide middelen zoals toegelicht bij het kasstroomoverzicht. De liquiditeit ligt daarmee in lijn met de mbo-sector (1,9) en ruim boven de signaleringswaarde van de onderwijsinspectie, die 0,75 bedraagt. 


3.2 Continuïteitsparagraaf​

In de continuïteitsparagraaf kijken we vijf jaar vooruit naar ontwikkelingen op belangrijke punten van beleid en organisatie en de gevolgen daarvan voor de financiële exploitatie en balanspositie.  

Meerjarenraming

In onderstaande tabel staat de meerjarenraming voor Firda.

Exploitatie Firda
(* € 1 miljoen)
Realisatie 2024 Begroting 2025 Prognose 2026 Prognose 2027 Prognose 2028 Prognose 2029
3. BATEN            
3.1 Rijksbijdragen  237,6   232,6   231,1   226,8   223,2   220,1 
3.2 Overige overheidsbijdragen  5,2   5,4   5,3   5,2   2,0   2,0 
3.3 Cursusgeld  3,2   3,5   3,2   3,1   3,1   3,0 
3.4 Baten werk voor derden  13,0   11,1   12,0   12,0   12,0   12,0 
3.5 Overige baten  6,9   5,6   6,0   5,0   5,0   5,0 
Totaal baten  265,9   258,3   257,6   252,1   245,3   242,1 
             
4. LASTEN            
4.1 Personele lasten  204,7   205,0   200,8   194,3   190,4   187,8 
4.2 Afschrijvingen  11,5   12,6   13,8   14,6   14,8   14,8 
4.3 Huisvestingslasten  18,1   17,5   16,6   15,9   15,7   15,5 
4.4 Overige lasten  27,4   25,1   26,0   25,7   25,2   24,8 
Totaal lasten  261,7   260,2   257,1   250,5   246,2   242,9 
             
5. FINANCIEEL            
5.1 Financiele baten  3,0   1,9   1,1   1,2   1,2   1,1 
5.2 Financiele lasten  1,9  -  0,1   0,3   0,3   0,3 
Totaal Financieel  1,1   1,9   1,0   0,9   0,9   0,8 
             
Resultaat voor belasting  5,2   -   1,5   2,5   -   - 
             
6. BELASTINGEN            
Belastingen  0,1   -   -   -   -   - 
Totaal belastingen  0,1   -   -   -   -   - 
             
Netto resultaat  5,2   -   1,5   2,5   -   - 

Ondanks incidentele uitgaven, als gevolg van de fusie, is 2024 met een positief resultaat geëindigd. Dit vormt een goede basis voor de teruglopende rijkbijdrage die wordt verwacht vanwege de krimp in studentenaantallen. Voor 2025 is een nihil resultaat begroot voor de twee jaren erna een beperkt positief resultaat. De reden hiervoor is om minder voorzichtig te begroten waardoor de verwachte realisatie dichter op de begroting zal uitkomen. Voor 2026 en 2027 gaan we uit van een nihil resultaat m.b.t. de reguliere activiteiten. Het positieve saldo is het niet structureel inzetten van de financiële baten en een positief resultaat op de krimpmiddelen omdat de uitgaven niet exact in de pas zullen lopen met de ontvangsten. In het verwachte resultaat voor 2025 t/m 2027 is rekening gehouden met het definitief toekennen van de krimpmiddelen voor de regio Friesland, waarvan € 3 mln. per jaar voor Firda.

Als gevolg van een omvangrijk investeringsprogramma zullen onze afschrijvingen de komende jaren toenemen. Daar staan echter besparingen tegenover als gevolg van de acties die voortvloeien uit het in 2024 opgestelde strategisch huisvestingsplan. Dit betreft met name het afstoten van diverse kleinere huurlocaties en het verbeteren van de huurcondities van enkele grotere locaties. Daarnaast kiest Firda vaker voor eigendom dan voor huur omdat dit op de langere termijn tot lagere huisvestingskosten leidt. De grote diversiteit aan locaties en gebouwen van Firda geeft voldoende flexibiliteit voor de toekomst mochten studentenaantallen anders uitvallen dan geprognotiseerd.  

Aan de batenkant zien we een gestage afname van de rijksbekostiging. Dit is het gevolg van de krimp in studentenaantallen doordat een lagere instroom vanuit het voortgezet onderwijs wordt verwacht.  

Als gevolg van de afnemende baten zullen de personele lasten teruggebracht moeten worden. Hiertoe wordt gewerkt met een strategisch personeelsplan waarbij per onderwijsdomein in kaart is gebracht wat de kwantitatieve en kwalitatieve issues zijn. Daarnaast wordt er jaarlijks gestuurd op de formatie middels een strak proces waarbij per onderwijsteam en de ondersteunende afdeling wordt bekeken welke middelen beschikbaar zijn en wat dit betekent voor de formatie van elk team. Om wendbaar te kunnen zijn, wordt er gestuurd op een flexibele schil van 12 tot 15%. Met behulp van deze instrumenten en onze planning- en controlcyclus zijn we in staat om jaarlijks onze personele lasten in lijn te brengen met de rijksbijdragen.   

De financiële baten zullen de komende jaren afnemen als gevolg van een afnemend saldo liquide middelen en het aantrekken van vreemd vermogen om een deel van de huisvestingsinvesteringen te financieren.  

3.2.2 Ontwikkeling studentenaantallen

Het aantal bekostigde studenten bij Firda is in het studiejaar 2024-2025 met 2,6 % afgenomen t.o.v. het studiejaar daarvoor. Het aantal BOL studenten is vrijwel gelijk gebleven, de afname zit bij de BBL studenten. De gewogen daling komt daardoor uit op 1,4 %. De afname van het aantal studenten is met name het gevolg van een hogere uitstroom. De arbeidsmarkt blijft onverminderd sterk waardoor jongeren snel een baan vinden. Daarnaast zien we een verschuiving van bekostigde BBL-trajecten naar niet OCW bekostigd cursorisch onderwijs bij onze volwassenenpopulatie. De verschuiving zien we met name bij de sector Zorg & Welzijn waar instellingen steeds vaker behoefte hebben aan kortlopende opleidingstrajecten.  

Studentenaantal bekostigd per 1/10 Realisatie 2023 Prognose 2024 Prognose 2025 Prognose 2026 Prognose 2027 Prognose 2028
BOL  14.661   14.558   14.270   14.030   13.800   13.570 
BBL  6.228   5.740   5.600   5.500   5.500   5.500 
VAVO  132   172   170   170   170   170 
Totaal  21.021   20.470   20.040   19.700   19.470   19.240 
Gewogen  17.280   17.030   16.680   16.400   16.170   15.940 
Mutatie tov jaar ongewogen -5,5% -2,6% -2,1% -1,7% -1,2% -1,2%
Mutatie tov jaar gewogen -5,6% -1,4% -2,1% -1,7% -1,4% -1,4%

In bovenstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het aantal studenten opgenomen. In dit overzicht zijn ook de BBL-studenten zonder BPV meegenomen (in 2024 waren dit er 195), voor deze studenten wordt geen bekostiging ontvangen. Het overzicht laat een gewogen afname zien tussen 1,4% en 2,1%. Vanuit het prognose model van OCW en onderzoek door het Planbureau Friesland wordt de komende jaren een krimp van aantal studenten van gemiddeld 2% voorspeld voor het verzorgingsgebied van Firda. De werkelijke krimp zal mede afhangen van de ontwikkeling van de economie en de arbeidsmarkt, de ontwikkeling van het marktaandeel en de mate waarin we kunnen groeien met volwassenonderwijs. Dit laatste is een van de speerpunten van Firda. Het is daarom onze ambitie om in de BBL niet verder te krimpen maar gelijk te blijven. Hierdoor verwachten we een iets lagere krimp dan vanuit de demografische ontwikkeling wordt voorspeld. Firda gaat ervan uit dat het marktaandeel stabiel blijft.

Bij een krimp van enkele procenten per jaar biedt de uitstroom van medewerkers als gevolg van pensionering in combinatie met de flexibele schil voldoende ruimte om deze daling te kunnen opvangen, zonder dat dit een grote invloed heeft op onze resultaten. De flexibele schil bedraagt ultimo 2024 17%. 

3.2.3 Formatieontwikkeling

In onderstaand overzicht is de verwachte ontwikkeling van het personeelsbestand weergegeven voor de komende jaren.

Formatie Firda (bruto fte, excl. FvV) Realisatie 2024 Begroting 2025 Prognose 2026 Prognose 2027 Prognose 2028 Prognose 2029
Personele bezetting in fte            
Bestuur & directie  20   20   20   20   20   20 
Onderwijzend personeel  1.378   1.373   1.355   1.316   1.299   1.293 
Ondersteunend personeel  630   624   603   574   553   534 
Totaal personeel  2.028   2.017   1.978   1.910   1.872   1.847 
Deel onderwijzend personeel 68,0% 68,1% 68,5% 68,9% 69,4% 70,0%
Soort dienstverband            
Onbepaalde tijd (vast)  1.643   1.654   1.661   1.605   1.591   1.570 
Bepaalde tijd (tijdelijk)  385   363   316   306   281   277 
Totaal personeel  2.028   2.017   1.978   1.910   1.872   1.847 
Vast (%) 81% 82% 84% 84% 85% 85%
Tijdelijk (%) 19% 18% 16% 16% 15% 15%

In 2025 ligt het aantal fte van Firda vrijwel op het niveau van 2024, omdat er in 2024 bij het sturen op formatie al rekening is gehouden met een afname van de middelen in 2025. Vanaf 2026 is er sprake van een gestage afname van het aantal fte. Naast de flexibele schil kan deze afname goed worden opgevangen omdat er een flinke uitstroom van medewerkers vanwege pensioen is voorzien. De uitdaging voor de komende jaren zit meer op de kwalitatieve kant dan aan de kwantitatieve kant. Voor sommige opleidingen wordt het steeds lastiger om bevoegde docenten te vinden, en het kost moeite om zij-instromers langdurig vast te houden.   

Het is onze ambitie om een goede balans te vinden tussen de omvang van het onderwijzend personeel en ondersteunend personeel. We zien de afgelopen jaren een toenemende verzwaring van de werkzaamheden van docenten. Dit komt onder andere doordat studenten steeds vaker behoefte hebben aan ondersteuning en de vraagstukken complexer worden. Ook zien we een toename in het vastleggen van allerlei gegevens rondom studenten en opleidingen. Als gevolg van deze ontwikkelingen zien we een toename van het aantal fte aan ondersteunende functies. Het wordt daardoor steeds moeilijker om het streefcijfer van 70% onderwijsgevende fte versus 30% onderwijsondersteunende fte te realiseren.

Het sturen op ons lange termijn formatie vindt plaats met behulp van het strategisch personeelsplan. Dit plan geeft inzicht in de samenstelling en grootte van onderwijsteams en de verwachte formatie per domein. Naast de kwantitatieve ontwikkeling beschrijft het plan hoe we op de lange termijn over voldoende en goed gekwalificeerde medewerkers kunnen beschikken, rekening houdend met de ontwikkelingen binnen de domeinen. In het plan wordt tevens de veranderende wet- en regelgeving meegenomen, het stimuleren van de mobiliteit en het vormgeven de opleidingsschool.   

3.2.4 Ontwikkeling huisvesting

In 2024 is het Firda strategisch huisvestingsplan 2024-2028 opgesteld. Daarin is opgenomen hoe Firda het aantal vierkante meters terugbrengt in lijn met de krimp in studentenaantallen, op welke wijze in Leeuwarden de komende jaren de diverse opleidingen worden gehuisvest (als gevolg van de fusie). Het plan kent een aantal omvangrijke investeringsprojecten. Investeringen > € 2,5 mln. worden hieronder toegelicht.   

  • De schuifoperatie in Leeuwarden richt zich op van het samenvoegen van het opleidingenaanbod van Firda en de vorming van twee mbo-colleges in Leeuwarden. In een periode van drie jaar wordt een aanzienlijk deel van de huidige opleidingen verplaatst zodat in de zomer van 2026 de gewenste eindsituatie wordt bereikt. De investering die met deze operatie is gemoeid bedraagt € 9 mln.  
  • De revitalisatie van de locatie Wilaarderburen, Leeuwarden. Dit project loopt in 2025 en 2026 en bestaat uit het vervangen van alle installaties, het renoveren van het gebouw, diverse duurzaamheidsinvesteringen en het aanpassen van lokalen en inrichting. In totaal bedraagt de investering € 17 mln. waarvan € 2,5 mln. wordt gedekt door de subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA).   
  • De nieuwbouw van gebouw D in Drachten. De bouw start in 2025, de oplevering is gepland voor eind 2026. Het nieuwe schoolgebouw wordt 6.000 m2 groot. De kostenraming is € 23 mln. 
  • Het huisvesten van de opleidingen laboratoriumtechniek locatie Wilaarderburen, Leeuwarden, zodat Firda zelf de opleidingen tot laborant en analist kan geven die nu extern zijn gehuisvest. Deze investering bedraagt € 3,5 mln. en staat gepland voor het najaar van 2025. 
  • Daarnaast wordt in 2025 een onderzoek gestart naar scenario’s voor de toekomstige huisvesting van alle Firda-opleidingen in Heerenveen. 

Voor alle plannen is een financiële doorrekening op lange termijn gemaakt. De effecten hiervan zijn opgenomen in de meerjarenraming. Op basis van de voorgenomen investeringen is door een extern bureau gekeken naar de ontwikkeling van de huisvestingslasten t.o.v. het gemiddelde van de mbo-sector. Hieruit blijkt dat de exploitatiekosten m.b.t. huisvesting bij Firda ook de komende jaren onder de benchmark blijft. Bij de totstandkoming van het strategisch huisvestingsplan is gekeken naar de mogelijke risico’s bij achterblijvende studentenaantallen. De risico’s blijken beperkt doordat Firda voldoende flexibel blijft als het gaat om het afstoten van gebouwen. Daarnaast heeft Firda voldoende reserves heeft voor eventuele financiële tegenvallers.  

3.2.5 Balans en kengetallen

In onderstaand overzicht is de meerjarenbalans weergegeven, en vervolgens de kengetallen die op basis van deze gegevens zijn berekend.

Balans Firda per 31-12
(* € 1 miljoen)
Realisatie 2024 Begroting 2025 Prognose 2026 Prognose 2027 Prognose 2028 Prognose 2029
Debet            
Vaste activa  143,0   157,7   177,9   177,3   173,5   178,2 
Vorderingen  7,9   7,0   7,0   6,5   6,3   6,1 
Liquide middelen  66,9   50,8   41,5   43,8   46,4   42,6 
Totaal debet  217,8   215,4   226,4   227,5   226,2   226,9 
             
Credit            
Eigen vermogen  144,9   144,9   146,4   148,9   148,9   148,9 
Voorzieningen  23,2   23,2   23,5   23,0   22,5   24,0 
Langlopende schulden  1,9   1,4   11,0   10,6   10,3   10,0 
Kortlopende schulden  47,7   45,9   45,5   45,0   44,5   44,0 
Totaal credit  217,8   215,4   226,4   227,5   226,2   226,9 
             
             
Kengetallen Realisatie 2024 Begroting 2025 Prognose 2026 Prognose 2027 Prognose 2028 Prognose 2029
Solvabiliteit 1 > 30% 66,6% 67,3% 64,7% 65,5% 65,8% 65,6%
Liquiditeit > 0,75  1,6   1,3   1,1   1,1   1,2   1,1 
Rentabiliteit 2,0% 0,0% 0,6% 1,0% 0,0% 0,0%
Signaleringwaarde EV 82,1% 75,9% 70,6% 70,2% 69,1% 66,4%

De solvabiliteit blijft de komende jaren stabiel. De investeringen in huisvesting worden grotendeels  betaald uit liquide middelen waardoor de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal niet significant wijzigt. Door de investeringen zal de liquiditeit dalen tot iets onder de 1,0. Omdat Firda stuurt op een norm van 1,0 wordt een lening van 10 miljoen overwogen in 2026. Deze lening is verwerkt in bovenstaande balans en kengetallen.  

Om een beter inzicht te krijgen in mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen van onderwijsinstellingen gebruikt de inspectie van het onderwijs sinds 2020 een signaleringswaarde. Op basis van de berekening kan er bij Firda sprake zijn van bovenmatig vermogen indien het publieke eigen vermogen hoger is dan € 171 mln. Het publieke eigen vermogen kwam in 2024 uit op € 141 mln. Het eigen vermogen van Firda ligt daarmee ruim onder de signaleringswaarde. Het verschil tussen het geconsolideerde eigen vermogen van € 145 mln. en het publieke eigen vermogen van Firda van € 141 mln. is het eigen vermogen van € 4 mln. van de BV Firda voor Volwassenen.

3.2.6 Treasurybeleid

Het Treasurystatuut van Firda is in 2023 opnieuw vastgesteld. Voor beleggingen en leningen vanaf € 2,5 mln. heeft het College van Bestuur goedkeuring nodig. Onder dit bedrag wordt de Raad van Toezicht geïnformeerd conform de ‘Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 voor onderwijs en onderzoek’. Ons beleid is gericht op het waarborgen van de financiële continuïteit, het minimaliseren van de rentekosten en optimaliseren van de rentebaten.  In 2024 zijn geen nieuwe leningen afgesloten. Ultimo 2024 bedraagt het resterende deel van de Rabobanklening € 2,2 mln.  In tegenstelling tot 2023 zijn er ultimo 2024 geen liquide middelen op een deposito geplaatst. 

Sinds 2020 maakt Firda gebruik van schatkistbankieren. Hier staan alle liquide middelen van Firda gestald. Indien gewenst, kan door middel van schatkistbankieren de komende jaren tegen gunstige condities leningen worden aangetrokken. Firda wil schatkistbankieren de komende jaren continueren. Firda heeft geen beleggingen. Firda maakt geen gebruikt van financiële instrumenten zoals derivaten.

Er wordt jaarlijks een kasstroomprognose opgesteld voor meerdere jaren. Gedurende het jaar wordt deze prognose periodiek beoordeeld en geactualiseerd. Op lange termijn verwachten we additionele investeringen als gevolg van ons strategisch huisvestingsplan. De huidige liquiditeit is ruim voldoende om de investeringen voor 2025 met eigen middelen te financieren.  

3.2.7 Interne beheersingssysteem en compliance

Firda heeft een planning- en controlcyclus voor het bewaken van onze doelstellingen en de bedrijfsvoering. Externe controle vindt plaats door de Onderwijsinspectie en door een externe accountant. Intern sturen we aan de hand van de jaarlijkse kaderbrief en de resultatenkaart met de belangrijkste prestatie-indicatoren die gekoppeld zijn aan Firda’s vierjarig koersplan (2024-2027). In een 4-maandelijkse monitoringcyclus wordt de voortgang gevolgd en wordt eventueel bijgestuurd. Om de kwaliteit van het onderwijs te borgen worden intern, maar ook met behulp van zogenaamde peer reviews, audits uitgevoerd door de auditoren van de dienst onderwijs en kwaliteit. De beheersing van de bedrijfsvoering is ook geborgd in de 4-maandelijkse monitoringscyclus.  

De internal auditfunctie voor de bedrijfsvoering toetst, anders dan hierboven genoemde kwaliteit van het onderwijs, de kwaliteit van de interne beheersmaatregelen. Het audit jaarplan wordt o.b.v. een jaarlijkse risicoanalyse én n.a.v. actuele gebeurtenissen samengesteld. In 2024 zijn onderstaande onderzoeken en werkzaamheden uitgevoerd, waarbij we ons beperken tot de belangrijkste: 

  • Er is een onderzoek gedaan naar de beheersing van een aantal grotere projecten waarbij sprake is van substantiële geldstromen (subsidies, co-financiering etc.) en samenwerking met externe partners. Op basis van de bevindingen is een verbetertraject gestart om de governance van projecten te versterken en de ondersteuning door projectcontrol te verbeteren. 
  • Er is een frauderisico assessment uitgevoerd. De belangrijkste risico’s zijn besproken met de eindverantwoordelijken en eventuele beheersmaatregelen zijn geïnventariseerd. Daar waar die ontbraken is aanvullend onderzoek gedaan en zijn bevindingen gerapporteerd. Ook hiervoor geldt dat er reeds verbeteracties zijn doorgevoerd dan wel opgestart. 
  • Er is een audit uitgevoerd op twee relevante risicogebieden die gedefinieerd waren in het Tax Control Framework. Het betreft hier BTW op detacheringen en buitenlandse BTW. Tijdens het onderzoek werden al procesverbeteringen doorgevoerd. Het toetsen van de beheersmaatregelen die gelden voor de gedefinieerde risicogebieden in het Tax Control Framework is één van de voorwaarden zoals die gelden voor het Horizontaal Toezicht. 
  • Eind 2024 is er door Deloitte, onder regie van internal audit, een IT Maturity Scan uitgevoerd. De uitkomsten zullen begin 2025 worden geëvalueerd. Waar nodig, mede afhankelijk van het ambitieniveau en de risicobereidheid van Firda, zullen verbeteringen worden geïnitieerd. 
  • Zoals hierboven genoemd, leiden audits, steekproeven en andersoortige onderzoeken bijna altijd tot verbeteracties. Hiermee worden de doelstellingen van internal audit om een lerende organisatie te bewerkstelligen én om processen beter te beheersen gerealiseerd.  

Voor 2025 geldt dat er o.a. een onderzoek zal worden gedaan naar de kwaliteit en beheersing van de verlofadministratie en onderdelen van de bekostigingsdossiers. Ook acties die uit het Tax Control Framework voortvloeien zullen weer worden getoetst (bijvoorbeeld toepassing Wet DBA).  

3.2.8 Raad van Toezicht

In 2024 is de Raad van Toezicht nauw betrokken geweest bij relevante onderwerpen met betrekking personeel (medewerker tevredenheidsonderzoek), huisvesting (het strategisch huisvestingsplan 2024-2028 en de aankoop schoollocatie Cambuur) en de jaarlijkse planning- en controlcyclus. Middels reguliere vergaderingen, werkbezoeken en via de audit- en onderwijscommissie is er gesproken over de voortgang van de fusie, de resultaten m.b.t. het vierjarig koersplan (2023-2026), de cultuur en de formatie-ontwikkeling. In het kader van de governance heeft het College van Bestuur het treasury statuut en het audit statuut ter goedkeuring aan de Raad van Toezicht voorgelegd. Door het auditstatuut is de onafhankelijk van de internal auditor en de relatie met de Raad van Toezicht geborgd. 

De Auditcommissie heeft in 2024 de Firda kaderbrief 2025, de Firda meerjarenbegroting 2025 – 2028, het strategisch huisvestingsplan 2024-2028 en de jaarrekeningen 2023 van Firda besproken ter voorbereiding op de besluitvorming in de Raad van Toezicht. Tevens heeft de internal auditor de Auditcommissie bijgepraat over de resultaten van onderzoeken en audits en het auditjaarplan voor 2025.

3.2.9 Horizontaal Toezicht

In 2023 heeft Firda een plan van aanpak opgesteld ten behoeve van horizontaal toezicht 2.0. Na goedkeuring van de belastingdienst heeft dit geresulteerd in de ondertekening van het convenant door Firda in december 2023.  De kern van dit convenant betreft de wijze van samenwerking tussen Firda en de belastingdienst: op basis van begrip, transparantie en vertrouwen. Daarnaast is er een tax control framework opgesteld waarmee actief de belangrijkste fiscale risico’s worden beheerst en zijn er afspraken gemaakt over de wijze van vastlegging en monitoring van deze risico’s. In 2024 zijn de grootste fiscale risico’s gemonitord door Firda. De uitkomsten daarvan zijn middels een jaarrapportage gedeeld met de belastingdienst. Aandachtspunten zijn het handhavingsmoratorium DBA, btw pro rata m.b.t. algemene kosten en kantine en de bewaarplicht identificatiebewijs inzake de loonheffing. 

Per 1 januari 2016 is de vennootschapsbelasting van toepassing voor het onderwijs. De stichting Firda voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Dit geldt niet Firda voor Volwassen BV, die als zodanige rechtspersoon vpb-plichtig is.    

3.2.10 Belangrijkste risico’s en onzekerheden

Tijdens het opstellen van de begroting en later bij de opmaak van de jaarrekening worden de risico’s voor Firda beoordeeld. Hierbij wordt, mede gebaseerd op de doelstellingen die zijn opgenomen in het strategisch koersplan “Wij zijn Firda”, geïnventariseerd wat de belangrijkste risico’s zijn die Firda kunnen weerhouden van het behalen van die doelstellingen. Tevens worden de beheersmaatregelen beschreven die deze risico’s mitigeren. Het gaat hierbij dan om maatregelen die de kans dat een gebeurtenis zich voordoet verkleinen dan wel om maatregelen die de impact daarvan verkleinen.  

Zo is in 2024 ingezet op de kwaliteit en veiligheid van ICT. Er is o.a. gewerkt aan een betere inrichting van de logische toegangsbeveiliging en het opzetten van normenkaders. Op het gebied van Inkoop geldt dat er een aangepast Inkoopbeleid is en een kwalitatief betere spendanalyse die signaleert in hoeverre we compliant zijn aan de Europese Aanbestedingswet. De mate waarin gebruik wordt gemaakt van beheersmaatregelen en de zwaarte daarvan is afhankelijk van de zogenaamde risicobereidheid van het Bestuur. Immers, beheersmaatregelen zijn vaak kostbaar en kunnen ook zaken als vrijheid en flexibiliteit beperken. Daar waar het gaat om wet- en regelgeving geldt dat de risicobereidheid nihil is. 

Voor een deel van de operationele en financiële risico’s wordt een financiële buffer (algemene reserve) aangehouden. Er is niet een specifieke berekening gemaakt per risico maar wel een generieke berekening t.b.v. de aan te houden buffer. Deze is beschreven in de jaarrekening en heeft geleid tot een benodigde risicobuffer van € 12,9 mln. ultimo 2024 (5% van de totale baten). 

Onderwerp Risico Beheersmaatregelen            
1. Kwaliteit en veiligheid ICT (S,R) ICT-infrastructuur en ICT-systemen steeds meer van strategisch belang. Kans op aanval van buitenaf. • ICT-infra en servers uitbesteden aan gespecialiseerde dienstverleners. In 2025 gaan we over naar een nieuwe partner a.g.v aanbesteding
• Toepassen van normenkaders dienstverleners (zoals die van de NBA) en het toetsen daarvan d.m.v. SLA Management
• Betere inrichting logische toegangsbeveiliging (autorisatiematrices en functiescheiding)
• Intern én extern toetsen van onze kwetsbaarheid door bijvoorbeeld pentesten, peer reviews, “mystery guests” en deelname crisisoefeningen.
• IT Maturity scan eind 2024, verbeteracties opvolgen
2. Gekwalificeerd personeel (S) Onvoldoende kwalitatief personeel in krappe arbeidsmarkt. • Strategische personeelsplanning per domein opstellen met nadruk op kwalitatieve invulling
• Aantrekken zij-instromers en faciliteren van het behalen van hun PDG; uitbreiden faciliteiten om zij instromers te laten slagen.
• Inzetten op duurzame inzetbaarheid door vitaliteitsprogramma’s.
3. Macro-economie en geopolitiek (S, F) Door gebeurtenissen in de wereld (pandemie, oorlog, verkiezingen, schaarste inflatie etc.) komt de kwaliteit van onderwijs én de continuïteit in gevaar • Inzetten op risicomanagement aan de hand van risk assessments en vergroten risicobewustzijn
• Investeren in digitale weerbaarheid, continuïteitsmanagement, crisismanagement, SLA- en leveranciersmanagement.
4.Inkoop (F, N, R) Niet voldoen aan de Europese Aanbestedingswet en het niet doelmatig inzetten van middelen • Governance: centrale regierol voor inkoop
• Vergroten awareness bij directie
• Aangescherpt inkoopbeleid implementeren
• Uitvoeren audits en/of steekproeven of we voldoen aan wetgeving.
5.Verduurzaming (F) Het risico dat klimaatdoelstellingen niet worden gehaald of te kostbaar worden • Eigenaarschap duurzaamheid borgen door middel van stuurgroep waar initiatieven op elkaar afgestemd worden
• Duurzaamheidsambities verder integreren in strategisch plan en personeelsbeleid
• Gebruik maken van stimuleringsfondsen en subsidieregelingen
6. Realiseren van minimaal de nullijn (F) Onvoldoende flexibiliteit in beschikbare formatie en huisvesting bij wisse- lende studentaantallen. Onzekerheid t.a.v. com-pensatie in lumpsum van kostenstijgingen dan wel keuzes Kabinet t.a.v. middelen naar Onderwijs • Aanhouden van een voldoende flexibele schil > 12 – 15%
• Sturen op inzet, vervanging en aanname van personeel m.b.v. goede managementinformatie
• Formatieplanning meerdere jaren vooruit op domeinniveau
• In allocatie van middelen onderscheid maken tussen structurele en tijdelijke middelen.
• In Strategisch Huisvestingsplan rekening houden met een flexibele schil (10%) i.v.m. krimp
7. Management Rapportages (F) Geen juiste beslissingen, doelen worden niet gerealiseerd omdat de kwaliteit van de managementinformatie onvoldoende is. • Implementatie rol van data analist voor bewaking datakwaliteit en uniformiteit Datawarehouse en Power BI
• Centraal loket en proces voor aanvragen m.b.t. nieuwe informatiebehoeften.
8.Bekostiging (N, F) Mislopen opbrengsten en niet voldoen aan wet- en regelgeving • Optimaliseren proces en controlemechanismen (1e, 2e lijn) en de werking toetsen (3e lijn), door audits en steekproeven
• Verdergaande digitalisering studentenadministratie proces, waardoor kwaliteit beter geborgd is.
9.Kwaliteits- en Innovatiecultuur (S, I, F) Door de nadruk op innovatie en ambities kans dat werkdruk in onderwijsteam toeneemt ten koste van onderwijskwaliteit en/of dat het onderwijs te duur wordt • Heldere PDCA-cyclus met resultatenkaart en periodieke monitoring. (per 4 maanden)
• Goede monitoring teams binnen MBO Colleges tijdens jaarlijkse evaluaties
• Business control dicht op het onderwijs positioneren
• Monitoren en onderzoeken ervaren van werk- en prestatiedruk in interviews
10. Kwaliteitszorg (S)  Behoud niveau onderwijskwaliteit tijdens, maar nu ook na fusie én de verdere harmonisatie en optimalisatie van processen en systemen   • Afstemmen prioriteiten en snelheid van integratieprojecten met directie mbo-colleges
• Invoeren resultaatverantwoordelijke teams met de 6 onderwijs regiegebieden
• Goede monitoring teams binnen MBO Colleges tijdens jaarlijkse evaluaties (PDCA-cyclus)
• Periodieke audits onderwijskwaliteit
• Aandacht voor kwaliteitscultuur: leiderschaps-traject en professionele ontwikkeling.

Tabel Overzicht risico’s en beheersmaatregelen

Tussen haakjes is de aard van het risico aangegeven. Dit zijn:

S = strategische risico’s (externe factoren)  
N = nalevingsrisico’s (wetten en regels)
F = financiële risico’s (derven vermogen)    
R = reputatierisico’s (imago)
I = innovatierisico’s (vernieuwend vermogen)                


Versie: v8.2.40

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report