Toelichting op de geconsolideerde balans
Vaste activa
1.1 Immateriële vaste activa
| 1.1 Immateriële vaste activa | 1.1.3 Software | 1.1.3 Goodwill | Totaal immateriële vaste activa |
|---|---|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2024 | 581.840 | 158.381 | 740.221 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2024 | -460.065 | -134.625 | -594.689 |
| Boekwaarde 01-01-2024 | 121.775 | 23.756 | 145.532 |
| Investeringen boekjaar | 0 | 0 | 0 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde | 0 | 0 | 0 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen | 0 | 0 | 0 |
| Afschrijvingen lopend jaar | -96.359 | -15.838 | -112.197 |
| Aanschafwaarde 31-12-2024 | 581.840 | 158.381 | 740.221 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2024 | -556.424 | -150.463 | -706.887 |
| Boekwaarde 31-12-2024 | 25.416 | 7.918 | 33.334 |
De goodwill betreft door Firda voor Volwassenen B.V. betaalde goodwill voor overname van activiteiten en klantenbestanden van Maritieme Opleidingen Urk en Kennis Instituut Veiligheid.
1.2. Materiële vaste activa
| 1.2 Materiële vaste activa | 1.2.1 Terreinen | 1.2.1 Gebouwen | 1.2.2 Inventaris en apparatuur | 1.2.4 In uitvoering en vooruit- betaling | Totaal materiële vaste activa |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2024 | 15.840.137 | 186.869.578 | 54.990.116 | 1.703.234 | 259.403.065 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2024 | -287.512 | -107.420.258 | -37.043.639 | 0 | -144.751.409 |
| Boekwaarde 01-01-2024 | 15.552.625 | 79.449.320 | 17.946.477 | 1.703.234 | 114.651.656 |
| Investeringen boekjaar | 1.216.380 | 28.535.288 | 8.011.253 | 3.700.991 | 41.463.912 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde (*) | 0 | -1.125.772 | -1.935.789 | -1.703.234 | -4.764.795 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) | 0 | 708.816 | 1.758.225 | 0 | 2.467.041 |
| Afschrijvingen lopend jaar | -157.700 | -5.910.417 | -4.765.196 | 0 | -10.833.313 |
| Aanschafwaarde 31-12-2024 | 17.056.517 | 214.279.094 | 61.065.580 | 3.700.991 | 296.102.182 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2024 | -445.212 | -112.621.859 | -40.050.610 | 0 | -153.117.681 |
| Boekwaarde 31-12-2024 | 16.611.305 | 101.657.235 | 21.014.970 | 3.700.991 | 142.984.501 |
1.2.1. Gebouwen en terreinen
In 2024 is er € 29,7 mln. in gebouwen en terreinen geïnvesteerd.
Hiervan heeft € 26,0 mln. betrekking op aanschaf, installatie en afwerking van de locatie Stadionplein in Leeuwarden. Verder is € 0,8 mln. besteed voor het afbouwen van de locatie Eeltjebaasweg in Sneek welke eind 2022 is aangeschaft en in 2024 is geopend.
Daarnaast is geïnvesteerd in verbetering, waaronder herindeling, verduurzaming en modernisering, op de volgende locaties en voor de volgende bedragen:
- € 1,3 mln. voor Anne Wadmanwei in Leeuwarden;
- € 0,7 mln. voor Espelerlaan in Emmeloord;
- € 0,3 mln. voor Julianalaan in Leeuwarden;
- € 0,2 mln. voor De Harste in Sneek;
- € 0,4 mln. voor diverse kleinere verbouwingen op andere locaties.
1.2.2. Inventaris en apparatuur
In 2024 is € 8,0 mln. in inventaris en apparatuur geïnvesteerd (2023: € 3,9 mln.).
Er is € 3,7 mln. besteed aan hard- en software, zoals computers, laptops en smartboards. Verder is € 2,6 mln. besteed aan meubilair, waarvan € 1,9 mln. aan meubilair voor onderwijsruimten, het overige deel betreft meubilair voor de kantine en personeel. Daarnaast is € 1,5 mln. besteed aan leermiddelen, waarvan € 0,9 mln. machines voor techniekopleidingen. De overige € 0,2 mln. is besteed aan vaar- en voertuigen, waaronder vaartuigen voor maritieme opleidingen en elektrisch poolauto's.
1.2.4. In uitvoering en vooruitbetaling
In 2024 is € 2,3 mln. in uitvoering en vooruitbetaald. Hiervan heeft € 0,6 mln. betrekking op vooruitbetaalde posten van de schuifoperatie binnen Leeuwarden, wat inhoudt dat er opleidingen worden samengevoegd naar aanleiding van de fusie tussen ROC Friese Poort en Friesland College waardoor er verbouwingen plaatsvinden. Verder heeft € 0,6 mln. betrekking op de verbouwing van het maritiem centrum in Urk en € 0,5 mln. betrekking op de verbouwing van lesruimten uiterlijke verzorging in Heerenveen
1.2.5. WOZ-waarde en verzekerde waarde
De WOZ-waarde gebouwen en terreinen in bedraagt € 134,9 mln. (2023: € 109,3 mln). De WOZ-waarde van de gebouwen en terreinen is gebaseerd op peildatum 1 januari 2024, met uitzondering van de panden waarvan de WOZ-waarde 2023 nog niet bekend is. Bij deze panden is de waarde op peildatum 1 januari 2024 verantwoord en van de locatie Stadionplein te Leeuwarden (aangeschaft in 2024) is de aanschafwaarde van € 26,0 mln. verantwoord. Deze peildatum is financieel bepalend voor het kalenderjaar 2024. De verzekerde waarde gebouwen per 1 januari 2024 bedraagt € 343,8 mln. (2023: € 334,7 mln.), daarnaast is de locatie Stadionplein te Leeuwarden, aangeschaft in 2024, verzekerd voor € 26,0 mln.
Vlottende activa
1.5. Vorderingen
| 1.5 | Vorderingen | 31/12/2024 | 31/12/2023 |
|---|---|---|---|
| 1.5.1 | Debiteuren algemeen | 4.022.393 | 3.340.328 |
| 1.5.5 | Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten | 805.956 | 1.173.624 |
| 1.5.6 | Vorderingen op overige overheden | 730.180 | 0 |
| 1.5.7 | Overige vorderingen | 1.327.077 | 1.879.983 |
| 1.5.8 | Overlopende activa | 1.263.263 | 2.355.525 |
| 1.5.9 | Voorziening wegens oninbaarheid | -259.804 | -296.465 |
| 1.5 | Totaal vorderingen | 7.889.065 | 8.452.995 |
De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.
1.5.1 Debiteuren algemeen
Toename in debiteurensaldo van € 1,3 mln. wordt met name veroorzaakt doordat afrekeningen over 2023 later zijn gefactureerd. Hierdoor is een verschuiving van overige vorderingen naar debiteuren zichtbaar.
1.5.5. Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten
De vorderingen op studenten is € 0,3 mln. lager ten opzichte van 2023. Eind 2023 waren facturen en herinneringen door migratie van systemen en werkwijzen later verstuurd waardoor de facturen per balansdatum 2023 nog openstonden. In 2024 is dit issue opgelost en is de debiteurenstand in lijn met eerdere jaren.
1.5.7 Overige vorderingen
De overige vorderingen zijn € 0,7 mln. lager ten opzichte van 2023. Dit wordt veroorzaakt doordat facturen die betrekking hebben op 2023 vanuit debiteurenbeheer eerder zijn verstuurd, waaronder vorderingen op VO-scholen.
1.5.8. Overlopende activa
De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2024 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2025. Dit betreffen onder andere softwarelicenties, verzekeringen, huur- en servicekosten en examengelden. Verder is er ultimo 2024 geen rentevordering op het spaardeposito, omdat de deposito in december 2024 is vervallen en de rente daarop is uitgekeerd.
1.5.9. Voorziening wegens oninbaarheid
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
| 1.5.9 | Voorziening wegens oninbaarheid | 31/12/2024 | 31/12/2023 |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | -296.465 | -183.172 | |
| Onttrekking | 93.041 | 53.502 | |
| Dotatie / vrijval | -56.380 | -166.795 | |
| 1.5.9 | Stand per 31 december | -259.804 | -296.465 |
De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft met name studenten.
1.7. Liquide middelen
| 1.7 | Liquide middelen | 31/12/2024 | 31/12/2023 |
|---|---|---|---|
| 1.7.1 | Kasmiddelen | 132 | 2.376 |
| 1.7.2 | Banken | 66.856.035 | 86.747.766 |
| 1.7 | Totaal liquide middelen | 66.856.167 | 86.750.142 |
Bij schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën is ultimo 2024 € 66,5 mln. ondergebracht (2023: € 36,4 mln. en daarnaast € 50,0 mln. in een reeds vrijgevallen deposito). Het saldo van van de liquide middelen is gedaald met € 19,9 mln., met name door omvangrijke investeringen waaronder aanschaf van locatie Stadionplein in Leeuwarden.
Verder bestaan de liquide middelen uit kasgelden en het saldo van de lopende rekeningen bij Rabobank, Ayden en Bunq.
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van Firda met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.
Passiva
2.1. Eigen vermogen
Ultimo 2024 bedraagt het groepsvermogen € 145,0 mln. (2023: € 139,8 mln.).
Voor een toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar de enkelvoudige jaarrekening.
2.2. Voorzieningen
| 2.2 | Voorzieningen | Stand per 01/01/2024 | Dotaties | Onttrekkingen | Vrijval | Oprenting | Stand per 31/12/2024 | Kortlopend deel (<1 jaar) | Langlopend deel (> 1 jaar < 5 jaar) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.2.1 | Personeelsvoorzieningen | ||||||||
| Voorziening wachtgeld | 794.000 | 1.216.009 | 832.845 | 0 | 64.487 | 1.241.651 | 621.377 | 602.697 | |
| Voorziening WGA | 5.584.121 | 0 | 0 | 136.235 | 492.643 | 5.940.529 | 665.052 | 1.938.316 | |
| Voorziening duurzame inzetbaarheid | 11.929.858 | 1.234.823 | 1.834.048 | 0 | 795.159 | 12.125.793 | 2.715.956 | 9.113.322 | |
| Voorziening jubileum | 2.172.617 | 11.841 | 0 | 716.574 | 534.986 | 2.002.870 | 199.941 | 627.630 | |
| Voorziening WAB tijdelijk contract | 573.000 | 192.864 | 142.123 | 0 | 0 | 623.741 | 601.870 | 21.871 | |
| Voorziening langdurige zieken | 1.481.596 | 0 | 0 | 191.998 | 0 | 1.289.598 | 1.156.410 | 133.188 | |
| 2.2.1 | Totaal personeelsvoorzieningen | 22.535.192 | 2.655.537 | 2.809.016 | 1.044.807 | 1.887.275 | 23.224.182 | 5.960.606 | 12.437.024 |
2.2.1. Personeelsvoorzieningen
De personele voorzieningen ultimo 2024 bestaan uit de voorziening wachtgeld, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract en langdurig zieken.
De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2024 is deze verplichting opgenomen voor 35 wachtgelders (2023: 34), waarvan de verplichting naar verwachting na 2024 doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.
De WGA voorziening is gevormd vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA'ers (28; 2023: 28) en zieken (71; 2023: 67) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.
Duurzame inzetbaarheid
In de CAO MBO zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. In de CAO MBO betreft dit de regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Firda de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Voor het werkgeversdeel van de regeling is een voorziening gevormd.
De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.
Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. De kans van gebruikmaking van de regeling seniorenverlof is in 2024 opnieuw beoordeeld en daarop aangepast naar 37% voor 57-62 jaar (2023: 36%) en 28% bij 62 jaar en ouder (2023: 21%). De kwantitatieve impact kan niet worden bepaald omdat de voorziening op een nieuwe wijze is berekend.
Per 31 december 2024 maken 206 (2023: 223) medewerkers gebruik van het seniorenverlof. Daarnaast maken 26 (2023: 32) medewerkers gebruik van de generatieregeling.
Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 3,04% (2023: 3,3%). De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 2,07% (10 jaar staatsobligaties Nederland rente op 31-12-2024, 2023: 2,31%).
De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 3,04% (2023: 3,3%) en een disconteringsrente van 2,31% (2023: 2,31%). In 2024 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld. Deze zijn nagenoeg ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2023.
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Er is een voorziening gevormd voor contracten die voor balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.
Er is een voorziening langdurig zieken opgenomen voor de eerste twee ziektejaren van een werknemer, rekening houdend met een revalidatiekans.
2.3. Langlopende schulden
| 2.3 Langlopende schulden | Stand 01/01/2024 > 1 jaar | Reclassificatie naar de kortlopende schulden | Stand 31/12/2024 > 1 jaar | Looptijd > 1 jaar en < 5 jaar | Looptijd > 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| 2.3.3 Kredietinstellingen | 2.268.821 | 363.024 | 1.905.797 | 1.905.797 | 0 |
| 2.3 Totaal langlopende schulden | 2.268.821 | 363.024 | 1.905.797 | 1.905.797 | 0 |
Onder kredietinstellingen is een lening van de Rabobank opgenomen voor de financiering van gebouwen en terreinen. De jaarlijkse rente en aflossing worden betaald uit de jaarlijkse huisvestingvergoeding.
De oorspronkelijke hoofdsom van de resterende lening bedraagt € 9 mln. Ultimo boekjaar bedraagt de totale schuld aan Rabobank € 2,3 mln. (2023: € 2,6 mln.). Hiervan is het bedrag waarvoor de looptijd korter dan één jaar is (€ 363.024), opgenomen onder de kortlopende schulden aan kredietinstellingen (2.4.1), dit betreft het deel dat een verplichting aflossing kent. Het overige deel is aflossingsvrij tot einde looptijd. De rente van de lening is vast gedurende de looptijd. De rentevoet van de resterende lening bedraagt 1,8% over een deel van € 1,3 mln. en 2,1% over een deel van € 0,6 mln. De reële waarde benadert de boekwaarde.
Als zekerheid voor de afgesloten leningen geldt een garantie door de Stichting Waarborgfonds MBO zoals omschreven in de niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen.
2.4. Kortlopende schulden
| 2.4 | Kortlopende schulden | 31/12/2024 | 31/12/2023 |
|---|---|---|---|
| 2.4.1 | Kredietinstellingen | 363.024 | 363.024 |
| 2.4.2 | Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten | 2.115.006 | 3.266.833 |
| 2.4.3 | Crediteuren | 5.975.934 | 3.798.851 |
| 2.4.4 | Vooruitontvangen subsidies OCW niet geoormerkt | 8.622.479 | 7.868.584 |
| 2.4.7 | Belastingen en premies sociale verzekeringen | ||
| Loonheffing | 8.453.623 | 8.371.791 | |
| Omzetbelasting | -26.974 | 29.837 | |
| Vennootschapsbelasting | 45.423 | 74.767 | |
| 2.4.7 | Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen | 8.472.072 | 8.476.395 |
| 2.4.8 | Schulden terzake van pensioenen | 2.354.245 | 2.187.400 |
| 2.4.10 | Overlopende passiva | ||
| Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden | 1.139.912 | 1.081.723 | |
| Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt | 4.946.121 | 3.147.661 | |
| Vooruitontvangen investeringssubsidies | 2.155.843 | 2.329.375 | |
| Vakantiegeld en -dagen | 8.754.373 | 8.347.982 | |
| Overige overlopende passiva | 2.793.256 | 4.542.981 | |
| 2.4.10 | Totaal overlopende passiva | 19.789.506 | 19.449.722 |
| 2.4 | Totaal kortlopende schulden | 47.692.265 | 45.410.809 |
2.4.1. Kredietinstellingen
Het saldo onder kredietinstellingen betreft de aflossingsverplichtingen van de langlopende leningen in het jaar na balansdatum.
2.4.2. Vooruitgefactureerde en –ontvangen termijnen onderhanden projecten
Het per ultimo 2024 respectievelijk 2023 openstaand saldo onderhanden projecten van Firda voor Volwassenen B.V. bestaat uit gerealiseerde projectkosten, gedeclareerde termijnen en toegerekende winst.
| 2.4.2 | Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden projecten | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Gerealiseerde projectkosten | -2.201.183 | -1.910.400 | |
| Gedeclareerde termijnen | 5.546.999 | 6.462.452 | |
| Toegerekende winst | -1.230.810 | -1.285.219 | |
| 2.4.2 | Totaal onderhanden projecten | 2.115.006 | 3.266.833 |
2.4.10. Overlopende passiva
De schulden aan kredietinstellingen zijn gedaald als gevolg van aflossingen van leningen. Zie 2.3. langlopende schulden voor een nadere toelichting.
De schuld loonheffingen betreft de aangifte december 2024 ad € 8,5 mln. In 2024 is geen eindheffing werkkostenregeling van toepassing. (2023: € 7,9 mln. loonheffing december 2023 en daarnaast € 0,5 eindheffing werkkostenregeling)
De rubriek vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden opgenomen is opgenomen voor € 1,1 mln. (2023: € 1,1 mln.) Dit betreft de cursusgelden welke in 2024 zijn ontvangen voor het collegejaar 2024-2025. Het deel wat betrekking heeft op 2025 is in de balans opgenomen.
De geoormerkte vooruitontvangen subsidies van OCW betreffen de geoormerkte subsidies die ontvangen zijn van OCW, maar in een volgend jaar worden ingezet. In model G op de volgende pagina is een overzicht van de betreffende subsidies opgenomen.
In 2024 is de post vooruitontvangen subsidies OCW toegenomen met € 1,8 mln, waarvan VABOK (versterking aansluiting beroepskolom) de grootste post betreft.
De vooruitontvangen investeringssubsidies betreffen subsidies voor materiële activa, zoals gebouwen. De jaarlijkse vrijval ten gunste van het resultaat verloopt evenredig met de afschrijvingen van de betreffende activa.
De schuld vakantiegeld- en dagen is gestegen naar € 8,8 mln. (2023: € 8,3 mln.) als gevolg van niet gerealiseerde vakantie uren. Dit betreft stafpersoneel (ofwel niet onderwijsgevend personeel).
Financiële instrumenten:
Firda maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt- , rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.
Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.
Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.
Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een Treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. Firda heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.
Model G Verantwoording subsidies
G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt
| Omschrijving | Toewijzing | De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond | |
|---|---|---|---|
| Kenmerk | Datum | Ja/nee/onderhanden | |
| Subsidie studieverlof BVE 2023 | 1349636 | 22-08-2023 | ja |
| Subsidie studieverlof BVE 2023 | 1350069 | 22-08-2023 | ja |
| Subsidie studieverlof BVE 2023 | 1366909 | 21-11-2023 | ja |
| Subsidie studieverlof BVE 2023 | 1381962 | 19-12-2023 | ja |
| Subsidie studieverlof BVE 2024 | 1414332 | 20-08-2024 | onderhanden |
| Subsidie studieverlof BVE 2024 | 1389617 | 20-03-2024 | ja |
| Subsidie studieverlof BVE 2024 | 1416715 | 20-09-2024 | onderhanden |
| Subsidie studieverlof BVE 2024 | 1418753 | 22-10-2024 | onderhanden |
| Subsidie studieverlof BVE 2024 | 1445253 | 20-11-2024 | onderhanden |
| Subsidie studieverlof BVE 2024 | 1447316 | 19-12-2024 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2022 | 100000140 | 15-04-2022 | ja |
| Subsidie zij-instroom 2022 | 100000149 | 15-04-2022 | ja |
| Subsidie zij-instroom 2022 | 100000189 | 21-06-2022 | ja |
| Subsidie zij-instroom 2022 | 100000232 | 22-08-2022 | ja |
| Subsidie zij-instroom 2022 | 100000236 | 22-08-2022 | ja |
| Subsidie zij-instroom 2022 | 100000277 | 21-09-2022 | ja |
| Subsidie zij-instroom 2022 | 100000596 | 22-11-2022 | ja |
| Subsidie zij-instroom 2022 | 100002850 | 20-12-2022 | ja |
| Subsidie zij-instroom 2022 | 100002865 | 20-12-2022 | ja |
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100004979 | 20-04-2023 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100006954 | 22-05-2023 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100007007 | 20-06-2023 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100007052 | 20-07-2023 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100007724 | 22-08-2023 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100008930 | 21-11-2023 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2023 | 100011235 | 19-12-2023 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100012681 | 20-02-2024 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100015394 | 20-03-2024 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100016058 | 22-04-2024 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100016797 | 21-05-2024 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100016872 | 20-06-2024 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100016908 | 22-07-2024 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100018090 | 20-11-2024 | onderhanden |
| Subsidie zij-instroom 2024 | 100021683 | 19-12-2024 | onderhanden |
| Subsidie studieverlof instructeurs 2023 | 100007765 | 22-08-2023 | ja |
| Subsidie studieverlof instructeurs 2024 | 100016948 | 20-08-2024 | onderhanden |
| Subsidie studieverlof instructeurs 2024 | 100018010 | 20-11-2024 | onderhanden |
| Subsidie studieverlof instructeurs 2024 | 100021659 | 19-12-2024 | onderhanden |
| Nazorg mbo 2022-2024 | NMBO23010 | 28-02-2023 | ja |
| Nazorg mbo 2022-2024 | NMBO23019 | 28-02-2023 | ja |
| Nazorg mbo 2022-2025 | NMBO24019 | 28-02-2024 | onderhanden |
| Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom | VABOK230017 | 11-12-2023 | onderhanden |
| Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom | VABOK230018 | 11-12-2023 | onderhanden |
| Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom | VABOK24R2026 | 07-11-2024 | onderhanden |
| LLO-oplossingen energie- en grondstoffentransitie (bouwsteen 2) | LLOO-K240008 | 28-08-2024 | onderhanden |
G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule
G2a. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt aflopend per ultimo verslagjaar
| Toewijzing | Bedrag | Ontvangen t/m | Totale subsidiabele kosten t/m | Saldo per 1 januari | Ontvangen in | Subsidiabele kosten in | Te verrekenen per 31 december | ||
| Omschrijving | Kenmerk | Datum | toewijzing | vorig verslagjaar | vorig verslagjaar | verslagjaar | verslagjaar | verslagjaar | verslagjaar |
| € | € | € | € | € | € | € | |||
| RIF Hybride lerend systeem water *1 | RIF19029 | 18-10-2019 | 1.030.000 | 1.030.000 | 944.158 | 85.842 | - | 85.842 | - |
| Totaal | 1.030.000 | 1.030.000 | 944.158 | 85.842 | - | 85.842 | - | ||
G2b. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt doorlopend tot in een volgend verslagjaar
| Toewijzing | Bedrag | Ontvangen t/m | Totale subsidiabele kosten t/m | Saldo per 1 januari | Ontvangen in | Subsidiabele kosten in | Saldo per 31 december | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Omschrijving | Kenmerk | Datum | toewijzing | vorig verslagjaar | vorig verslagjaar | verslagjaar | verslagjaar | verslagjaar | verslagjaar |
| € | € | € | € | € | € | € | |||
| Regionale aanpak voortijdig schoolverlaters 2020-2024 *2 | OND/ODB-2020/3430 M | 11-09-2020 | 1.436.052 | 2.036.052 | 1.540.101 | 495.951 | - | 339.812 | 156.139 |
| Regionale aanpak voortijdig schoolverlaters 2020-2024 | OND/ODB-2020/3431 M | 11-09-2020 | 477.172 | 477.172 | 356.029 | 121.143 | - | 120.627 | 516 |
| Regionale aanpak voortijdig schoolverlaters 2020-2024 | OND/ODB-2020/3432 M | 11-09-2020 | 1.087.368 | 1.087.368 | 690.277 | 397.091 | - | 365.521 | 31.570 |
| Verlenging Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten 2020-2024 | POR/202410/000039 | 14-11-2024 | 119.293 | - | - | - | 119.293 | - | 119.293 |
| Verlenging Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten 2020-2024 | POR/202410/000039 | 14-11-2024 | 509.013 | - | - | - | 509.013 | 62.500 | 446.513 |
| Verlenging Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten 2020-2024 | POR/202410/000039 | 14-11-2024 | 271.842 | - | - | - | 271.842 | - | 271.842 |
| Practoraat Friese taal en geletterheid in de meertalige context | MBO 560193583 | 12-11-2024 | 2.500.000 | - | - | - | 213.867 | 44.500 | 169.367 |
| Vernieuwingsimpuls Visserijonderwijs | SKI/90004592 | 17-12-2024 | 960.000 | - | - | - | 92.500 | 8.416 | 84.084 |
| RIF Media Innovatie Campus | RIF20022 | 14-10-2020 | 1.403.118 | 1.192.651 | 1.225.075 | -32.424 | 210.468 | -43.956 | 222.000 |
| RIF Gastvrij Fryslân | RIF22002 | 08-06-2022 | 1.262.307 | 694.268 | 427.953 | 266.316 | 252.461 | 357.197 | 161.580 |
| Totaal | 10.026.165 | 5.487.511 | 4.239.435 | 1.248.076 | 1.669.444 | 1.254.617 | 1.662.903 | ||
| *2 | |||||||||
| Waarom is het ontvangen bedrag hoger dan de beschikking? De beschikking is exclusief het bedrag voor de Fierschool ad € 150k per kalenderjaar. | |||||||||
| In het ontvangen bedrag zit dit bedrag wel verwerkt. De totale beschikking zou dan moeten zijn; | 1.436.052 | ||||||||
| 600.000 | |||||||||
| 2.036.052 |
Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
Waarborgfonds MBO
Firda is aangesloten bij de stichting Waarborgfonds MBO. Het waarborgfonds stelt zich borg ten gunste van geldgevers van geldleningen die voor huisvesting worden verstrekt aan bve-instellingen. Het borgen heeft veelal een rentevoordeel tot gevolg. Ultimo 2024 heeft Firda één lening bij het fonds geborgd.
Elke aangesloten instelling kan jaarlijks aangesproken worden tot maximaal 2% van de rijksbijdrage. Dit kan geschieden indien individuele instellingen hun financiële verplichtingen voor geborgde leningen niet meer kunnen voldoen. De maximaal latente claim bedraagt voor Firda jaarlijks circa € 4,7 mln. (2023: € 4,7 mln.).
Huurverplichtingen
De huurverplichtingen die Firda op balansdatum heeft en die een meerjarige looptijd hebben, zijn als volgt: € 4,0 mln. huurverplichting in 2025, € 4,1 mln. huurverplichting met een looptijd langer dan een jaar en korter dan vijf jaar € 2,0 mln. huurverplichtingen met een looptijd langer dan vijf jaar. Ten opzichte van voorgaand jaar zijn deze fors gedaald, met name omdat de locatie Stadionplein te Leeuwarden in 2024 is aangekocht terwijl bij het opmaken van de jaarrekening 2023 sprake was van een langdurige huurovereenkomst. Deze huurovereenkomst is met de aankoop komen te vervallen. Daarnaast is de huur opgezegd van een aantal kleinere locaties.
De huurverplichtingen >€ 1,0 mln. staan hieronder toegelicht en bestaan uit:
- € 3,1 mln. voor de locatie Nij Smellinge te Drachten, huurperiode tot 30 oktober 2037, met opt-out optie;
- € 2,8 mln. voor de locatie Sportstad te Heerenveen, huurperiode tot 1 april 2026;
- € 1,3 mln. voor de locatie Ruiterskwartier / Neushoorn te Leeuwarden, huurperiode tot 31 juli 2030;
- € 1,1 mln. voor de locatie Martiniplein te Sneek, huurperiode tot 1 december 2027;
Overige operational leaseverplichtingen
Voor 18 auto's zijn operational leasecontracten afgesloten. De leaseverplichting in 2025 bedraagt € 121.787 en de verplichtingen over de periode 2026 t/m 2029 bedragen € 176.385. Er zijn geen leaseverplichtingen na 2029.
Overige contractuele verplichtingen
Overige contractuele verplichtingen bestaan uit:
- Accountants- en adviesdiensten € 0,3 mln. in 2025 en € 0,3 mln. in 2026-2029;
- Cateringdiensten € 0,5 mln. in 2025 en € 0,3 mln. in 2026-2029;
- Lease machines € 0,5 mln. in 2025, € 0,3 mln. in 2026-2029 en € 0,1 mln. na 2029;
- Onderhoud huisvesting € 1,5 mln. in 2025 en € 2,5 mln in 2026-2029;
- Software € 2,2 mln. in 2025 en € 1,2 mln. in 2026-2029;
- Verzekeringen € 0,4 mln. in 2025 en € 0,4 mln. in 2026-2029.