Toelichting op de enkelvoudige balans
Vaste activa
1.2 Materiële vaste activa
| 1.2 Materiële vaste activa | 1.2.1 Terreinen | 1.2.1 Gebouwen | 1.2.2 Inventaris en apparatuur | 1.2.4 In uitvoering en vooruit- betaling | Totaal materiële vaste activa |
|---|---|---|---|---|---|
| Aanschafwaarde 01-01-2024 | 15.840.137 | 186.869.578 | 54.866.221 | 1.703.234 | 259.279.170 |
| Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2024 | -287.512 | -107.420.258 | -36.950.521 | 0 | -144.658.291 |
| Boekwaarde 01-01-2024 | 15.552.625 | 79.449.320 | 17.915.971 | 1.703.234 | 114.621.150 |
| Investeringen boekjaar | 1.216.380 | 28.535.288 | 8.011.253 | 3.700.991 | 41.463.912 |
| Desinvesteringen aanschafwaarde (*) | 0 | -1.125.772 | -1.935.789 | -1.703.234 | -4.764.795 |
| Cumulatieve afschrijvingen desinvesteringen (*) | 0 | 708.816 | 1.758.225 | 0 | 2.467.041 |
| Afschrijvingen lopend jaar | -157.700 | -5.910.417 | -4.759.969 | 0 | -10.828.086 |
| Aanschafwaarde 31-12-2024 | 17.056.517 | 214.279.094 | 60.941.685 | 3.700.991 | 295.978.287 |
| Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2024 | -445.212 | -112.621.859 | -39.952.265 | 0 | -153.019.336 |
| Boekwaarde 31-12-2024 | 16.611.305 | 101.657.235 | 20.989.420 | 3.700.991 | 142.958.951 |
1.2.1. Gebouwen en terreinen
In 2024 is er € 29,7 mln. in gebouwen en terreinen geïnvesteerd.
Hiervan heeft € 26,0 mln. betrekking op aanschaf, installatie en afwerking van de locatie Stadionplein in Leeuwarden. Verder is € 0,8 mln. besteed voor het afbouwen van de locatie Eeltjebaasweg in Sneek welke eind 2022 is aangeschaft en in 2024 is geopend.
Daarnaast is geïnvesteerd in verbetering, waaronder herindeling, verduurzaming en modernisering, op de volgende locaties en voor de volgende bedragen:
- € 1,3 mln. voor Anne Wadmanwei in Leeuwarden;
- € 0,7 mln. voor Espelerlaan in Emmeloord;
- € 0,3 mln. voor Julianalaan in Leeuwarden;
- € 0,2 mln. voor De Harste in Sneek;
- € 0,4 mln. voor diverse kleinere verbouwingen op andere locaties.
1.2.2. Inventaris en apparatuur
In 2024 is € 8,0 mln. in inventaris en apparatuur geïnvesteerd (2023: € 3,9 mln.).
Er is € 3,7 mln. besteed aan hard- en software, zoals computers, laptops en smartboards. Verder is € 2,6 mln. besteed aan meubilair, waarvan € 1,9 mln. aan meubilair voor onderwijsruimten, het overige deel betreft meubilair voor de kantine en personeel. Daarnaast is € 1,5 mln. besteed aan leermiddelen, waarvan € 0,9 mln. machines voor techniekopleidingen. De overige € 0,2 mln. is besteed aan vaar- en voertuigen, waaronder vaartuigen voor maritieme opleidingen en elektrisch poolauto's.
1.2.4. In uitvoering en vooruitbetaling
In 2024 is € 2,3 mln. in uitvoering en vooruitbetaald. Hiervan heeft € 0,6 mln. betrekking op vooruitbetaalde posten van de schuifoperatie binnen Leeuwarden, wat inhoudt dat er naar aanleiding van verbouwingen, nieuwbouw en de fusie tussen ROC Friese Poort en Friesland College schuifbewegingen plaatsvinden. Verder heeft € 0,6 mln. betrekking op de verbouwing van het maritiem centrum in Urk en € 0,5 mln. betrekking op de verbouwing van lesruimten uiterlijke verzorging in Heerenveen.
1.3 Financiële vaste activa
| 1.3 Financiële vaste activa | Boekwaarde 01/01/2024 | Investeringen | Dividend | Resultaat deel- nemingen | Boekwaarde 31/12/2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| Deelneming in groepsmaatschappijen | 4.493.582 | 0 | 0 | 245.170 | 4.738.752 |
| Totaal financiële vaste activa | 4.493.582 | 0 | 0 | 245.170 | 4.738.752 |
De financiële activa betreft de 100%-deelneming in Firda voor Volwassenen B.V. te Leeuwarden, met een netto vermogenswaarde van € 4,7 mln. per 31 december 2024 (€ 4,5 mln. per 31 december 2023).
Vlottende activa
1.5. Vorderingen
| 1.5 | Vorderingen | 31/12/2024 | 31/12/2023 |
|---|---|---|---|
| 1.5.1 | Debiteuren algemeen | 2.383.867 | 1.824.287 |
| 1.5.5 | Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten | 805.956 | 1.173.624 |
| 1.5.6. | Vorderingen op overige overheden | 730.180 | 0 |
| 1.5.7 | Overige vorderingen | 1.298.060 | 1.879.802 |
| 1.5.8 | Overlopende activa | 1.207.182 | 2.301.364 |
| 1.5.9 | Voorzieningen wegens oninbaarheid | -90.000 | -117.000 |
| 1.5 | Totaal vorderingen | 6.335.244 | 7.062.077 |
De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De vorderingen hebben een looptijd korter dan één jaar.
1.5.1. Debiteuren
Toename in debiteurensaldo van € 1,3 mln. wordt met name veroorzaakt doordat afrekeningen over 2024 eerder zijn gefactureerd. Hierdoor is een verschuiving van overige vorderingen naar debiteuren zichtbaar.
1.5.5. Vorderingen op studenten/deelnemers/cursisten
De vorderingen op studenten is € 0,3 mln. lager ten opzichte van 2023. Eind 2023 waren facturen en herinneringen door migratie van systemen en werkwijzen later verstuurd waardoor de facturen per balansdatum 2023 nog openstonden. In 2024 is dit issue opgelost en is de debiteurenstand in lijn met eerdere jaren.
1.5.7 Overige vorderingen
De overige vorderingen zijn € 0,7 mln. lager ten opzichte van 2023. Dit wordt veroorzaakt doordat facturen die betrekking hebben op 2023 vanuit debiteurenbeheer eerder zijn verstuurd, waaronder vorderingen op VO-scholen.
1.5.8. Overlopende activa
De vooruitbetaalde bedragen betreffen facturen welke in 2024 zijn ontvangen maar, al dan niet gedeeltelijk, betrekking hebben op 2025. Dit betreffen onder andere softwarelicenties, verzekeringen, huur- en servicekosten en examengelden. Verder is er ultimo 2024 geen rentevordering op het spaardeposito, omdat de deposito in december 2024 is vervallen en de rente daarop is uitgekeerd.
1.5.9. Voorziening wegens oninbaarheid
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
| 1.5.9 | Voorziening wegens oninbaarheid | 31/12/2024 | 31/12/2023 |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | -117.000 | -41.608 | |
| Onttrekking | 36.940 | 1.336 | |
| Vrijval / Dotatie | -9.940 | -76.728 | |
| 1.5.9 | Stand per 31 december | -90.000 | -117.000 |
De voorziening wegens oninbaarheid heeft betrekking op de post debiteuren. Dit betreft met name studenten, BPV-bedrijven en een post doorbelaste huisvestingskosten.
1.7. Liquide middelen
| 1.7 | Liquide middelen | 31/12/2024 | 31/12/2023 |
|---|---|---|---|
| 1.7.1 | Kasmiddelen | 132 | 2.365 |
| 1.7.2 | Banken | 66.641.575 | 86.656.267 |
| 1.7 | Totaal liquide middelen | 66.641.707 | 86.658.632 |
Bij schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën is ultimo 2024 € 66,5 mln. ondergebracht (2023: € 36,4 mln. en daarnaast € 50,0 mln. in een reeds vrijgevallen deposito). Het saldo van van de liquide middelen is gedaald met € 19,9 mln., met name door omvangrijke investeringen waaronder aanschaf van de Firda locatie Stadionplein in Leeuwarden.
Verder bestaan de liquide middelen uit kasgelden en het saldo van de lopende rekeningen bij Rabobank, Ayden en Bunq.
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van Firda met uitzondering van een bankgarantie van € 82.333 in verband met huurverplichtingen.
Passiva
2.1 Eigen vermogen
| 2.1 | Eigen vermogen | Stand per 01/01/2023 | Bestemming exploitatie-saldo 2023 | Stand per 31/12/2023 | Bestemming exploitatie-saldo 2024 | Stand per 31/12/2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.1.1 | Algemene reserve | 60.023.504 | 7.342.412 | 67.365.916 | 2.008.302 | 69.374.218 |
| 2.1.2 | Bestemmingsreserve (publiek) | |||||
| Huisvesting | 66.218.000 | -1.936.000 | 64.282.000 | 6.563.179 | 70.845.179 | |
| Reserve resultaat Firda voor Volwassenen | 0 | 0 | 0 | 245.170 | 245.170 | |
| Nationaal Programma Onderwijs | 4.400.637 | -4.400.637 | 0 | 0 | 0 | |
| Bestemmingsreserve Onderwijs | 0 | 3.662.000 | 3.662.000 | -3.662.000 | 0 | |
| 2.1.2 | Totaal bestemmingsreserve (publiek) | 70.618.637 | -2.674.637 | 67.944.000 | 3.146.349 | 71.090.349 |
| 2.1.3 | Bestemmingsreserve (privaat) | 4.195.144 | 280.438 | 4.475.582 | 0 | 4.475.582 |
| 2.1.3 | Totaal bestemmingsreserve (privaat) | 4.195.144 | 280.438 | 4.475.582 | 0 | 4.475.582 |
| 2.1 | Totaal eigen vermogen | 134.837.285 | 4.948.213 | 139.785.498 | 5.154.651 | 144.940.149 |
Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, bestemmingsreserve publiek en de bestemmingsreserve privaat. Het exploitatiesaldo 2024 is opgenomen in de kolom bestemming exploitatiesaldo 2024.
2.1 Resultaatbestemming 2024
Er is € 6,6 mln. gedoteerd aan de bestemmingsreserve huisvesting op basis van het huisvestingsresultaat. De bestemmingsreserve onderwijs is in 2024 volledig aangewend. Als gevolg van de beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten is het resultaat van Firda voor Volwassenen B.V. over boekjaar 2024 toegevoegd aan de publieke reserves, in een separate bestemmingsreserve ‘Reserve resultaat Firda voor Volwassenen’. Deze separate bestemmingsreserve is gevormd om inzicht te houden in het resultaat van Firda voor Volwassenen B.V. (voorheen: ROC Friese Poort Opleiding & Training B.V.) vanaf 2024. In het licht van de beleidsregel zullen wij het nut en noodzaak van het aanhouden van de private bestemmingsreserve zoals gevormd tot 31 december 2023 opnieuw overwegen. Het resterende deel van het resultaat (€ 2,0 mln.) wordt toegevoegd aan de algemene reserves.
De huisvestingsreserve heeft als doelstelling om een reserve te vormen voor toekomstige kosten als gevolg van gestegen bouw- en huurprijzen. De bestemmingsreserve onderwijs heeft als doelstelling om een reserve te vormen om financiële effecten op te vangen die onder andere gevolg zijn van een een afwijkende jaarcyclus (schooljaar in plaats van boekjaar) op onderwijsvestigingen.
2.1.1. Algemene reserve
De algemene reserve is bedoeld als risicobuffer voor onvoorziene tekorten in de exploitatie. De ondergrens is berekend op € 13,1 mln., zijnde 5% van de Rijksbijdragen.
2.2 Voorzieningen
| 2.2 | Voorzieningen | Stand per 01/01/2024 | Dotaties | Onttrekkingen | Vrijval | Oprenting | Stand per 31/12/2024 | Kortlopend deel (<1 jaar) | Langlopend deel (>1 jaar <5 jaar) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2.2.1 | Personeelsvoorzieningen | ||||||||
| Voorziening wachtgeld | 794.000 | 1.216.009 | 832.845 | 0 | 64.487 | 1.241.651 | 621.377 | 602.697 | |
| Voorziening WGA | 5.584.121 | 0 | 0 | 136.235 | 492.643 | 5.940.529 | 665.052 | 1.938.316 | |
| Voorziening duurzame inzetbaarheid | 11.929.858 | 1.234.823 | 1.834.048 | 0 | 795.159 | 12.125.793 | 2.715.956 | 9.113.322 | |
| Voorziening jubileum | 2.133.000 | 0 | 241.842 | 474.731 | 534.986 | 1.951.412 | 176.483 | 613.630 | |
| Voorziening WAB tijdelijk contract | 573.000 | 192.864 | 142.123 | 0 | 0 | 623.741 | 601.870 | 21.871 | |
| Voorziening langdurige zieken | 1.481.596 | 0 | 0 | 191.998 | 0 | 1.289.598 | 1.156.410 | 133.188 | |
| 2.2.1 | Totaal personeelsvoorzieningen | 22.495.575 | 2.643.696 | 3.050.858 | 802.964 | 1.887.275 | 23.172.724 | 5.937.148 | 12.423.024 |
| 2.2 | Totaal voorzieningen | 22.495.575 | 2.643.696 | 3.050.858 | 802.964 | 1.887.275 | 23.172.724 | 5.937.148 | 12.423.024 |
2.2.1. Personeelsvoorzieningen
De personele voorzieningen ultimo 2024 bestaan uit de voorziening wachtgeld, WGA, duurzame inzetbaarheid senioren, jubileum, WAB tijdelijk contract en langdurig zieken.
De wachtgeldvoorziening is opgenomen ten behoeve van de langlopende wachtgeld verplichtingen die voor rekening van de werkgever komen. Ultimo 2024 is deze verplichting opgenomen voor 35 wachtgelders (2023: 34), waarvan de verplichting naar verwachting na 2024 doorloopt. De kortlopende wachtgeldverplichtingen worden direct als periodelast verantwoord.
De WGA voorziening is gevormd vanwege het eigen risicodragerschap voor de WGA en Ziektewet. De onttrekking betreft de kosten voor WGA- en Ziektewetuitkeringen. De WGA kosten komen op grond van de CAO volledig ten laste van de werkgever. De kosten van de WGA’ers worden voorzien op basis van een individuele inschatting van de verwachte arbeidsongeschiktheid en de verwachte looptijd van de WGA-uitkering, met een maximale looptijd van tien jaar. De kosten zijn gebaseerd op bekende WGA'ers (28; 2023: 28) en zieken (71; 2023: 67) op balansdatum en op de verwachte instroom in de WGA en de Ziektewet.
Duurzame inzetbaarheid
In de CAO MBO zijn afspraken gemaakt over regelingen in het kader van Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers. In de CAO MBO betreft dit de regeling seniorenverlof. Daarnaast heeft Firda de generatieregeling opengesteld. Indien medewerkers deelnemen aan deze regelingen bouwen zij rechten op om in de toekomst minder te werken waarbij de kosten daarvan deels voor rekening van de werknemer en deels voor rekening van de werkgever zijn. Voor het werkgeversdeel van de regeling is een voorziening gevormd.
De verplichtingen uit hoofde van deze regelingen omvatten verplichtingen jegens werknemers die al hebben geopteerd voor gebruikmaking van de regeling, werknemers die kunnen opteren voor gebruikmaking maar dat nog niet hebben gedaan, en werknemers die nog niet kunnen opteren, maar dat tijdens de looptijd van de bestaande regelingen in de toekomst wel kunnen doen.
Vanaf 2019 is een start gemaakt met het inschatten van de kans dat werknemers gebruik gaan maken van de regelingen. De elementen voor de berekening van de voorziening zijn de werknemers op wie de regelingen van toepassing zijn, de geschatte kans dat voor gebruikmaking van de regelingen wordt geopteerd, de blijfkans van de werknemers, de blijfkans van de regeling seniorenverlof, de leeftijden en diensttijdfactor en de salarissen en werkgeverslasten die voor rekening van de werkgever komen. De kans van gebruikmaking van de regeling seniorenverlof is in 2024 opnieuw beoordeeld en daarop aangepast naar 37% voor 57-62 jaar (2023: 36%) en 28% bij 62 jaar en ouder (2023: 21%). De kwantitatieve impact kan niet worden bepaald omdat de voorziening op een nieuwe wijze is berekend.
Per 31 december 2024 maken 206 (2023: 223) medewerkers gebruik van het seniorenverlof. Daarnaast maken 26 (2023: 32) medewerkers gebruik van de generatieregeling.
Bij de berekening is rekening gehouden met een jaarlijkse salarisstijging van 3,04% (2023: 3,3%). De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde met als rekenrente 2,07% (10 jaar staatsobligaties Nederland rente op 31-12-2024, 2023: 2,31%).
De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening voor jubileumuitkeringen is bepaald via een berekeningsmodel, waarin rekening gehouden is met de blijfkans van medewerkers en een gemiddelde indexatie van het brutosalaris van 3,04% (2023: 3,3%) en een disconteringsrente van 2,31% (2023: 2,31%). In 2024 zijn de blijfkansen opnieuw beoordeeld. Deze zijn nagenoeg ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2023.
Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Er is een voorziening gevormd voor contracten die voor balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.
Er is een voorziening langdurig zieken opgenomen voor de eerste twee ziektejaren van een werknemer, rekening houdend met een revalidatiekans.
2.4 Kortlopende schulden
| 2.4 | Kortlopende schulden | 31/12/2024 | 31/12/2023 |
|---|---|---|---|
| 2.4.1 | Kredietinstellingen | 363.024 | 363.024 |
| 2.4.3 | Crediteuren | 5.966.446 | 3.748.182 |
| 2.4.4 | Vooruitontvangen subsidies OCW niet-geoormerkt | 8.622.479 | 7.868.584 |
| 2.4.5 | Schulden aan groepsmaatschappijen | 5.665.925 | 6.823.777 |
| 2.4.7 | Belastingen en premies sociale verzekeringen | -26.974 | 29.837 |
| Loonheffing | 8.453.623 | 8.371.791 | |
| 2.4.7 | Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen | 8.426.649 | 8.401.628 |
| 2.4.8 | Schulden terzake van pensioenen | 2.354.245 | 2.187.400 |
| 2.4.10 | Overlopende passiva | ||
| Vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden | 1.139.912 | 1.081.723 | |
| Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt | 4.414.552 | 3.147.661 | |
| Vooruitontvangen investeringssubsidies | 2.016.658 | 2.329.375 | |
| Vakantiegeld en -dagen | 8.754.373 | 8.347.982 | |
| Overige overlopende passiva | 2.931.049 | 4.065.608 | |
| 2.4.10 | Totaal overlopende passiva | 19.256.544 | 18.972.349 |
| 2.4 | Totaal kortlopende schulden | 50.655.312 | 48.364.944 |
De schulden aan kredietinstellingen zijn gedaald als gevolg van aflossingen van leningen. Zie 2.3. langlopende schulden voor een nadere toelichting.
De schuld loonheffingen betreft de aangifte december 2024 ad € 8,5 mln. In 2024 is geen eindheffing werkkostenregeling van toepassing. (2023: € 7,9 mln. loonheffing december 2023 en daarnaast € 0,5 eindheffing werkkostenregeling)
De rubriek vooruitontvangen college-, cursus- en lesgelden is opgenomen voor € 1,1 mln. (2023: € 1,1 mln.) Dit betreft de cursusgelden welke in 2024 zijn ontvangen voor het collegejaar 2024-2025. Het deel wat betrekking heeft op 2025 is in de balans opgenomen.
De geoormerkte vooruitontvangen subsidies van OCW betreffen de geoormerkte subsidies die ontvangen zijn van OCW, maar in een volgend jaar worden ingezet. In model G op de volgende pagina is een overzicht van de betreffende subsidies opgenomen.
In 2024 is de post vooruitontvangen subsidies OCW toegenomen met € 1,8 mln, waarvan VABOK (versterking aansluiting beroepskolom) de grootste post betreft.
De vooruitontvangen investeringssubsidies betreffen subsidies voor materiële activa, zoals gebouwen. De jaarlijkse vrijval ten gunste van het resultaat verloopt evenredig met de afschrijvingen van de betreffende activa.
De schuld vakantiegeld- en dagen is gestegen naar € 8,8 mln. (2023: € 8,3 mln.) als gevolg van niet gerealiseerde vakantie uren. Dit betreft stafpersoneel (ofwel niet onderwijsgevend personeel).
Financiële instrumenten:
Firda maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt- , rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestatie van de organisatie te beperken. De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.
Kredietrisico:
De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen wordt verwezen naar financiële vaste activa en vorderingen.
Renterisico:
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.
Liquiditeitsrisico:
De organisatie loopt geen significante liquiditeitsrisico’s. Er geldt een Treasurystatuut voor het mitigeren van de liquiditeitsrisico’s. Firda heeft een goede financiële positie met voldoende eigen vermogen en liquide middelen.